Articles

Nieuwsflash Sociaal recht - Europees recht - Strafrecht

Nieuwsflash Sociaal recht - Europees recht

Nieuwsflash Sociaal recht - Europees recht - Strafrecht

07.02.2018 BE law

Fraude en de waarde van de A1-verklaring in geval van detachering: een nieuwe wending (arrest van de Grote Kamer van het Europees Hof van Justitie van 6 februari 2018).

Teneinde het vrij verkeer van diensten en werknemers in de Europese Unie te faciliteren is het bij een detachering (i.e. het tijdelijk werken in een andere lidstaat) mogelijk om onder het socialezekerheidsstelsel van de uitzendende lidstaat te blijven vallen wanneer men tijdelijk in een andere lidstaat werkt. De detachering vormt aldus een uitzondering op het principe dat het socialezekerheidsstelsel van de plaats waar men werkt van toepassing is. Als bijvoorbeeld een werknemer uit Roemenië (uitzendende lidstaat) rechtsgeldig gedetacheerd wordt naar België (ontvangende lidstaat), valt de Roemeense werknemer nog steeds uitsluitend onder de Roemeense sociale zekerheid. Een A1-verklaring (vroeger gekend als de E101-verklaring) wordt afgeleverd door de bevoegde instantie van de uitzendende lidstaat en dient als bewijs van de detachering.

Tot nu toe werd op basis van rechtspraak van het Hof van Justitie steeds aangenomen dat een geldige A1-verklaring bindend is voor de lidstaat van ontvangst, zolang deze verklaring niet werd ingetrokken door de uitzendende lidstaat.

Naar aanleiding van een vraag van het Belgische Hof van Cassatie heeft de Grote Kamer van het Europees Hof van Justitie vandaag in een belangwekkend arrest geoordeeld dat de rechter van de ontvangende lidstaat onder bepaalde voorwaarden toch de A1-verklaring buiten beschouwing kan laten.

Gestructureerd samengevat, oordeelde het Hof van Justitie dat in specifiek afgebakende gevallen waarin:

  1. een verzoek gericht werd aan de bevoegde instantie van de uitzendende lidstaat om de A1-verklaring in heroverweging te nemen en in te trekken,
  2. in het kader van een gerechtelijk onderzoek gegevens verkregen werden waaruit kon afgeleid worden dat de A1-verklaring frauduleus werd verkregen of ingeroepen, en
  3. het bevoegde orgaan van de ontvangende lidstaat nagelaten heeft om de gegevens in aanmerking te nemen,

de rechter van de ontvangende lidstaat de A1-verklaring buiten beschouwing kan laten (i) wanneer personen ervan verdacht worden onder de dekmantel van de A1-verklaring een beroep te hebben gedaan op gedetacheerde werknemers en hij oordeelt dat een dergelijke fraude heeft plaatsgevonden, (ii) op voorwaarde dat alle waarborgen inzake het recht op een eerlijk proces gewaarborgd worden[1].

Het arrest is dus een belangrijke nuancering van vroegere arresten i.v.m. de waarde van A1-verklaringen en heeft daarom belangrijke gevolgen voor de bepaling van het toepasselijke socialezekerheidsstelsel in geval van detachering van één lidstaat van de Europese Unie naar een ander lidstaat.

Voor meer informatie over dit arrest kan u uiteraard bij ons terecht.

 

Voetnoten:

[1] In de woorden van het Hof van Justitie “[…] wanneer het orgaan van de lidstaat waar de werknemers gedetacheerd zijn aan het orgaan dat E 101‑verklaringen heeft afgegeven een verzoek heeft gericht om deze verklaringen te heroverwegen en in te trekken, gelet op in het kader van een gerechtelijk onderzoek verkregen gegevens waaruit kon worden afgeleid dat deze verklaringen frauduleus waren verkregen of ingeroepen, en dit orgaan van afgifte heeft nagelaten om deze gegevens met het oog op de heroverweging van de gegrondheid van de afgifte van die verklaringen in aanmerking te nemen, de nationale rechter in het kader van een procedure tegen personen die ervan worden verdacht onder de dekmantel van dergelijke verklaringen een beroep te hebben gedaan op gedetacheerde werknemers, deze verklaringen buiten beschouwing kan laten indien hij op basis van de voornoemde gegevens en onder eerbiediging van de aan deze personen toekomende waarborgen die eigen zijn aan het recht op een eerlijk proces, oordeelt dat er een dergelijke fraude heeft plaatsgevonden.”

Team

Related news

06.05.2021 EU law
Abuse of economic dependence: lessons drawn from the first judgments

Short Reads - On 22 August 2020, the ban on abuse of economic dependence was implemented in Belgium (Article IV.2/1 of the Code of Economic Law). Now that almost a year has passed and the first judgments have been rendered, we assess what first lessons can be drawn from these judgments. The rulings show that the ban is regularly relied upon in court and has lowered the hurdle for plaintiffs to make their case.

Read more

03.05.2021 NL law
De overheid behoeft de besten, maar krijgt zij die nog wel?

Short Reads - ‘De overheid behoeft de besten; zij moet aantrekken en opkweken de bekwaamsten onder de jongeren; haar mensen moeten het in kennis maar ook in levenshouding en beschaving kunnen opnemen tegen de leidende figuren uit de maatschappij; het zou noodlottig zijn voor de publieke zaak, zo de overheid zich tevreden zou stellen met degenen, die elders niet aan de slag konden komen of mislukten.’ (C.H.F. Polak 1957, geciteerd in NJB 2018/1044)

Read more

21.04.2021 NL law
Voorschotbepaling (NOW-1) en peildatumbepaling (NOW-2) zijn niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel (annotatie)

Short Reads - In deze annotatie bespreken Jan Reinier van Angeren en Sandra Putting de eerste uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over de NOW. In de uitspraak van 8 januari 2021 oordeelt de CRvB dat de voorschotbepaling uit de NOW-1 en de peildatumbepaling uit de NOW-2 niet in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel. De CRvB ziet daarom geen aanleiding de bepalingen in het voordeel van de desbetreffende werkgever buiten toepassing te laten. In de annotatie gaan Jan Reinier en Sandra in op een aantal bestuursrechtelijke aspecten van de NOW-subsidieregeling en de CRvB-uitspraak.

Read more