Articles

Hobbypaarden en agrarisch gebied: gedwongen huwelijk met éénstal-beleid

Stibbe - P&E blog - Hobbypaarden en agrarisch gebied

Hobbypaarden en agrarisch gebied: gedwongen huwelijk met éénstal-beleid

05.02.2018

De Codextrein voorziet met het nieuwe artikel 4.4.8/2 VCRO in een nieuwe afwijkingsmogelijkheid voor het oprichten van één stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf.

Van een gespannen huwelijk….

Het houden van hobbydieren (in het bijzonder paarden) in agrarisch gebied (in de ruime zin) vormt al jaren een gespannen huwelijk. De tegenstanders vrezen immers dat deze hobbyactiviteiten een nefaste invloed op de prijs voor landbouwgrond zal hebben, dat de eigenlijke landbouwactiviteiten hierdoor ernstig bemoeilijkt zullen worden en voor de verdere versnippering en verstedelijking van de open ruimte zullen zorgen. De voorstanders klagen dan weer over het precaire (lees: de afwezigheid van) juridische statuut van het houden van paarden of andere hobbydieren in agrarisch gebied.

De vraag rijst immers of deze hobbyactiviteiten wel thuis horen (lees: verenigbaar zijn met de planologische bestemming) in agrarisch gebied in de ruime zin (gewestplannen) of landbouwgebied (ruimtelijke uitvoeringsplannen).

Het mag geen verrassing heten dat veel stedenbouwkundige vergunningen voor het bouwen van stallen voor (hobby)weidedieren in agrarisch gebied / landbouwgebied vaak voor de Raad van State of de Raad voor Vergunningsbetwistingen worden betwist. De rechtspraak is streng (doch vanuit juridisch oogpunt terecht): in agrarisch gebied kunnen agrarische en para-agrarische activiteiten maar geen recreatieve activiteiten, zodat vergunningen ook enkel kunnen verleend voor gebouwen die dienen voor een agrarische of para-agrarische activiteit. Voor het bouwen van stallen en faciliteiten voor paarden betekent dit bijvoorbeeld dat de inrichtingen voor het fokken en verzorgen van dieren (agrarisch) of hippotherapie, inseminatiecentra of paardenpensions (para-agrarisch) toegelaten zijn. Maneges, stoeterijen, een paardenstal met rijpiste zijn daartegen niet toegelaten aangezien dit recreatieve aanwendingen van deze ruimte betreffen.

Het oprichten van schuilhokken viel weliswaar reeds onder het zgn. Vrijstellingsbesluit maar het oprichten van nieuwe stallen voor hobbydieren was derhalve niet mogelijk. Het oprichten van een schuilhok brengt veelal voor het houden van hobbydieren geen soelaas.

Naar een gedwongen huwelijk… met een éénstal-beleid…

Naar aanleiding van deze problematiek werd middels artikel 67 van de Codextrein in een nieuwe afwijkingsmogelijkheid voorzien voor het oprichten van stallen voor weidedieren (dus ruimer dan alleen maar voor het houden van paarden). De decreetgever trachtte hierbij een zeker evenwicht tussen beide partijen te vinden.

Het nieuwe artikel 4.4.8/2 VCRO maakt het mogelijk om in agrarisch gebied, zowel volgens de plannen van aanleg als volgens de ruimtelijke uitvoeringsplannen, één stal voor weidedieren te vergunnen die niet in functie staat van beroepslandbouw per hoofdzakelijk vergunde residentiële woning of bedrijfswoning. Dit is evenwel onder de hierna besproken strikte en cumulatieve voorwaarden.

Zo kan (dus: geen verplichting) het vergunningverlenend bestuur een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het oprichten van één stal verlenen voor weidedieren op voorwaarde dat:

  • er geen bestaande stallingsmogelijkheden voorhanden zijn;
  • de stal geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf;
  • de stal voldoet aan alle hiernavolgende voorwaarden:
    • de stal wordt volledig opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning;
    •  de stal heeft een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter;
    • de stal heeft een maximale vloeroppervlakte van 120 vierkante meter per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200 vierkante meter.
  • de stal mag niet gelegen zijn in
    • ruimtelijk kwetsbaar gebied;
    •  gebieden aangewezen op de plannen van aanleg of ruimtelijke uitvoeringsplannen als:
      • bouwvrij agrarisch gebied;
      •  agrarisch gebied met overdruk natuurverweving.

Bovendien moet het vergunningverlenend bestuur bij de beoordeling van vergunningsaanvragen uitdrukkelijk rekening houden met de landschappelijke inpasbaarheid in het gebied.

Tenslotte voorziet de decreetgever in een bijkomende vervalregeling: de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen voor het oprichten van een stal voor weidedieren, verleend met toepassing van deze afwijkingsmogelijkheid, vervalt van rechtswege als gedurende een periode van vijf opeenvolgende jaren geen weidedieren worden gehouden op het perceel of de percelen waarop de vergunning betrekking heeft.
Na het verval van de vergunning, moet de stal voor weidedieren binnen zes maanden worden afgebroken.

Gaat het om een evenwichtig huwelijk?

Hoewel de nieuwe afwijkingsmogelijkheid aan stringente voorwaarden onderworpen is, zal menig paardenliefhebber het gegeven paard niet in de bek kijken.

Tegenstanders zullen de komst van deze afwijkingsmogelijkheid echter met lede ogen aanzien: de hobby(weide)dieren zijn voortaan welgekomen in landbouwgebied. De voorwaarden, de bijzondere toets met betrekking tot de landschappelijke inpasbaarheid en de bijzondere vervalregeling, zullen op het eerste gezicht evenwel voorkomen dat het agrarisch gebied in Vlaanderen zal worden omgetoverd tot één grote paardenstal. Tenslotte kan er op gewezen worden dat het hier om een afwijkingsmogelijkheid van het verordenend karakter van bestemmingsvoorschriften gaat, waardoor de voorwaarden restrictief geïnterpreteerd moeten worden.

Team

Related news

24.02.2020 EU law
MER-screening: Raad van State zet de puntjes op de ‘i’

Articles - De opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan is een tijdrovend en kostelijk proces. De noodzaak tot de opmaak van een MER-rapport maakt dit proces er niet eenvoudiger op. Plan-MER-screenings kunnen het planproces op lokaal niveau sterk vereenvoudigen. Dit mag evenwel niet licht opgevat worden. Een juiste toepassing van de regelgeving is cruciaal. Een onzorgvuldige screening kan immers een heel plan hypothekeren.

Read more

12.02.2020 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit: hoe werkt het afwijken van parkeernormen in bestemmingsplannen?

Short Reads - Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, Bro kan een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Van deze mogelijkheid maken gemeenteraden in hun bestemmingsplannen vaak gebruik als het gaat om parkeernormen

Read more

14.02.2020 EU law
Does your everyday cleaning product qualify as a 'biocidal product' under European legislation?

Articles - On 19 December 2019, the Court of Justice of the European Union (CJEU) ruled on the concept of 'biocidal product', as defined in article 3 of Regulation 528/2012 on the making available on the market and use of biocidal products, in a case on a cleaning product primarily used "to ensure the absence of mould". According to the CJEU, the concept of ‘biocidal product’ is to be interpreted broadly, hereby also broadening the scope of application of Regulation 528/2012.

Read more

12.02.2020 NL law
Van inspraakverordening naar participatieverordening op decentraal niveau

Short Reads - De regering stelt voor om de reikwijdte van de decentrale inspraakverordeningen te vergroten naar de uitvoering en evaluatie van decentraal beleid. Dat staat in een conceptwetsvoorstel dat op 9 december 2019 ter internetconsultatie is voorgelegd. Het conceptwetsvoorstel beoogt een wijziging van onder meer de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet.

Read more

12.02.2020 NL law
Het oproepen en horen van getuigen in het bestuursrecht: hoe zit het ook al weer?

Short Reads - Het oproepen van getuigen en het horen daarvan ter zitting door de bestuursrechter heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 15 november 2019 overzichtelijk in kaart gebracht. Dat arrest, dat door de belastingkamer in een bestuurlijke boetezaak is gewezen, is ook voor andere terreinen van het bestuursrecht van belang. Mede ook omdat het horen van getuigen buiten het fiscale bestuursrecht nog in de kinderschoenen staat. In dit bericht bespreken we daarom de mogelijkheden die er bestaan om getuigen te (laten) oproepen en hoe de bestuursrechter daarmee moet omgaan.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring