Short Reads

Eerste ervaringen met 'meedenkers' in het bestuursrecht: op naar een wettelijke regeling voor de amicus curiae

Eerste ervaringen met 'meedenkers' in het bestuursrecht: op naar een w

Eerste ervaringen met 'meedenkers' in het bestuursrecht: op naar een wettelijke regeling voor de amicus curiae

08.02.2018 NL law

Onlangs heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voor het eerst gebruik gemaakt van de figuur amicus curiae. Bij wijze van experiment heeft de Afdeling een ieder de mogelijkheid gegeven te reageren op vragen die aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven zijn gesteld ten behoeve van een conclusie over de bestuurlijke waarschuwing. Deze conclusie hebben wij in een apart blogbericht besproken.

In dit blogbericht bespreken wij enkele observaties bij het experiment met de amicus curiae en komen wij op basis daarvan tot de conclusie dat een wettelijke regeling in de Algemene wet bestuursrecht voor de hand ligt.

Meedenkers in het bestuursrecht: een unicum

Voorafgaand aan de conclusie over de bestuurlijke waarschuwing heeft de Afdeling de vraagstelling aan de staatsraad A-G op haar website gepubliceerd en een ieder in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. Dat betekent dat ook andere instanties of personen die niet bij deze zaak zijn betrokken hun mening of advies hierover konden uitbrengen. De staatsraad A-G is verzocht om de reacties van deze zogenoemde meedenkers (amicus curiae) bij zijn conclusie te betrekken. Dat is een unicum in het bestuursrecht. Niet eerder hebben anderen dan partijen de mogelijkheid gehad om hun licht te laten schijnen over de vragen aan de staatsraad A-G. Uiteindelijk zijn blijkens de conclusie 25 reacties binnengekomen uit onder meer wetenschap, advocatuur, bedrijfsleven en van overheidsinstanties.

Eerste observaties experiment

De introductie van meedenkers in deze zaak is een eerste experiment. Daarbij zij opgemerkt dat wij in de vraagstelling van de Afdeling noch in de conclusie hebben gezien op welke (wettelijke) grondslag dit experiment is gebaseerd. Wellicht is daarbij gedacht aan artikel 8:45 lid 1 Awb (in samenhang met artikel 8:108 lid 1 Awb). Uit dit artikel blijkt dat de bestuursrechter ook anderen dan partijen kan verzoeken inlichtingen te geven of onder hen berustende stukken in te zenden. Deze bepaling laat echter alleen ruimte om gericht informatie te vragen van bepaalde instanties of personen. Voor een uitnodiging aan een ieder zoals in deze zaak lijkt genoemd artikel evenwel geen grondslag te bieden.

De experimentele opzet roept ook andere vragen op. Zo rijst de vraag of en zo ja hoe de reacties van meedenkers (al dan niet met naam en toenaam) openbaar gemaakt kunnen worden. Een andere vraag is bijvoorbeeld of en zo ja hoe de meedenkers op de conclusie mogen reageren.

In de conclusie kiest de staatsraad A-G er expliciet voor om niet met naam en toenaam te verantwoorden in hoeverre bepaalde standpunten zijn ontleend aan of geïnspireerd op een bepaalde reactie. Daarvoor is bepalend dat niet is gecommuniceerd dat de ingezonden reactie met naam en toenaam in de openbare conclusie zal worden vermeld. De meedenkers hoefden daarop dan ook niet bedacht te zijn. Daarnaast is niet uitgesloten dat sommige meedenkers het niet op prijs zouden stellen als hun naam en standpunt openbaar zouden worden gemaakt. Wel geeft de staatsraad A-G een generieke verantwoording van de betekenis van sommige reacties en verwijst hij ook geregeld geanonimiseerd naar één of meerdere reacties. De staatsraad A-G wijst er terecht op dat deze werkwijze niet volledig transparant is. De professionele achtergrond van de meedenkers en hun mogelijke belang daarbij blijven op deze manier namelijk in het midden. Er valt dan ook wat voor te zeggen dat de meedenkers en hun reacties in het vervolg openbaar worden gemaakt.

Op naar een wettelijke regeling

Het betrekken van meedenkers in procedures is voor de rechtsvorming van groot belang en juichen wij dan ook toe. Aan de andere kant laat dit experiment ook zien dat er behoefte bestaat aan vastlegging van de nodige procedurele regels, bijvoorbeeld over de vraag of de ingediende reacties met naam en toenaam worden genoemd en of de meedenkers de gelegenheid (moeten) krijgen op de conclusie te reageren. Wij denken daarbij aan een wettelijk verankerde regeling in de Algemene wet bestuursrecht, zoals in de literatuur ook wel wordt bepleit. Daarbij zou inspiratie kunnen worden ontleend aan al bestaande wettelijke bepalingen waarin voor bepaalde gevallen de mogelijkheid bestaat anderen dan partijen bij de zaak te betrekken. De vraag is wat in de Awb een geschikte plaats is voor zo'n regeling. Wanneer gebruik van de amicus curiae net zoals in dit geval wordt beperkt tot de situatie waarin een conclusie wordt gevraagd, dan zou artikel 8:12a Awb (over het nemen van conclusies) voor de hand liggen. Ook de behandeling in een grote kamer kan aangrijpingspunt zijn (art. 8:10a Awb). Wordt evenwel een ruimere inzet beoogd, dat wil zeggen los van een conclusie of een zaak die door een grote kamer wordt behandeld, dan is een algemene bepaling meer op haar plaats.

In aanvulling op een wettelijke regeling zouden nadere regels vastgelegd kunnen worden in de procesregeling van de hoogste bestuursrechters. Daarin kunnen bijvoorbeeld praktische regels worden opgenomen over de manier van indiening van de reacties en bevestiging van (tijdige) ontvangst.

Team

Related news

17.07.2019 BE law
EU Single-Use Plastics Directive is now in force: brief recap

Articles - Plastic is a significant and growing global concern. A recent study commissioned by WWF and carried out by the University of Newcastle, Australia, suggests that people are consuming around 2,000 tiny pieces of plastic every week (which is approximately 5 grams of plastic, the weight of a credit card).  In this context, the EU adopted a new directive aiming at tackling marine litter generated from 10 single-use plastic products and from abandoned fishing gear and oxo-degradable plastics. This is called the Single-Use Plastics Directive and has entered into force this month, on 2 July 2019.

Read more

15.07.2019 NL law
Minister voor Rechtsbescherming bevestigt: De Awb kent twee vormen van preventieve handhaving

Short Reads - Op 21 juni 2019 heeft de Minister voor Rechtsbescherming (de "Minister") een aantal Kamervragen beantwoord over preventieve handhaving in het bestuursrecht. Deze Kamervragen gaan over twee vormen van preventieve handhaving: (i) handhaven wanneer een overtreding dreigt en (ii) handhaven wanneer een herhaling dreigt van een eerdere overtreding. Voor het toestaan van de eerste vorm van handhaving hanteren rechters een strengere maatstaf dan voor de tweede vorm.

Read more

18.07.2019 NL law
Geen concessieovereenkomst, geen inhouse-gunning OV-diensten aan interne exploitant op grond van de PSO-verordening

Short Reads - Het Hof van Justitie ("Hof") oordeelde onlangs in twee arresten ("Arrest I" en "Arrest II") dat artikel 5 lid 2 PSO-Verordening ("PSO") niet van toepassing is op de onderhandse gunning van opdrachten voor busdiensten die niet de vorm aannemen van een concessieovereenkomst. Artikel 5 lid 2 PSO bevat de voorwaarden voor onderhandse gunning van openbaredienstcontracten aan interne exploitanten.

Read more

15.07.2019 EU law
ICO to impose record-breaking fines for inadequate security measures and data breaches

Short Reads - Though the European data protection authorities have taken their time in enforcing the GDPR, two announcements by the ICO in the UK regarding proposed fines for British Airways and Marriott demonstrate that large fines are about to start landing regularly. Both of the substantial fines are to be handed out as a result of shortcomings in handling data breaches caused by cyber-attacks.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring