Articles

Gewassen verkregen door mutagenesetechnieken vallen nu ook onder GGO-richtlijn

Gewassen door mutagenesetechnieken vallen ook onder GGO-richtlijn

Gewassen verkregen door mutagenesetechnieken vallen nu ook onder GGO-richtlijn

27.08.2018

Organismen die zijn verkregen door middel van mutagenesetechnieken of –methoden zijn genetisch gewijzigde organismen (GGO’s) in de zin van de GGO-richtlijn 2001/18.

Dit is wat het Europees Hof van Justitie op 25 juli 2018 oordeelde in de zaak C-528/16.

Hiermee schept het Hof klaarheid in het juridisch niemandsland rond teeltvariëteiten bekomen door middel van mutagenese.

Mutagenese nu ook onder het toepassingsgebied van de GGO-richtlijn

Op 25 juli 2018 oordeelde het Europees Hof van Justitie in zaak C-528/16 dat organismen die zijn verkregen door middel van mutagenesetechnieken of –methoden genetisch gewijzigde organismen (GGO’s) zijn in de zin van artikel 2, punt 2 van richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van richtlijn 90/220/EEG van de Raad (de 'GGO-richtlijn').

Wat houdt dat precies in?

Mutagenese v. transgenese

Om het DNA van een organisme te veranderen, wordt er doorgaans toepassing gemaakt van twee soorten technieken: transgenese of mutagenese.

  • Bij transgenese worden in een genoom van een species een of meerdere genen afkomstig van een andere species, ingebracht. De species vertoont dus een nieuw eigenschap.
  • Bij mutagenese wordt, anders dan bij transgenese, geen vreemd DNA ingebracht in een levend organisme. Het genoom verandert niettemin.  Mutagenese gebeurt ofwel spontaan, ofwel wordt het kunstmatig op gang gebracht (door middel van, bijv. radiatie of chemische producten).

Hoewel de GGO-richtlijn niet expliciet naar de notie “transgenese” verwijst, bestrijkt zij diverse technieken die als zulks beschreven kunnen worden. Over mutagenese blijft de GGO-richtlijn evenwel stil, zodat er over teeltvariëteiten bekomen door middel van mutagenese dus juridische onzekerheid bestond.

Op 25 juli 2018 heeft het Hof van Justitie in zaak C-528/16 klaarheid geschapen.

Zaak C-528/16

In zaak C-528/16 vecht de Franse Confédération paysanne samen met acht andere organisaties de Franse regelgeving aan die door mutagenese verkregen organismen vrijstelt van de verplichtingen die voortvloeien uit de GGO-richtlijn. Overeenkomstig deze richtlijn, dienen GGO's, vooraleer zij op de markt worden toegelaten,  eerst aan een risicobeoordeling te worden onderworpen met betrekking tot de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu. Bovendien stelt de GGO-richtlijn verplichtingen inzake traceerbaarheid, etikettering en controle vast. Deze richtlijn richt zich evenwel (enkel) op transgenesetechnieken.

De Confédération paysanne voert aan dat de mutagenesetechnieken in de loop van de tijd zijn geëvolueerd zodat ook deze technieken onder het toepassingsgebied van de GGO-richtlijn dienen te vallen. Immers, voorafgaand aan de goedkeuring van de GGO-richtlijn werden enkel de traditionele in vivo mutagenesetechnieken toegepast, terwijl de technische en wetenschappelijke vooruitgang heeft geleid tot in vitro mutagenesetechnieken waarbij het mogelijk is om organismen te creëren die tegen bepaalde herbiciden resistent zijn.

Het Hof oordeelt, onder meer met verwijzing naar het voorzorgsbeginsel, dat organismen verkregen door mutagenese GGO’s zijn in de zin van de GGO-richtlijn, voor zover de toegepaste mutagenesetechniek of -methode het genetisch materiaal van een organisme verandert op een wijze die niet in de natuur voorkomt. Het Hof beslist hiermee dat deze organismen dus in beginsel onder de toepassing van de GGO-richtlijn vallen. Daardoor kunnen deze slechts aan de gemeenschappelijke rassenlijst van landbouwgewassen worden toegevoegd indien alle passende maatregelen zijn genomen ter voorkoming van negatieve effecten voor de volksgezondheid en het milieu.

Niettemin bevestigt het Hof een uitzondering voor organismen die zijn verkregen door middel van mutagenesetechnieken of  -methoden "die traditioneel in een aantal toepassingsgevallen zijn gebruikt en die hun veiligheid reeds hebben bewezen". Deze vallen derhalve niet onder de toepassing van de GGO-richtlijn, tenzij de lidstaat beslist om deze organismen toch aan de GGO-richtlijn te onderwerpen.

Implicaties en reacties

Dit arrest is niet zonder gevolgen voor Europa.

In Vlaanderen bijvoorbeeld, is het Vlaams Instituut Biotechnologie (VIB) sinds 2017 met een veldproef bezig waar door toepassing van de CRISPR/Cas9-methode genetisch gemodificeerde maïs geteeld wordt. De precieze locatie ervan is niet bekend.

De CRISPR-Cas9-techniek wordt tevens door vele Europese zaadverdelingsbedrijven gehanteerd als een alternatief voor de meer traditionele mutagenesetechnieken zoals radioactieve bestraling, chemische behandeling, e.d.m. Zij zou immers toelaten om meer gericht de gewenste mutaties aan te brengen.

De uitspraak van het Hof betekent echter dat bepaalde (mutagenese)technieken die vooralsnog niet uitdrukkelijk onder de GGO-richtlijn vielen, daar thans wel onder te situeren zijn. Het valt te verwachten dat onderzoeksinstellingen en zaadverdelingsbedrijven geld en tijd zullen moeten investeren om de nieuwe teeltvariëteiten in overeenstemming te brengen met de GGO-richtlijn. Nieuwe initiatieven voor de ontwikkeling van verbeterde gewassen in Europa zullen daarmee rekening moeten houden. Een nieuw initiatief zal zich wellicht niet op de vermelde uitzondering kunnen beroepen.

Over GGO’s bestaan sowieso meerdere uitgesproken meningen:

  • volgens het VIB is het aanleggen van nieuwe gewasvariëteiten noodzakelijk in een context waar de wereldbevolking nog tot minstens 2100 zal blijven toenemen. In de context van de duurzame landbouw en de ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, is de uitspraak van het Hof volgens de Wetenschappelijk Directeur van het VIB-UGent Centrum voor Planten Systeembiologie, “werkelijk absurd en zal – alvast in Europa – de broodnodige landbouwinnovatie een halt toeroepen”.;
  • anderen daarentegen beschouwen dit arrest als een overwinning voor het milieu, landbouwers en consumenten vermits dit betekent dat deze teeltvariëteiten aan striktere controles zullen worden onderworpen.

Wat er ook van zij, het Hof van Justitie geeft met dit arrest de richting aan waar zij heen wenst te gaan. De vraag rijst nu hoe de biotechnische sector hier op zal reageren.

Zonder enige twijfel to be continued dus.

Team

Related news

06.05.2021 EU law
Abuse of economic dependence: lessons drawn from the first judgments

Short Reads - On 22 August 2020, the ban on abuse of economic dependence was implemented in Belgium (Article IV.2/1 of the Code of Economic Law). Now that almost a year has passed and the first judgments have been rendered, we assess what first lessons can be drawn from these judgments. The rulings show that the ban is regularly relied upon in court and has lowered the hurdle for plaintiffs to make their case.

Read more

04.05.2021 NL law
Participatie en privacyregels: hoe te combineren onder de Omgevingswet?

Short Reads - In het stelsel van de Omgevingswet (Ow) is een belangrijke rol bedacht voor participatie bij de totstandkoming van besluiten. Het beoogde resultaat: tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel krijgen en daarmee een groter draagvlak en kwalitatief betere besluitvorming bereiken. Door een grotere betrokkenheid van meer personen gaan overheden en initiatiefnemers ook meer persoonsgegevens verwerken. Dit brengt privacyrisico’s met zich mee. Wat regelt de Ow op het gebied van privacy, de verwerking van persoonsgegevens en datagebruik?

Read more

04.05.2021 NL law
Aanbevelingen van het Pbl voor de circulaire economie: meer bestuursrechtelijke verplichtingen voor bedrijven?

Short Reads - Begin dit jaar publiceerde het Planbureau voor de leefomgeving (Pbl) zijn eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage. Die rapportage bespreekt de huidige status van de circulaire economie in Nederland en geeft adviezen om de transitie te versnellen. Het Pbl roept nadrukkelijk de Nederlandse overheid op om de circulaire economie verder te bevorderen. Daarbij ziet het Pbl een belangrijke rol voor nieuwe circulaire verplichtingen voor bedrijven.

Read more