Articles

Wetsontwerpen ziekenhuishervorming in eerste lezing door de regering goedgekeurd

Wetsontwerpen ziekenhuishervorming in eerste lezing door de regering

Wetsontwerpen ziekenhuishervorming in eerste lezing door de regering goedgekeurd

25.04.2018 BE law

De Ministerraad van 30 maart 2018 keurde twee langverwachte wetsontwerpen goed op voorstel van Minister van Volksgezondheid Maggie De Block.

Het betreft enerzijds het voorontwerp van wet tot wijziging van de Ziekenhuiswet inzake de klinische netwerking tussen ziekenhuizen en anderzijds het voorontwerp van wet betreffende de gebundelde financiering van de ziekenhuisactiviteiten.

Aldus worden eindelijk de wetswijzigingen  vastgesteld voor het toekomstige juridisch kader voor enkele belangrijke hervormingen in de ziekenhuissector. Het gaat wel nog maar om voorontwerpen, welke nu nog worden voorgelegd aan het advies van de Raad van State. Na eventuele aanpassingen aan het advies van de Raad van State moeten deze nogmaals door de regering worden goedgekeurd en uiteindelijk ook nog door het parlement.

De impact van deze wetswijzigingen zal – in geval van goedkeuring - aanzienlijk zijn. Hieronder worden enkele krachtlijnen samengevat en wordt ingegaan op de inwerkingtreding. U zal met ons vaststellen dat de voorontwerpen op tal van punten wel erg vaag (en dus onduidelijk) blijven en nog nadere uitvoering bij KB vereisen.
 

Wijziging aan de Ziekenhuiswet inzake de klinische netwerking tussen ziekenhuizen

Deze wetswijziging beoogt het juridisch kader vast te leggen voor de verplichte netwerkvorming met het oog op samenwerking tussen ziekenhuizen en de realisatie van een complementair zorgaanbod. Dit wordt gerealiseerd door enerzijds locoregionale klinische ziekenhuisnetwerken en anderzijds supraregionale samenwerkingen. Tegelijk wordt het kader bepaald voor het vastleggen van de locoregionale en supraregionale zorgopdrachten. De netwerkvorming en de typologie van de zorgopdrachten hangen zoals hieronder blijkt immers inherent samen.

De locoregionale klinische netwerken vormen het zwaartepunt van het vernieuwde ziekenhuislandschap. Het gaat om duurzame samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid waartoe ziekenhuizen behoren die zich binnen een geografisch aansluitend gebied bevinden en die complementair en rationeel locoregionale zorgopdrachten aanbieden. Elk algemeen en universitair ziekenhuis zal tegen uiterlijk 2020 verplicht deel moeten uitmaken van één (enkel) locoregionaal ziekenhuisnetwerk. Niet alleen is er een verplichte toetreding tot één locoregionaal ziekenhuisnetwerk, de overige eisen van de regelgeving zullen mede bepalend zijn voor de keuze van de partners / netwerk. Er wordt immers voorzien in maximum 25 locoregionale netwerken in België[1] en de netwerken moeten geografisch aaneensluitend zijn (enkel in de grootstedelijke gebieden kan er sprake zijn van overlap).

Het locoregionaal klinisch ziekenhuisnetwerk gaat voor elke supraregionale zorgopdracht die het zelf niet aanbiedt een afzonderlijke supraregionale duurzame en juridisch geformaliseerde samenwerking aan met minimum één en maximum drie referentiepunten. Voor supraregionale zorgopdrachten die (een van de ziekenhuizen van) het klinisch ziekenhuisnetwerk wel aanbiedt, kan het bijkomend met maximaal één referentiepunt buiten het klinisch locoregionaal klinisch ziekenhuisnetwerk een samenwerking aangaan.

Het onderscheid tussen de locoregionale zorgopdrachten en supraregionale zorgopdrachten zal bepalend zijn voor wie deze moet/kan aanbieden.

Locoregionale zorgopdrachten zijn die zorgopdrachten die in de buurt van de woonplaats van elke patiënt moeten worden aangeboden (o.a. omdat die daar frequent nood aan heeft of omdat veel patiënten dergelijke zorg nodig hebben; ook dringende zorg moet nabij beschikbaar zijn). Ieder locoregionaal ziekenhuisnetwerk zal deze dan ook moeten aanbieden. Supraregionale zorgopdrachten zullen daarentegen niet in elk locoregionaal klinisch ziekenhuisnetwerk mogen worden aangeboden. Het gaat om opdrachten met een meer zeldzamere pathologie, dure infrastructuur, multidisciplinaire, gespecialiseerde expertise, etc. Zij worden aangeboden door ziekenhuizen die aangewezen zijn als referentiepunten. De memorie van toelichting bij het voorontwerp van wet bevestigt dat deze zorgopdrachten zullen geprogrammeerd worden. De Koning zal – desgevallend na advies van de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen - de locoregionale en de supraregionale zorgopdrachten verder bepalen, waarbij hij de locoregionale zorgopdrachten bijkomend kan indelen in algemene zorgopdrachten en gespecialiseerde zorgopdrachten. Het spreekt voor zich dat deze indeling erg belangrijk zal zijn voor de sector, nu dit mede bepalend zal zijn voor het aanbod dat een individueel ziekenhuis / netwerk zal mogen aanbieden.

Het wetsontwerp laat een zekere mate van vrijheid aan de locoregionale ziekenhuisnetwerken inzake de beheersstructuur (o.a. de rechtsvorm; het netwerk dient wel rechtspersoonlijkheid te hebben), de organisatie en de mate van integratie. Het ontwerp legt niettemin een aantal minimumeisen op, zowel inzake de beheersstructuur als inzake de taken van het netwerk.

Zo dient elk ziekenhuis dat deel uitmaakt van een locoregionaal ziekenhuisnetwerk ook vertegenwoordigd te zijn in de beheersorganen van het netwerk. Belangrijk is ook de aanduiding van een netwerkhoofdarts of het college van netwerkhoofdartsen. Deze beschikt over de bevoegdheid om bepaalde instructies te geven aan de ziekenhuisartsen van het locoregionaal klinisch ziekenhuisnetwerk, met name in het kader van de uitvoering van diens eigen verantwoordelijkheden (o.a. de zorgcontinuïteit met de referentiepunten voor supraregionale zorgopdrachten buiten het locoregionaal netwerk) of de patiëntveiligheid. Daarnaast zal naast de medische raden bij de individuele ziekenhuizen (welke behouden blijven)  op netwerkniveau een bijkomende medische raad moeten worden opgericht die fungeert als vertegenwoordigend orgaan van al de ziekenhuisartsen werkzaam binnen het locoregionaal klinisch ziekenhuisnetwerk.  

De netwerken zullen in de toekomst de te volgen strategie inzake de verdeling van gespecialiseerde zorgtaken binnen het lokale netwerk bepalen en staan in voor de coördinatie van het algemene zorgaanbod en gespecialiseerde zorgmissies tussen ziekenhuizen binnen hetzelfde lokale klinische netwerk. Tevens bepalen zij met welke referentiecentra (buiten het netwerk) afspraken worden gemaakt. Het netwerk zal ook het forum zijn waarbinnen schriftelijk afspraken worden vastgelegd over het ter beschikking stellen van (financiële) middelen nodig voor de uitvoering van de opdrachten van het netwerk.
 

Wet betreffende de gebundelde financiering van de ziekenhuisactiviteiten

Naast een voorontwerp over de ziekenhuisnetwerken werd ook een voorontwerp goedgekeurd door de regering over de gebundelde financiering van de ziekenhuisactiviteiten, ook gekend als de gebundelde honoraria voor de laagvariabele zorg. Hiermee wil de wetgever 'een uniforme prijs voor eenzelfde product' invoeren, met name een voor elk ziekenhuis identieke financiering voor elke patiënt in dezelfde laagvariabele patiëntengroep.

Dit voorontwerp van wet introduceert daartoe voor specifieke patiëntengroepen een zogenaamd “globaal prospectief bedrag per opname” (sic). Dit houdt in dat in de toekomst een identiek bedrag zal aangerekend worden voor alle opnames van patiënten die een standaardprocedure van zorg vereisen dat weinig verschilt tussen patiënten en tussen ziekenhuizen (de zgn. “laagvariabele cluster”).

Het bedrag dekt in principe alle geneeskundige verstrekkingen bepaald in art. 34 van de RIZIV-wet alsook de bedragen die zijn vastgesteld in de overeenkomsten bedoeld in artikel 46 van deze wet. De wet verleent de Koning echter een ruim mandaat om bij KB bepaalde moduleringen / uitzonderingen aan te brengen. Bij KB zal ook de lijst van patiëntengroepen bepaald worden waarop het globaal prospectief bedrag per opname van toepassing zal zijn.
 

Inwerkingtreding van de nieuwe wetten

De verplichting van de ziekenhuizen om deel uit te maken van een locoregionaal netwerk en de overige hiermee samenhangende bepalingen zullen ingaan op een datum bepaald door de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit, maar uiterlijk op 1 januari 2020. De Koning zal overigens op diverse punten nog ruime uitvoering kunnen/moeten geven aan de beoogde wet. Zo kan de Koning de basiskenmerken vaststellen om erkend te worden als een locoregionaal klinisch ziekenhuisnetwerk. Eerder werd er ook op gewezen dat hij de diverse zorgopdrachten zal vastleggen en catalogeren. De eigenlijke erkenning maar ook het vaststellen van de niet-basiskenmerken van de netwerken zal dan weer toekomen aan de Gemeenschapsministers.

De inwerkingtreding van de nieuwe financiering voor de laagvariabele zorg zal sneller in werking treden, met name op 1 september 2018. Het valt af te wachten of deze timing haalbaar is.

 

Voetnoten:

[1] In een parlementair antwoord van 24 april j.l. liet Minister De Block wel nog wat ruimte om eventueel naar iets meer dan 25 netwerken te gaan : “Wij hebben gezegd dat het doel is om tot vijfentwintig netwerken voor het hele land te komen. Zo staat het ook in het wetsontwerp dat ondertussen in eerste lezing werd goedgekeurd. Dit blijft ons doel. Is het eentje minder, of twee, is het eentje meer, dan zullen we dat bespreken”. (Samengevoegde mondelinge vragen nr. 23954, 24048 en 24089 in De Kamer).

Team

Related news

14.11.2018 NL law
Het Europese PAS-arrest: een programmatische aanpak is toelaatbaar, maar PAS op!

Short Reads - Op 7 november 2018 heeft het Europese Hof van Justitie de prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak beantwoord over de toelaatbaarheid onder de Habitatrichtlijn van het Programma Aanpak Stikstof. De eerste reacties op dit arrest bevatten twijfels over de houdbaarheid van het PAS: het houden van vee wordt moelijker en PAS-vergunningen kunnen niet worden verleend of moeten worden ingetrokken.

Read more

09.11.2018 BE law
Grondwettelijk Hof: ook verwerpingsarresten van de Raad van State moeten verjaringsstuitende werking hebben

Articles - Bij arrest nr. 148/2018 van 8 november 2018 oordeelt het Hof dat artikel 2244, § 1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het tot gevolg heeft dat enkel de door de Raad van State gewezen vernietigingsarresten een verjaringsstuitende werking hebben, en niet de verwerpingsarresten, het gelijkheidsbeginsel schendt.

Read more

30.10.2018 NL law
Bestuurlijke boete onderuit: boetebedrag in gemeentelijke huisvestingsverordening in strijd met de wet vastgesteld

Short Reads - Op 13 juni 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") een voor de boetepraktijk belangrijke uitspraak gewezen. In die zaak oordeelde de Afdeling dat er geen grondslag was om een boete op te leggen voor overtreding van de Huisvestingswet 2014. De gemeente Tilburg had in strijd met de Huisvestingswet gehandeld door in haar huisvestingsverordening niet voor verschillende overtredingen van de wet concrete boetebedragen vast te stellen.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring