Short Reads

Identificatie –en objectiviteitsvereiste bij vergelijkende reclame

Stibbe - Unfair competition and consumer protection - Update apr

Identificatie –en objectiviteitsvereiste bij vergelijkende reclame

17.04.2018 BE law

Op 22 januari 2018 kreeg het Hof van beroep te Gent opnieuw de kans de geoorloofdheid van een vergelijkende reclame te onderzoeken[1].

De zaak betrof een discussie gerezen tussen een producent van gespoten PUR isolatie en een producent van isolatiechapes waarin EPS (‘isomo’) wordt verwerkt. Deze laatste had enkele hyperlinks op zijn website geplaatst onder de hoofding “Nuttige info PUR”. De hyperlinks verwezen naar artikels van derden die de nadelen van PUR isolatie uiteenzetten.

Het hof onderzocht vooreerst of er sprake was van vergelijkende reclame. Interessant is opnieuw de flexibiliteit waarmee het hof omspringt met de identificatievereiste. De verwijzingen naar PUR isolatie laten volgens het Hof immers “een impliciete identificatie toe met een groep van concurrenten (namelijk de ondernemingen die ter plaatse PUR spuiten)”. Dit volstond voor het hof.

Vervolgens werd de geoorloofdheid van de vergelijking onderzocht, en meer bepaald de cumulatieve criteria van wezenlijkheid, relevantie, controleerbaarheid en representativiteit van het vergeleken kenmerk en de objectiviteit van de vergelijking zelf. Dit laatste vormde geen probleem aangezien de artikels geen concrete vergelijking maakten met concurrerende producten, maar zich beperkten tot het uiten van kritiek op een bouwprocédé. Verwerende partij maakte haar deze kritiek eigen door ze op haar website te plaatsen, waardoor men onrechtstreeks toch in een vergelijkende context tussen concurrenten kwam. Het hof achtte de bestanden verder voldoende onderbouwd, wezenlijk, relevant, controleerbaar en representatief, en dit mede gelet op het feit dat ze ofwel geschreven waren door ingenieurs of door personen verbonden aan expertisecentra, ofwel gebaseerd waren op onderbouwde studies, ofwel een relaas vormden van getuigenissen met verwijzingen naar officiële publicaties. De vergelijkende reclame werd bijgevolg geoorloofd bevonden.

 

Voetnoten:

  1. Gent 22 januari 2018, Rolnr. 2017/AR/910.

Team

Related news

26.09.2018 BE law
Une publicité licite peut devenir illicite sous le nez d’un concurrent

Articles - Le 7 mai 2018, la Cour d’appel de Gand[1] a de nouveau précisé un certain nombre de circonstances pouvant amener à considérer l’exercice de la liberté du commerce et de la concurrence comme une pratique commerciale illicite. La liberté de concurrence implique en principe la liberté de faire de la publicité et de débaucher une clientèle. Ces pratiques commerciales sont seulement susceptibles de devenir illicites à partir du moment où elles s’accompagnent de circonstances spécifiques et aggravantes.    

Read more

26.09.2018 BE law
Rechtmatige reclame onder de neus van een concurrent kan onrechtmatig worden

Articles - Op 7 mei 2018 verduidelijkte het Hof van Beroep te Gent[1] opnieuw enkele omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat een uitoefening van de principiële vrijheid van handel en concurrentie toch een onrechtmatige handelspraktijk kan uitmaken. De vrijheid van mededinging impliceert dat men in principe vrij is om o.m. reclame te maken en cliënteel af te werven. Alleen wanneer deze handelspraktijken gepaard gaan met specifieke begeleidende bezwarende omstandigheden, kunnen zij een onrechtmatig karakter krijgen.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring