Short Reads

Hof van beroep te Gent matigt te ruim niet-concurrentiebeding

Stibbe - Unfair competition and consumer protection - Update apr 2018

Hof van beroep te Gent matigt te ruim niet-concurrentiebeding

17.04.2018 BE law

De zaak[1] betrof een aandelenoverdracht van een onderneming actief in de verlichtingssector.

De zaakvoerder van de onderneming kocht op deze manier de andere twee aandeelhouders uit. De verkoopovereenkomst bevatte een niet-concurrentiebeding van vijf jaar dat zich uitstrekte over het gehele grondgebied van de Europese Unie waarbij de verkopers er zich toe verbonden geen verlichtingsarmaturen te produceren of commercialiseren die afgeleid zijn van én ernstige vormelijke gelijkenissen vertonen met een ontwerp in het huidige gamma van de onderneming in kwestie, in ruil voor een vergoeding van 50.000 EUR voor elke verkoper.

De discussie betrof de geldigheid van het niet-concurrentiebeding en, desgevallend, de schending ervan.

In eerste aanleg kreeg de zaakvoerder-koper gelijk, en werden de verkopers veroordeeld tot het betalen van een forfaitaire schadevergoeding voor het schenden van het niet-concurrentiebeding en tot het terugbetalen van de reeds uitbetaalde compensatie.

In beroep werd het niet-concurrentiebeding echter nietig verklaard. Het hof van beroep te Gent stelde, onder verwijzing naar het decreet d’Allarde (dat het geldende recht was ten tijde van het sluiten van de overeenkomst) dat de duur de tijd die de overnemer nodig heeft om zijn cliënteel te vormen – in casu geraamd op 36 maanden – overschreed. Bovendien werd er enkel goodwill overgedragen (en geen knowhow). Volgens de Mededeling van de Commissie betreffende beperkingen die rechtstreeks verband houden met en noodzakelijk zijn voor de totstandbrenging van concentraties[2], zijn niet-concurrentiebedingen in zulk geval zelfs slechts voor perioden van maximaal twee jaar gerechtvaardigd. Ook geografisch werd het beding te ruim bevonden, gezien de onderneming voornamelijk actief is in de Benelux, Frankrijk en Engeland en internationalisering niet aannemelijk is.

Het hof oefende vervolgens haar matigingsbevoegdheid uit (mede onder verwijzing naar het door partijen voorziene ‘deelbaarheidsbeding'), en hervormde het niet-concurrentiebeding zodat het slechts een periode van drie jaar en het grondgebied van de Benelux, Frankrijk en Engeland betrof. Het mag vermeld worden dat het gematigde beding aldus nog steeds een langere duurtijd beslaat dan de duurtijd die door de Europese Commissie in een soortgelijke situatie wordt aanbevolen.

Het hof oordeelde verder dat er in ieder geval geen schending was van het (gematigde) niet-concurrentiebeding bij gebreke aan de noodzakelijke ‘ernstige vormelijke gelijkenissen’ tussen de producten van eisende en verwerende partij(en). De verkopers haalden bijgevolg toch nog hun slag thuis.

 

Voetnoten:

  1. Gent 5 februari 2018, Rolnr. 2016/AR/405.
  2.  PBEU 2005 C 56/03.

Team

Related news

26.04.2021 BE law
L’appropriation frauduleuse de listes de clients à des fins de détournement de clientèle constitue une pratique commerciale déloyale et une violation du secret d’affaires

Articles - La Cour d’appel de Gand a jugé que l’appropriation frauduleuse de listes de clients ainsi que l’utilisation de celle-ci constituent un détournement illicite de clients ainsi qu’une violation de l’article XI. 332/4 CDE (secret d’affaires).[1]

Read more

26.04.2021 BE law
L'utilisation illégale de secrets d'affaires obtenus de façon illicite conduit à une injonction temporaire de cesser une activité économique spécifique

Articles - Le président du tribunal d’entreprise de Gand a jugé que l'utilisation de secrets d’affaires obtenus de façon illicite, tels que des informations techniques sur les produits, lorsqu’une personne morale ou physique savait ou aurait dû savoir que ces derniers avaient été obtenus de façon illicite, viole l'article XI.332/4 du Code de droit économique (CDE) et est contraire à la concurrence loyale (article VI.104 CDE).

Read more

26.04.2021 BE law
Openbaarmaking en bedrijfsgeheimen, waar ligt de grens?

Articles - De Voorzitter van de Ondernemingsrechtbank te Brussel, zetelend zoals in kortgeding, heeft geoordeeld dat de openbaarmaking van een geheim productieproces door een ex-werknemer aan een concurrerende onderneming een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt (schending van artikel XI.332 van het Wetboek Economisch Recht).[1] 

Read more

26.04.2021 BE law
Violation d’obligation contractuelle et tierce complicité – le juge des cessations peut établir l’existence d’une rupture de contrat

Articles - La Cour de Cassation a confirmé que même si les infractions liées aux pratiques de marché loyales relèvent de la responsabilité extracontractuelle, le juge des cessations, afin d’établir une éventuelle tierce complicité de la violation contractuelle, est compétent pour se prononcer sur l’existence d’une rupture de contrat à laquelle la société tierce a participé.

Read more