Articles

FAQ: vergt uw project of plan een passende beoordeling?

Stibbe - E & P Blog - Geen beschermingsmaatregelen in een voortoets

FAQ: vergt uw project of plan een passende beoordeling?

18.04.2018 BE law

Arrest C‑323/17 van het Europees Hof van Justitie is relevant voor elke initiatiefnemer die zich afvraagt of een passende beoordeling nodig is. Met name antwoordt het Hof, in een Ierse zaak over windparkkabels en mosselen, negatief op de vraag of de voortoets, die aan de passende beoordeling voorafgaat, reeds mitigerende of beschermingsmaatregelen (meer bepaald: maatregelen ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen van het voorgenomen project) mag bevatten.

Deze post zet een stap achteruit en bespreekt het ruimere kader van het instrument van de passende beoordeling. 

Even recapituleren: de passende beoordeling

Al sinds 1988 worden in Vlaanderen "Speciale BeschermingsZones" (vaak ook verkort tot "SBZ") aangeduid. De aanduiding van een SBZ beoogt om de belangrijkste habitats en soorten binnen Europa te beschermen. Een SBZ kan zowel een Habitatrichtlijngebied, Vogelrichtlijngebied of beiden omvatten.

Alle SBZ samen vormen het Natura 2000-netwerk. In het Vlaamse Gewest ziet het Natura 2000-netwerk er als volgt uit:

(Bron: www.geopunt.be. Blauw: Volgelrichtlijngebied. Groen: Habitatrichtlijngebied)

Europees is als doelstelling voorzien om negatieve effecten op dergelijke SBZ's te vermijden. Daarom voorziet de Habitatrichtlijn in het instrument van de zgn. "passende beoordeling". In een passende beoordeling gaat men na wat de mogelijke gevolgen zijn van een plan of project op het betrokken SBZ. Daarbij is ook met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat SBZ rekening te houden. 

Het principe is volgens de Europese Habitatrichtlijn relatief simpel: de opmaak van een passende beoordeling is vereist indien cumulatief:

  1. een initiatiefnemer in een SBZ een plan/project wil verwezenlijken dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor, het beheer van dat SBZ; en
  2. het voorgenomen plan/project afzonderlijk (of in combinatie met andere plannen of projecten) significante gevolgen voor dat SBZ kan hebben.

In principe kan het project pas eerst doorgang vinden als de passende beoordeling uitwijst dat de natuurlijke kenmerken van het SBZ niet zullen worden aangetast en, in voorkomend geval, na voldoende inspraak daaromtrent.

Slechts zeer uitzonderlijk kan een project alsnog doorgang vinden indien er toch een negatief gevolg voor het SBZ dreigt. Daarvoor gelden drie strikte voorwaarden:

  1. er bestaan geen alternatieve oplossingen; en
  2. het plan/project is ingegeven door dwingende redenen van groot openbaar belang; en
  3. er zijn compenserende maatregelen genomen die de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaren.

Impact of niet? Start met voortoets

Om na te gaan of een passende beoordeling vereist is, kan een initiatiefnemer van een project vooraf een zgn. "voortoets" uitvoeren:

(Bron: www.natura2000.vlaanderen.be/passendebeoordeling)

De voortoets onderzoekt of aan de reeds vermelde dubbele cumulatieve voorwaarden is voldaan. Via een handige voortoets-tool kan u de mogelijke implicaties van een project op een SBZ nagaan.

Vraag rijst nu of deze voortoets al rekening mag houden met maatregelen die de eventuele significante gevolgen voor een SBZ zouden verminderen of zelfs (volledig) vermijden. Die werkwijze zou immers kunnen toelaten om vrij eenvoudig tot het besluit te komen dat zich geen passende beoordeling opdringt.

Het Hof van Justitie heeft op 12 april 2018 in arrest C-323/17 geoordeeld dat dit niet kan.

Wat kan ( en vooral: wat kan niet ! ) in voortoets? Het Hof trekt grenzen

Feiten

Samengevat wenste een Iers overheidsbedrijf (Coillte) voor de aansluiting van een windturbinepark op het elektriciteitsnet een kabel doorheen de rivieren Nore en Barrow aan te leggen. Beide rivieren zijn als speciale beschermingszones aangewezen.

In de rivieren bevindt zich eveneens de Margaritifera durrovensis, ofwel de ‘Nore-beekparelmossel’ (weetje: een mossel die maar liefst 70 tot 100 jaar oud kan worden en ook onder de Bern Conventie beschermd is). Gekend is dat de mosselpopulatie de afgelopen decennia niet enkel niet meer aangroeit, maar ook nog eens sterk blijkt uitgedund.

Naar aanloop van het project had het Ierse overheidsbedrijf een vooronderzoek laten uitvoeren om de eventuele noodzaak tot het opstellen van een passende beoordeling te onderzoeken. Uit dit vooronderzoek bleek dat jonge beekparelmossels mogelijks zouden omkomen wegens zuurstofgebrek (ingevolge de sedimentatie van het steen- en zandgruis veroorzaakt door de kabelwerken).

In het vooronderzoek werden meteen beschermingsmaatregelen (meer precies: "maatregelen ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen") betrokken om deze impact op de mosselpopulatie te verhinderen. Het ging in feite om mitigerende maatregelen omdat zij tegemoet kwamen aan de impact van het project op de mosselen.

Finaal besloot het vooronderzoek, onder meer op basis van deze beschermingsmaatregelen, dat de opmaak van een passende beoordeling niet vereist was. Er volgde geen passende beoordeling meer.

Prejudiciële vraag

De verwijzende rechter stelde volgende vraag aan het Hof van Justitie:

"Mogen mitigerende maatregelen in aanmerking worden genomen bij de voorevaluatie ter vaststelling of een passende beoordeling op grond van artikel 6, lid 3, van de habitatrichtlijn moet worden verricht, en zo ja in welke omstandigheden mogen dergelijke maatregelen dan in aanmerking worden genomen?"

Antwoord 

Het Hof van Justitie meent dat de opname van maatregelen ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen net impliceert dat er wellicht wél negatieve significante effecten zullen plaatsvinden. De maatregelen dienen immers om deze effecten te vermijden.

Het Hof vervolgt dat de volledige evaluatie van dergelijke maatregelen pas in de fase van de passende beoordeling kan gebeuren. Zo niet, dreigt een uitholling van de verplichting van de passende beoordeling.

Het Hof besluit bijgevolg – in het verlengde hiervan – dat:

[o]p de gestelde vraag [dient] te worden geantwoord dat artikel 6, lid 3, van de habitatrichtlijn aldus moet worden uitgelegd dat, om te bepalen of in een later stadium een passende beoordeling moet worden verricht van de gevolgen van een plan of project voor een betrokken gebied, in de fase van de voorevaluatie de maatregelen ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen van dat plan of project voor dat gebied niet in aanmerking dienen te worden genomen."

Met andere woorden: het Hof meent dat "maatregelen ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen" van het voorgenomen project, niet nuttig zijn voor het antwoord op de vraag of een passende beoordeling nodig is. 

Gevolg: opname van mitigerende maatregelen in voortoets is maat voor niets

Het oordeel van het Hof komt niet uit het niets. Het Hof maakt er geen geheim van dat zij de passende beoordelingsplicht in het licht van de doelstelling van de Europese natuurrichtlijnen leest.

Eerder oordeelde het Hof ook al dat het concept van natuurkerngebieden (robuuste natuur) op planniveau niet kon dienen om aan de plicht tot compenserende maatregelen te ontkomen (zaak C-387/15 en C-388/15, Orleans t. Vlaamse Gewest).

Indien uw project dus significante gevolgen op een SBZ kan veroorzaken, zal het niet volstaan om preventief beschermings- of mitigerende maatregelen in de voortoets op te nemen met als doel om aan de opmaak van een passende beoordeling te ontkomen.

 

Dit artikel is mede geschreven door Emma Holleman in haar hoedanigheid van medewerker bij Stibbe.

Related news

20.10.2021 NL law
FAQ: What will change with the entry into force of the Woo compared to the Wob? An update

Short Reads - The Open Government Act (“Woo”) is to replace the Government Information (Public Access) Act (“Wob”). The Woo initiative proposal was passed in the Dutch House of Representatives in 2016; see our earlier Stibbeblog. However, the impact analysis that followed showed that the Woo as proposed was potentially impracticable for local governments. This led to amendments to the bill, which was passed by the House of Representatives on 26 January 2021. 

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

20.10.2021 NL law
FAQ: Wat verandert er met de inwerkingtreding van de Woo ten opzichte van de Wob? Een update

Short Reads - De wet open overheid (“Woo”) moet de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) vervangen. Al in 2016 is het initiatiefvoorstel van de Woo aangenomen in de Tweede Kamer. Hierover kon u eerder een Stibbeblog lezen. De impactanalyse die volgde toonde echter aan dat de Woo zoals voorgesteld mogelijk onuitvoerbaar was voor decentrale overheden. Dit heeft geleid tot wijzigingen in het wetsvoorstel dat op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer is aangenomen. 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more