Short Reads

Uitvoering van een project voordat een ontheffing in rechte vast staat, komt voor rekening en risico van de initiatiefnemer

Uitvoering van een project voordat een ontheffing in rechte vast staa

Uitvoering van een project voordat een ontheffing in rechte vast staat, komt voor rekening en risico van de initiatiefnemer

04.09.2017 NL law

Uitvoering van een project voordat een ontheffing in rechte vast staat, komt voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Zeker als grote investeringen gemoeid zijn met de realisering van het project ligt het op de weg van de initiatiefnemer om te wachten met de uitvoering van het project totdat de ontheffing onherroepelijk is geworden. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 augustus 2017 (ECLI:RVS:2017:2237).

De Afdeling oordeelt dat het zeer ongewenst is dat minder snel kan worden opgetreden tegen een overtreding naarmate die grootschaliger is. De Afdeling beoordeelt daarom kritisch of een bestuursorgaan terecht het standpunt inneemt dat handhavend optreden onevenredig is.

De voorgeschiedenis: four strikes and you're out

De provincie Groningen wilde in 2008 het project “Van Turfvaart naar Toervaart” uitvoeren en heeft het inmiddels ook uitgevoerd. Dit project hield in dat kanalen in Groningen die vroeger bedoeld waren voor het vervoer van turf, geschikt zijn gemaakt voor recreatievaart. Voor het project heeft de provincie Groningen een ontheffing aangevraagd op grond van de Flora- en faunawet (Ffw), thans de Wet natuurbescherming (Wnb). In dit kanaal komt de groene glazenmaker voor. Deze libellesoort is zeldzaam en behoort tot de strikt beschermde diersoorten zoals aangewezen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn (Hrl). De libelle is kwetsbaar, onder meer omdat deze afhankelijk is van krabbenscheer. Krabbenscheer is een waterplant en vormt het leefgebied van de groene glazenmaker, zo legt deze libelle haar eitjes in krabbenscheer. Als krabbenscheer verdwijnt, verdwijnt ook de groene glazenmaker. Tot vier keer toe heeft de staatssecretaris van EZ een beslissing op bezwaar genomen om te motiveren waarom de Ffw-ontheffing kon worden verleend. Op 18 februari 2015 heeft de Afdeling uiteindelijk geoordeeld dat de ontheffing ten onrechte is verleend, die ontheffing herroepen en zelf voorziend de ontheffingsaanvraag van de provincie Groningen afgewezen. Meer over deze uitspraak kunt u in dit blog lezen.

Is handhavend optreden onevenredig?

De werkzaamheden voor het project zijn uitgevoerd zonder ontheffing. Daarbij is de krabbenscheer verplaatst naar een compensatiesloot. Inmiddels is gebleken dat die compensatiesloot ook daadwerkelijk niet geschikt is voor de groene glazenwasser. Het kwaad is dus al geschied.

De staatssecretaris besluit om af te zien van handhavend optreden, omdat dit onevenredig zou zijn. Het voortbestaan van de groene glazenmaker in de omgeving zou niet in geding zijn, terwijl het terugdraaien van het project grote gevolgen zou hebben voor de werkgelegenheid in de regio.

De Afdeling wijst allereerst op haar vaste jurisprudentie over de beginselplicht tot handhaving. Sinds de eerdere uitspraak uit 2015 staat vast dat er geen concreet zicht op legalisatie bestaat. De vervolgvraag die de Afdeling in deze zaak moet beantwoorden is of handhaving zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van handhavend optreden behoort te worden afgezien.

Er zijn diverse locaties onderzocht op geschiktheid als compensatiegebied. Van één locatie is gebleken dat deze technisch gezien geschikt gemaakt zou kunnen worden voor krabbenscheer door de oevers aan te passen. De provincie betoogt echter dat dit meer dan € 7 miljoen zou kosten voor de aanleg en het beheer en onderhoud en dat zij nog maar een budget heeft van € 15.000,00, omdat het project al € 7,4 miljoen heeft gekost. De provincie heeft daarom voorgesteld om Het Groninger Landschap financieel te ondersteunen met €30.000,00 voor onderzoek naar het beheer van krabbenscheer in de regio.

De Afdeling gaat hier niet in mee en overweegt daartoe allereerst dat de provincie het project heeft uitgevoerd zonder onherroepelijke ontheffing. Het gaat hierbij niet om een incidentele overtreding, maar om een voortdurende overtreding zolang er niet is gecompenseerd of zolang het plangebied niet in de oude toestand is teruggebracht. Het gaat ook om een ernstige overtreding.

De staatssecretaris heeft zich, aldus de Afdeling, ten onrechte op het standpunt gesteld dat handhavend optreden onevenredig is en er om die reden van moet worden afgezien: "Dat het project is uitgevoerd voordat de ontheffing in rechte vast stond, komt voor rekening en risico van de provincie. Juist in het voorliggende geval waarin grote investeringen gemoeid zijn met de realisering van het project, had het op de weg van de provincie gelegen om te wachten met de aanleg van het Westerdiepsterdalkanaal totdat de ontheffing onherroepelijk zou zijn geworden. Daar komt bij dat het zeer ongewenst is dat minder snel kan worden opgetreden tegen een overtreding naarmate die grootschaliger is."

De Afdeling is het wel met de provincie eens dat het onderzochte alternatief vanwege de hoge kosten geen reële optie is. Desalniettemin had de staatssecretaris niet van handhaving kunnen afzien wegens onevenredigheid. Er zal alsnog gezocht moeten worden naar een andere compensatielocatie, aldus de Afdeling.

Afronding

Dit betekent dat na negen jaar procederen het einde nog niet in zicht is. Het valt toe te juichen dat de Afdeling niet lichtvaardig oordeelt dat, omdat het kwaad al is geschied en compensatie lastig en duur is, van handhavend optreden mag worden afgezien. De Afdeling acht het van belang dat (natuurbeschermings)regels ook daadwerkelijk worden nageleefd. Daarmee is de uitspraak voor initiatiefnemers ook een waarschuwing: het uitvoeren van een project voordat een Wnb-ontheffing onherroepelijk is, is niet zonder risico en kan tot complexe en kostbare compensatieverplichtingen leiden.

Related news

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

09.08.2019 NL law
Implementatiewet gewijzigde Kaderrichtlijn afvalstoffen in consultatie tot 3 september 2019 – op naar een circulaire economie?

Short Reads - Op 24 juli 2019 is een concept AMvB in consultatie gegaan, die strekt tot wijziging van enkele besluiten ten behoeve van de implementatie van de gewijzigde Kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG, "Kra", zoals gewijzigd door Richtlijn 2018/851/EU). Deze concept AMvB betreft onder andere de gescheiden inzameling van afvalstoffen en de registratie- en meldplichten met betrekking tot stoffen, mengsels, producten en afvalstoffen In dit blogbericht bespreken wij de wijzigingen die de concept AMvB beoogt, de praktische gevolgen ervan en het doel van de concept AMvB.

Read more

14.08.2019 BE law
Verklaring van openbaar nut is geen "project" in de zin van de MER-regelgeving

Articles - In een recent arrest bevestigt de Raad van State dat "verklaringen van openbaar nut", bedoeld in artikel 10 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen niet onder het begrip "project" uit de project-MER-regelgeving valt. Of hetzelfde geldt voor elk type gelijkaardige administratieve toelating, is daarmee evenwel nog niet gezegd. Niettemin geeft de Raad met zijn arrest een belangrijk signaal dat niet elke mogelijke toelating onder de project-MER-regelgeving valt.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring