Short Reads

Monitoringsvoorschriften bij ontheffing soortenbescherming voor windpark Wieringermeer geschrapt

Monitoringsvoorschriften bij ontheffing soortenbescherming voor windp

Monitoringsvoorschriften bij ontheffing soortenbescherming voor windpark Wieringermeer geschrapt

19.10.2017 NL law

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft voorschriften die verplichten tot monitoring van vogelslachtoffers bij windpark Wieringermeer geschrapt, omdat de motivering niet voldeed. Het enkel willen vergaren van meer informatie over de slachtofferaantallen bij vogels vormt namelijk onvoldoende motivering. Tevens doet de Afdeling uitspraak over de bevoegdheid van de staatssecretaris onder het overgangsrecht van de Wet natuurbescherming

Voorschriften bij een ontheffing tot monitoring van aanvaringsslachtoffers

De uitspraak heeft betrekking op een ontheffing onder de Wet natuurbescherming ("Wnb") voor de exploitatie van het windpark Wieringermeer. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden die verplichten tot monitoring van de aanvaringsslachtoffers onder vogels. Een rapportage van de monitoring dient jaarlijks te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag, op basis waarvan het bevoegd gezag eventuele aanvullende maatregelen zou kunnen opleggen.

Ter motivering van deze voorschriften is in het besluit opgenomen dat inzichtelijk moet worden gemaakt in hoeverre hetgeen in het onderzoek bij de aanvraag om ontheffing over de slachtofferaantallen is gesteld na realisatie van het windpark klopt. Oftewel, een verificatie van hetgeen is aangevraagd en om te voorkomen dat er meer slachtoffers zullen vallen dan toegestaan. Ter zitting wordt namens de staatssecretaris over de noodzaak van monitoring nog opgemerkt dat er behoefte bestaat kennis te vergaren over de sterfte van de soorten, omdat wordt verwacht dat het aantal slachtoffers lager zou zijn dan onderzocht.

In beroep voeren de houders van de ontheffing, exploitanten van het windpark Wieringermeer, onder meer aan dat de jaarlijkse kosten voor monitoring € 211.200,- per jaar zijn. Ter zitting merkte de staatssecretaris op geen zicht te hebben op deze kosten.

De Afdeling vernietigt het besluit voor zover het de voorschriften voor monitoring betreft. Volgens de Afdeling kan de staatssecretaris niet in redelijkheid stellen dat het noodzakelijk was deze voorschriften te verbinden aan de ontheffing. De enkele verwachting omtrent het aantal slachtoffers en behoefte aan kennisverklaring zijn hiervoor onvoldoende.

Overgangsrecht Wnb: staatssecretaris blijft bevoegd

De staatssecretaris stelt ter zitting nog diens eigen bevoegdheid tot het nemen van het besluit ter discussie, hetgeen een curieus standpunt is. Als dit standpunt wordt gevolgd, zou de ontheffing namelijk vernietigd kunnen worden. De staatssecretaris lijkt dus een vernietiging van het eigen besluit vanwege een formeel punt na te streven. De achtergrond van deze stelling is als volgt. Door de staatssecretaris is bij besluit van 8 oktober 2015 al eerder ontheffing verleend, maar deze ontheffing is door de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigd. Het nieuwe besluit is genomen op 16 maart 2017, na de inwerkingtreding van de Wnb op 1 januari 2017. Op basis van het recht zoals dat geldt na 1 januari 2017 is het college van gedeputeerde staten ("GS") van een provincie bevoegd tot verlening van de ontheffing. De vraag rijst dus of na vernietiging van het eerdere besluit de staatssecretaris of GS bevoegd is tot ontheffingverlening.

De Afdeling concludeert op basis van het overgangsrecht van de Wnb dat de staatssecretaris nog steeds bevoegd is. Weliswaar is met de inwerkingtreding van de Wnb de bevoegdheid tot ontheffingverlening overgegaan van de staatssecretaris naar GS, maar op deze hoofdregel is in artikel 9.10, lid 4 Wnb een uitzondering gemaakt. Als een aanvraag om ontheffing is ingediend voordat  de nieuwe wet inwerking is getreden, blijft de staatssecretaris bevoegd tot het nemen van besluiten. Volgens de Afdeling is deze uitzondering hier van toepassing, aangezien de aanvraag is ingediend voor 1 januari 2017. De eerdere vernietiging van een besluit doet deze overgangsregeling niet vervallen.

Wanneer sprake van redelijke voorschriften?

Dit is een tweede uitspraak van de Afdeling in korte tijd waarin voorschriften opgelegd bij een ontheffing voor een windpark onderuit gaan. Eerder schreven wij al over de ontheffing voor windpark Slufterdam. In die uitspraak is in principe geaccepteerd dat voorschriften ter bescherming van soorten verder mogen gaan dan noodzakelijk voor de gunstige staat van instandhouding. Niettemin kan van de bevoegdheid tot het opleggen van voorschriften enkel in redelijkheid gebruik worden gemaakt, hetgeen de Afdeling ook herhaalt in de nieuwe uitspraak voor windpark Wieringermeer. Gezien de vernietiging van de verbonden voorschriften rijst dan de vraag wanneer het stellen van dergelijke voorschriften redelijk is te achten. In ieder geval ligt er huiswerk voor de staatssecretaris om een motivering te geven waaruit blijkt dat het opleggen van voorschriften redelijk zou zijn. Op basis van de uitspraken moet daarbij in ieder geval aandacht worden besteed aan de noodzaak van de voorschriften, de effectiviteit en naleefbaarheid daarvan en de consequenties voor de ontheffinghouder.

Related news

12.09.2018
Nadere uitleg van de Hoge Raad over 'op de zaak betrekking hebbende stukken'

Short Reads - De Hoge Raad heeft in drie belangwekkende arresten van 17 augustus 2018 een nadere uitleg gegeven over het verstrekken van op de zaak betrekking hebbende stukken. De drie arresten gaan over belastingzaken maar zij zijn relevant voor het hele bestuursrecht. In dit blogbericht gaan wij in op deze arresten en de betekenis daarvan voor de praktijk. Wij zullen in het bijzonder stilstaan bij de wijze waarop de Hoge Raad oordeelt over het verstrekken van gegevens bij geautomatiseerde besluitvorming.

Read more

12.09.2018 NL law
Wetsvoorstel wijziging Crisis- en herstelwet (Transitiewet Omgevingswet) ingediend bij de Tweede Kamer

Short Reads - Op 5 september 2018 heeft de regering het wetsvoorstel tot wijziging van de Crisis- en herstelwet (Chw) (Kamerstukken II 2017/18, 35 013, nrs 1-3) ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel beoogt onder meer te voorzien in snellere en gemakkelijker procedures om woningbouw te versnellen. Ook overbrugt het wetsvoorstel de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet (vooralsnog 1 januari 2021) en kan daarom ook worden beschouwd als een transitiewet naar de Omgevingswet.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring