Articles

Annotatie onder Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden - 14-02-2017

Annotatie onder Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden - 14-02-2017

Annotatie onder Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden - 14-02-2017

19.10.2017 NL law

Nu de verkoop van de inventaris meer dan een jaar voor het faillissement heeft plaatsgevonden, is het bewijsvermoeden van art. 43 Fw niet van toepassing. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het paulianeus handelen rusten dan ook op de curator. De enkele omstandigheid dat het niet goed ging met de onderneming, betekent nog niet dat op dat moment te voorzien was dat een faillissement onafwendbaar was.

De vraag of sprake is van benadeling van schuldeisers moet beoordeeld worden naar het moment waarop de curator zijn rechten doet gelden (vgl. HR 24 april 2009, «JOR» 2010/22, m.nt. NEDF (Dekker q.q./Lutèce). De vraag of benadeling aanwezig is, moet worden beantwoord door de hypothetische situatie waarin de schuldeisers zouden hebben verkeerd zonder de gewraakte rechtshandeling, te vergelijken met de situatie waarin zij feitelijk verkeren als die rechtshandeling onaangetast blijft (vgl. HR 19 oktober 2001, «JOR» 2001/269, m.nt. NEDF (Diepstraten/Gilhuis q.q)). Van benadeling is sprake in geval een actief dat voor de schuldeisers beschikbaar was uit het vermogen is verdwenen zonder dat daar gelijkwaardige verhaalsmogelijkheden voor in de plaats zijn gekomen, ook al is het vermogen per saldo gelijk gebleven doordat een schuld van de gefailleerde is verminderd (vgl. HR 22 mei 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0615 (Bosselaar q.q./Interniber)). Op het moment dat de curator zijn rechten deed gelden, was de voorraad niet meer aanwezig zodat de gezamenlijke crediteuren zich daarop niet meer konden verhalen. Doordat betaling had plaatsgevonden middels verrekening, was het vermogen van failliet weliswaar per saldo gelijk gebleven, maar aangezien de verkoopopbrengst enkel aan geïntimeerde sub 1 ten goede is gekomen en er geen gelijkwaardige verhaalsmogelijkheid voor in de plaats is gekomen, is er sprake van benadeling van de overige schuldeisers.

Robbert Jan van der Weijden schreef de annotatie bij deze uitspraak. Deze annotatie is gepubliceerd in JOR 2017/244.

Lees de volledige annotatie.

Related news

15.03.2019 EU law
European Court of Justice issues landmark ruling on parental liability

Short Reads - On 14 March the European Court of Justice issued a landmark judgment in the Skanska case. In this ruling, the Court of Justice held that parent companies can be held liable for the damage caused by a competition infringement committed by their subsidiary if the parent company (that holds all the shares in the subsidiary) has dissolved the subsidiary but continued its economic activity.

Read more

01.03.2019 NL law
Does selling a phone on an online marketplace make you a "trader" under the Unfair Commercial Practices Directive and the Consumer Rights Directive?

Short Reads - Online marketplaces provide sales channels not only for professional traders but also for individuals selling second-hand goods. For buyers, online advertisements do not always make it clear whether the seller is a professional trader or an individual. This distinction is important because consumers buying from a professional trader can benefit from EU consumer laws, while these protections do not apply in consumer-to-consumer sales.

Read more

13.03.2019 NL law
Financial Services Disputes in the Netherlands

Articles - What are the most common causes of actions taken by or against financial institutions and service providers in Dutch jurisdiction? Who has a right of action in financial services disputes? Does it make a difference if the customer is an individual or a commercial entity? Is there a specialist court or specialist judges for financial services litigation? Roderik Vrolijk and Daphne Rijkers provide answers to these and other questions about financial services disputes in the Netherlands.

Read more

15.02.2019 NL law
Commercial interest on overdue interest payments on a loan – uncertainty remains

Short Reads - If a person buys a car from a car dealer and fails to pay the purchase price on the agreed date, that person has to pay not only the purchase price but also statutory interest (Clause 6:119 DCC), unless otherwise agreed. If a car dealer buys the same car from an importer and fails to pay the purchase price on the agreed date, that car dealer has to pay commercial interest, which is a much higher rate, instead of the normal statutory interest (Clause 6:119a DCC).

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring