Short Reads

NZa mag tarieven zorgaanbieder niet openbaar te maken

NZa mag tarieven zorgaanbieder niet openbaar te maken

NZa mag tarieven zorgaanbieder niet openbaar te maken

06.01.2017 NL law

De Nederlandse Zorgautoriteit ("NZa") heeft terecht geweigerd informatie openbaar te maken over gedeclareerde zorgproducten per zorgaanbieder uit het landelijke DBC-Informatiesysteem, nu deze financiële gegevens vertrouwelijke bedrijfsgegevens betreffen als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur ("Wob"). Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de "Afdeling") in haar uitspraak van 21 december 2016 geoordeeld.

Achtergrond van het verzoek

Zorgaanbieders declareren bij zorgverzekeraars per Diagnose Behandeling Combinatie ("DBC"). Dit is een declarabele prestatie die de uitkomst is van het geDe Nederlandse Zorgautoriteit ("NZa") heeft terecht geweigerd informatie openbaar te maken over gedeclareerde zorgproducten per zorgaanbieder uit het landelijke DBC-Informatiesysteem, nu deze financiële gegevens vertrouwelijke bedrijfsgegevens betreffen als bedoeld in de Wet openbaarheid van bestuur ("Wob"). Dit heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de "Afdeling") in haar uitspraak van 21 december 2016 geoordeeld.hele traject vanaf de diagnose tot en met de behandeling die uit de diagnose volgt.

Appellant heeft verzocht om openbaarmaking van alle documenten uit het DBC-Informatiesysteem over (i) de aantallen declareerde DBC-zorgproducten, per DBC-zorgproduct, per maand en per zorgaanbieder, (ii) de passantentarieven en (iii) de gehanteerde prijs per DBC-zorgproduct per zorgaanbieder. Zowel het DIS, dat de gegevens ontvangt en beheert, als de NZa (in bezwaar) heeft geweigerd deze informatie openbaar te maken. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard, waarna appellant in hoger beroep is gegaan.

De Wet openbaarheid van bestuur

Op grond van de Wet openbaarheid van bestuur kan een ieder een bestuursorgaan verzoeken om openbaarmaking van informatie over een bestuurlijke aangelegenheid (artikel 3 lid 1 Wob). De gevraagde informatie wordt niet openbaar gemaakt voor zover deze informatie bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld (artikel 10 lid 1 sub c Wob). Het betreft een absolute weigeringsgrond, wat betekent dat het bestuursorgaan verplicht is te weigeren om de informatie openbaar te maken, als is voldaan aan de volgende twee cumulatieve voorwaarden: (i) de informatie betreft bedrijfs- en/of fabricagegegevens en (ii) de informatie is in vertrouwelijkheid met het overheidsorgaan gedeeld.

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling is sprake van bedrijfs- en/of fabricagegegevens indien en voor zover uit deze gegevens wetenswaardigheden kunnen worden afgelezen of afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces dan wel met betrekking tot de afzet van de producten of de kring van afnemers en leveranciers. Gegevens die uitsluitend de financiële bedrijfsvoering betreffen, kunnen onder omstandigheden ook als bedrijfsgegevens worden aangemerkt (ABRvS 3 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX8990). Voor het antwoord op de vraag of informatie vertrouwelijk is medegedeeld, is voldoende dat de gegevens zijn verstrekt in een contact met het bestuursorgaan dat een onderneming redelijkerwijs als vertrouwelijk mocht beschouwen (ABRvS 17 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:288).

Het oordeel van de Afdeling: gegevens terecht geweigerd

De Afdeling komt tot het oordeel dat de NZa terecht heeft geweigerd de opgevraagde gegevens openbaar te maken.

Allereerst gaat de Afdeling in op de vraag of sprake is van bedrijfs- en/of fabricagegegevens en komt tot een bevestigend oordeel. Aan dit oordeel legt de Afdeling ten grondslag dat uit de gegevens "onmiskenbaar wetenswaardigheden over de afzet van producten kunnen worden afgeleid". Hoewel een prijs van een zorgproduct een gegeven is dat uitsluitend de financiële bedrijfsvoering betreft, kan in dit geval, gelet op de samenhang van de prijs van een DBC-zorgproduct met de andere verzochte gegevens, ook de prijs als een bedrijfs- en fabricagegegeven worden aangemerkt, aldus de Afdeling. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de NZa aannemelijk heeft gemaakt dat die prijzen een voorspellende waarde hebben voor toekomstige onderhandelingen en dat een onderhandelingspartij zijn voordeel kan doen met de openbaar gemaakte prijzen over voorgaande jaren.

Vervolgens beantwoordt de Afdeling ook de vraag of de gevraagde informatie vertrouwelijk is medegedeeld aan een overheidsorgaan bevestigend. Hiertoe overweegt de Afdeling dat gelet op de aard, de omvang en de mate van gedetailleerdheid van de door de zorgaanbieders aan de NZa geleverde informatie en gelet op de omstandigheid dat daaruit wetenswaardigheden over de afzet van producten kunnen worden afgeleid, de informatie vertrouwelijk is medegedeeld. De Afdeling vindt bevestiging in de toelichting op de Regeling, waarin staat vermeld dat de bij het DIS aangeleverde Minimale Dataset informatie bevat met een vertrouwelijk karakter.

Relevantie van deze uitspraak voor de praktijk

De uitspraak is allereerst interessant voor zorgaanbieders, omdat het duidelijk maakt dat hun prijzen vertrouwelijk zijn en ook blijven.

De uitspraak is ook buiten deze context relevant, omdat zij goed illustreert wanneer financiële gegevens vertrouwelijk zijn en niet openbaar mogen worden gemaakt op grond van de Wob. De uitspraak sluit voorts aan bij de uitspraak van de Afdeling van 7 mei 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1612), waarin werd geoordeeld dat gegevens die (op grond van een vergunning) verplicht moeten worden overgelegd aan een bestuursorgaan, vertrouwelijk zijn medegedeeld.

Vindplaats uitspraak

ABRvS 21 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3415, zaaknummer 201509088/1/A3

Team

Related news

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

09.08.2019 NL law
Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

Short Reads - Op 7 november 2018 deed de Afdeling een voor de praktijk van arboboetes belangrijke (eind)uitspraak. Zij bepaalt dat bij het bepalen van de omvang van een bedrijf of instelling onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Die omvang wordt bepaald door uit te gaan van het totaal aantal medewerkers in een bedrijf of instelling op basis van een fulltime werkweek van 38 uur. Dat betekent dat afhankelijk van het aantal parttimers en de duur van hun dienstverband lagere Arboboetes zullen worden opgelegd.

Read more

14.08.2019 NL law
Wijziging Arbowetgeving in aantocht: tegengaan arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie

Short Reads - In haar kamerbrief van 11 juli 2019 heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW aangekondigd dat zij na de zomer van 2019 een wetsvoorstel aan de Raad van State wil aanbieden dat ten doel heeft om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan. Dit voorstel heeft gevolgen voor het wervings- en selectieproces van werkgevers én voor partijen zoals wervings- en selectiebureaus en online platforms die dergelijke diensten verlenen aan werkgevers. Daartoe zullen de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs naar verwachting worden gewijzigd.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring