Short Reads

Soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming: beschermingsregime voor vogels

Soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming: beschermingsregime

Soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming: beschermingsregime voor vogels

09.11.2016 NL law

In dit blog gaan wij dieper in op het beschermingsregime voor vogels. Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 Wnb.

Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden

De bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden:

  • het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb);
  • het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb);
  • het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb);
  • het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb);
  • het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb);
  • het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb); en
  • het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb).

Het beschermingsregime gaat uit van het “nee, tenzij-principe“. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling.

Criteria voor ontheffing of vrijstelling

Gedeputeerde staten (“GS”) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen (artikel 3.3 en 3.4 Wnb). Provinciale staten (“PS”) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.3 en 3.4 Wnb). Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de “minister”) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels.

Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling (artikel 3.3 lid 5 Wnb).

Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan de cumulatieve criteria van artikel 3.3 lid 4 Wnb zijn voldaan. Dit betekent dat:

  • er geen andere bevredigende oplossing mag bestaan;
  • de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort; en
  • dat de ontheffing nodig moet zijn in verband met één van de volgende zes gronden:
    • het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;
    • het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;
    • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;
    • ter bescherming van flora of fauna;
    • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of
    • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Veranderingen ten opzichte van de Flora- en faunawet

De formulering van de verboden in de artikelen 3.1 en 3.2 vloeit, anders dan in de Flora- en faunawet het geval was, rechtstreeks voort uit de Vogelrichtlijn. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat voor een aantal verboden – conform de Vogelrichtlijn – een opzetvereiste is opgenomen: zonder opzet is geen sprake van de overtreding van een verbod en is dus geen ontheffing meer nodig. Ook zal geen ontheffing of vrijstelling meer nodig zijn voor verstoringen van vogels die geen wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort hebben. Deze veranderingen zullen volgens de memorie van toelichting leiden tot minder lasten voor de praktijk en ruimte bieden voor menselijke activiteiten en economische ontwikkelingen, zonder afbreuk te doen aan een adequate natuurbescherming. Door het beschermingsregime aan te laten sluiten bij de Vogelrichtlijn wordt het systeem in ieder geval helderder, maar zoals altijd roepen wijzigingen ook nieuwe vragen op, zoals bijvoorbeeld wanneer nu sprake is van “opzet” of “wezenlijke invloed”. Op deze begrippen zullen wij daarom in een van de komende blogberichten nog nader ingaan.

Team

Related news

11.07.2019 NL law
Monitor Wind op Land 2018: Doelstelling voor 2020 naar verwachting niet gehaald, optimistisch over opgesteld vermogen in 2023

Short Reads - De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stuurde op 28 juni 2019 de Monitor Wind op Land 2018 ("Monitor") naar de Tweede Kamer vergezeld van een kamerbrief. In de Monitor concludeert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat de doelstelling uit het Energieakkoord van 6.000 Megawatt (MW) aan opgesteld vermogen windenergie op land in 2020 naar verwachting niet zal worden gehaald. In dit blog zetten wij de aandachtspunten uit de Monitor op een rij.

Read more

18.07.2019 NL law
Geen concessieovereenkomst, geen inhouse-gunning OV-diensten aan interne exploitant op grond van de PSO-verordening

Short Reads - Het Hof van Justitie ("Hof") oordeelde onlangs in twee arresten ("Arrest I" en "Arrest II") dat artikel 5 lid 2 PSO-Verordening ("PSO") niet van toepassing is op de onderhandse gunning van opdrachten voor busdiensten die niet de vorm aannemen van een concessieovereenkomst. Artikel 5 lid 2 PSO bevat de voorwaarden voor onderhandse gunning van openbaredienstcontracten aan interne exploitanten.

Read more

11.07.2019 NL law
Niet nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan leiden tot een kennelijk gegrond beroep en een 'kale vernietiging'

Short Reads - Een hard gelag voor de gemeenteraad van Rotterdam en de ontwikkelaar: bij uitspraak van 9 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2298, verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep tegen het bestemmingsplan "De Nieuwe Wielewaal" zonder zitting kennelijk gegrond wegens het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en vanwege een gebrekkige vormvrije m.e.r.-beoordeling. De sloop van 545 woningen en de nieuwbouw van 675 woningen lopen hierdoor grote vertraging op, omdat het bestemmingsplan eerst weer in ontwerp ter inzage moet worden gelegd.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring