Short Reads

Soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming: beschermingsregime voor habitatsoorten

Soortenbescherming: beschermingsregime voor habitatsoorten

Soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming: beschermingsregime voor habitatsoorten

15.11.2016 NL law

In dit blog beschrijven wij het beschermingsregime en de afwijkingsmogelijkheden voor habitatsoorten.

Soorten die onder het beschermingsregime vallen

In de artikelen 3.5 tot en met 3.9 van de Wnb is het beschermingsregime neergelegd voor wat wij gemakshalve “habitatsoorten” noemen. Het gaat om soorten die worden beschermd door de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Deze dier- en plantensoorten genieten (in beginsel) bescherming voor zover hun natuurlijk verspreidingsgebied in Nederland is gelegen.

Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de “strikt beschermde soorten”, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis.

Verbodsbepalingen

De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn:

  • het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb);
  • het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb);
  • het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb);
  • het beschadigen en vernielen van de voorplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb);
  • het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb); en

het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb.

Criteria voor ontheffing of vrijstelling

Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb). De (cumulatieve) criteria om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen, staan opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb. Een ontheffing of vrijstelling wordt slechts verleend indien:

  • er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets);
  • er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; en
  • de ontheffing of vrijstelling nodig is:
    • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;
    • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;
    • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
    • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of
    • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Aandachtspunten voor de praktijk

De formulering van de verboden vloeit, anders dan in de Flora- en faunawet het geval was, rechtstreeks voort uit de Habitatrichtlijn. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat voor een aantal verboden een opzetvereiste is opgenomen. In een van de komende berichten zullen wij nader ingaan op dit opzetvereiste.

Ook de gronden om tot ontheffingverlening over te kunnen gaan vloeien voort uit de Habitatrichtlijn. Deze gronden zijn daarom anders dan voor (de eerder door ons beschreven) vogels. Zo kan afgeweken worden van de verbodsbepalingen wegens “dwingende redenen van openbaar belang, waaronder sociale, economische en milieubelangen worden begrepen”. Voor ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld een woningbouwproject) lijkt vaak alleen deze ontheffingsgrond mogelijk. Uit een richtsnoer van de Europese Commissie volgt dat het moet gaan om een groot belang en een openbaar belang. Wie meer wil weten over deze ontheffingsgrond verwijzen wij graag naar ons artikel “Dwingende redenen van groot openbaar belang in de Flora- en faunawet. Een analyse van deze ontheffingsgrond naar aanleiding van recente jurisprudentie” en het blog “Behoud cultureel erfgoed als dwingende reden van groot openbaar belang voor ontheffing Flora- en faunawet“.

Team

Related news

27.07.2018 NL law
Conclusie AG programma aanpak stikstof: het PAS als instrument is veelbelovend, maar twijfel of het voldoet aan de Habitatrichtlijn. De ADC-toets als creatieve oplossing om het PAS in stand te kunnen houden?

Articles - Advocaat-Generaal ("AG") Kokott heeft op 25 juli 2018 een conclusie genomen over de vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak over het programma aanpak stikstof. Een dergelijk programma kan op zichzelf voldoen aan de Habitatrichtlijn. Knelpunt ziet de AG in het vooruitlopen op de positieve effecten van te treffen reductiemaatregelen. Verder geeft de AG als handreiking mee gebruik te maken van de zogeheten ADC-toets.

Read more

17.08.2018 BE law
Overstromingen en vergunningen: hoe zit het nu juist?

Articles - Met de vaststelling van de zogenaamde watergevoelige openruimtegebieden (ook wel de "WORG") hoopt de Vlaamse regering een nieuwe stap te zetten richting in haar overstromingsbeleid. En hoe beter een grond tegen overstromingen beschermen dan er een (relatief) bouwverbod op te voorzien. Maar is het vooropgestelde bouwverbod in deze WORG wel een aardverschuiving? In deze post vergelijken we drie watergerelateerde instrumenten waarmee het vergunningverlenend bestuur rekening moet houden.   

Read more

08.08.2018 BE law
Modification du contenu de la notice d'évaluation et de l’étude d’incidences en Région wallonne

Articles - Un décret du 24 mai 2018 modifie sur plusieurs points le régime de l'évaluation des incidences des projets sur l'environnement en droit wallon. Ce décret allège, d’une part, le contenu de la notice d'évaluation des incidences sur l'environnement et renforce, d’autre part, le contenu de l'étude d'incidences. Il est applicable aux demandes de permis introduites depuis le 16 juin 2018.

Read more

23.07.2018 NL law
De gewijzigde Klimaatwet; wat staat er in?

Short Reads - Op 27 juni 2018 is een gewijzigd voorstel voor de Klimaatwet gepresenteerd aan de Tweede Kamer (zie hier). In eerdere blogberichten bespraken wij de verhouding tussen de Klimaatwet en het Klimaatakkoord (zie hier) en het oorspronkelijke initiatiefwetsvoorstel van Klaver en Samsom in 2016 (zie hier).

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring