Short Reads

Wat zijn de gevolgen van cumulatieve beboeting wanneer bestuurlijke boetes aan verschillende vennootschappen binnen hetzelfde concern worden opgelegd?

Wat zijn de gevolgen van cumulatieve beboeting wanneer bestuurlijke bo

Wat zijn de gevolgen van cumulatieve beboeting wanneer bestuurlijke boetes aan verschillende vennootschappen binnen hetzelfde concern worden opgelegd?

16.12.2016 NL law

Het cumulatieve effect als gevolg van beboeting van verschillende vennootschappen binnen hetzelfde concern kan volgens een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 september jl. van invloed zijn op de boetehoogte. Een beroep op beperkte draagkracht slaagt niet als binnen hetzelfde concern de tekorten van een dochtermaatschappij door een andere wel financieel draagkrachtige dochter worden aangevuld.

Gevolgen cumulatieve beboeting binnen hetzelfde concern

Uitgangspunt is dat verschillende vennootschappen binnen hetzelfde concern afzonderlijk kunnen worden beboet indien zij hetzelfde voorschrift hebben overtreden. In de onderhavige zaak ging het om twee dochtermaatschappijen binnen hetzelfde concern die beboet werden omdat zij vreemdelingen in hun restaurants arbeid hadden laten verrichten zonder de vereiste tewerkstellingsvergunningen. Anders dan de vennootschappen betoogden, is er dan geen sprake van 'dubbele bestraffing', omdat elke dochtermaatschappij afzonderlijk als overtreder kan worden aangemerkt. Strijd met het in artikel 5:43 Awb neergelegde ne bis in idem-beginsel is niet aan de orde. Wat zijn de gevolgen voor de hoogte van de boete wanneer binnen één concern meerdere boetes aan verschillende vennootschappen worden opgelegd?

  • Cumulatief effect: evenredigheid van boetes

De Afdeling stelt als uitgangspunt dat het cumulatieve effect van door het bestuursorgaan opgelegde boetes van invloed kan zijn op de boetehoogte. Voor zover wij hebben kunnen nagaan, heeft de Afdeling zich in deze uitspraak voor het eerst uitgelaten over de principiële vraag hoe zij cumulatie van boetes in het licht van het evenredigheidsbeginsel beoordeelt indien binnen één concern meerdere vennootschappen worden beboet.

Hoe dat in deze zaak concreet uitpakt, blijft onduidelijk omdat de overtreders in kwestie kennelijk geen argumenten – anders dan de slechte financiële situatie van één van de dochtermaatschappijen – hebben aangevoerd die maken dat cumulatie in de gegeven situatie onevenredig is.

  • Gezamenlijke draagkracht dochtermaatschappijen

Eén van de beboete dochtermaatschappijen (Dochter A) stelt de boetes niet te kunnen betalen vanwege haar slechte financiële positie. Dochter A stelt dat de boetes daarom moeten worden gematigd gelet op het evenredigheidsbeginsel. De Afdeling acht de boetes evenredig, omdat de andere dochter binnen het concern (Dochter B) tot nu toe steeds de tekorten van Dochter A heeft aangevuld. Aangezien Dochter B wèl een goede financiële positie heeft, ziet de Afdeling geen reden om de aan Dochter A opgelegde boetes te matigen. Beroep op beperkte financiële draagkracht van Dochter A slaagt niet.

geen-matiging-boetes

Hoewel de Afdeling dat niet met zoveel woorden in de uitspraak noemt, gaan wij ervan uit dat wanneer dochtermaatschappijen binnen één concern over voldoende  'gezamenlijke draagkracht' beschikken een beroep op slechte financiële draagkracht van één van de beboete vennootschappen niet slaagt. In 2015 oordeelde de Afdeling over de verhouding moeder- en dochtermaatschappij al iets soortgelijks.  De goede financiële situatie van de moedermaatschappij mag worden betrokken bij het bepalen van de financiële draagkracht van de beboete dochtermaatschappij. Zie daarvoor ons eerdere blogbericht.

Vennootschapsrechtelijke kanttekeningen

De Afdeling gaat vanuit vennootschapsrechtelijk oogpunt in deze uitspraak kort door de bocht ten aanzien van de gezamenlijke draagkracht van Dochter A en Dochter B. De Afdeling lijkt bij het bepalen van de draagkracht uit te gaan van vereenzelviging van beide dochters, enkel vanwege de omstandigheid dat Dochter B de tekorten van Dochter A aanvult. In het vennootschapsrecht speelt vereenzelviging in verband met doorbraak van aansprakelijkheid in misbruiksituaties. Uitgangspunt is dat zelfstandigheid van een rechtspersoon vooropstaat maar dat zich bijzondere omstandigheden kunnen voordoen die een afwijking van dat uitgangspunt en daarmee vereenzelviging rechtvaardigen. De Hoge Raad neemt niet snel aan dat sprake is van vereenzelviging. Vereenzelviging werd bijvoorbeeld wel aangenomen in de situatie waarbij sprake was van een bewust gekozen organisatiestructuur waarbij de dochter de kosten voor zijn rekening nam en alle inkomsten aan de moeder ten goede kwamen. Ten gevolge van die constructie was de dochter verliesgevend en kon zij haar schuldeisers slechts voldoen doordat de andere vennootschappen in het concern haar verliezen aanvulden. De motivering van de Afdelingsuitspraak is gelet op de door de Hoge Raad ontwikkelde jurisprudentie erg mager. De Afdeling zegt in de uitspraak bijvoorbeeld niets over de omstandigheid waaronder Dochter B de tekorten van Dochter A aanvult, terwijl zij tegelijkertijd vaststelt dat sprake is van twee verschillende rechtspersonen die deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.

Meer informatie?

Binnenkort verschijnt over deze uitspraak een noot met een nadere analyse in het tijdschrift AB. Die noot behandelt ook andere aspecten uit de uitspraak die voor het boeterecht van belang zijn, zoals zwijgrecht en cautie, verdedigingsbeginsel en pleitbaar standpunt.

Team

Related news

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

21.10.2019 EU law
Elektronische identificatie en ondertekening conform eIDAS

Articles - De eIDAS-verordening heeft een juridisch kader geïntroduceerd dat de betrouwbaarheid en acceptatie van elektronische transacties binnen de EU moet vergroten. Hiervoor wordt een gelijk speelveld beoogd waarin burgers en bedrijven binnen de EU met hun eigen nationale elektronische ID zich ook digitaal kunnen identificeren bij openbare instanties uit andere lidstaten. Daartoe worden uniforme eisen gesteld aan de betrouwbaarheidsniveaus van deze elektronische ID’s.

Read more

15.10.2019 NL law
Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Short Reads - Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. In een eerder bericht gingen wij al in op eerdere initiatieven om de Wgr te wijzigen en op de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen, waarbij zeggenschap over de begroting werd uitgelicht

Read more

21.10.2019 NL law
Omgevingsvergunning – beslistermijn, inwerkingtreding en onherroepelijkheid (FAQ)

Short Reads - Voor veel activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving is een omgevingsvergunning nodig op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Bedrijven die dergelijke activiteiten willen ondernemen moeten dus een vergunning aanvragen. Het is niet altijd duidelijk welke procedure moet worden gevolgd, hoelang de procedure zal gaan duren en wanneer de vergunning gebruikt kan worden of onherroepelijk is.

Read more

15.10.2019 BE law
Avis du Maître architecte et organisation d’une réunion de projet. De nouvelles étapes préalables à la demande de permis d’urbanisme.

Articles - Une des nouveautés de la réforme du CoBAT adoptée le 30 novembre 2017, publiée au Moniteur belge le 20 avril 2018 et entrée en vigueur le 1er septembre 2019 (pour ce qui concerne les demandes de permis d’urbanisme) porte sur la création de deux nouvelles étapes préalables à l’introduction d’une demande de permis d’urbanisme : l’obtention de l’avis du Maître architecte, d’une part, et l’organisation d’une réunion de projet, d’autre part. 

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring