Short Reads

De Wet natuurbescherming: wanneer is sprake van een verstoring van een vogel die van wezenlijke invloed is?

De Wet natuurbescherming: wanneer is sprake van een verstoring van een

De Wet natuurbescherming: wanneer is sprake van een verstoring van een vogel die van wezenlijke invloed is?

29.12.2016 NL law

In een eerder blog gingen wij in op het beschermingsregime voor vogels onder de nieuwe Wet natuurbescherming. Wij beschreven toen dat onder de Wnb geen ontheffing of vrijstelling meer nodig zal zijn voor verstoringen van vogels die geen wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort hebben. In dit blog zullen wij nader ingaan op de vraag wanneer sprake is van "wezenlijke invloed".

Op grond van artikel 3.1 lid 4 Wnb is het verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn opzettelijk te storen. Dit verbod is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Deze verbodsbepaling vloeit rechtstreeks voorts uit artikel 5 onder d van de Vogelrichtlijn en is neergelegd in artikel 3.1 lid 5 Wnb.

Blijkens de memorie van toelichting ziet het verbod op het storen van vogels alleen op verstoringen die van wezenlijke negatieve invloed zijn op de staat van instandhouding van een vogelsoort in het licht van de doelstellingen als neergelegd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, namelijk het duurzaam in stand houden van de populaties van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten.

Op grond van artikel 10 van de Flora- en faunawet ("Ffw") is het nu al verboden om vogels opzettelijk te verontrusten. In een ander blog bespreken wij het opzetvereiste. Daarbij is onder meer van belang dat niet iedere handeling die tot gevolg heeft dat een (individu van een) beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving, geldt als opzettelijke verontrusting (ABRvS 12 mei 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO9200). Het tijdelijk (doen) wegvluchten voor werkzaamheden naar een rustiger plek hoeft in beginsel niet te aangemerkt als opzettelijke verontrusting (ABRvS 13 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI3701). Zodra een (tijdelijke) storing echter negatieve effecten zou kunnen hebben op de aanwezige vogelsoorten, was onder de Ffw een ontheffing namelijk noodzakelijk. Onder de Ffw is namelijk ontheffing vereist zodra een beschermde inheemse diersoort voorkomt in het plangebied en opzettelijk verontrust kan worden. Hoeveel exemplaren van de desbetreffende soort worden verstoord is onder de Ffw niet van belang, ook niet als er geen afbreuk wordt gedaan aan de staat van instandhouding van die soort (ABRvS 20 april 2005, ECLI:NL:RVS:2009:BK5846). Onder de Wnb zal dit in beginsel niet anders zijn. Dat ligt dus alleen anders voor de storing van vogels. Slechts indien de verstoring afbreuk doet aan de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort en er dus sprake is van wezenlijk invloed, zal er ontheffing moeten worden aangevraagd en verleend. Dat betekent dat onder de Wet natuurbescherming minder vaak dan voorheen een ontheffing nodig zal zijn voor het storen van vogels. De gevolgen voor de staat van instandhouding van de soort wordt in dat geval namelijk niet meer in het kader van een ontheffingsverleningsprocedure beoordeeld, maar al vooraf, bij het beantwoorden van de vraag of een ontheffing nodig is.

Kortom, onder de Wet natuurbescherming zal minder vaak een ontheffing nodig zijn voor het storen van vogels omdat niet alleen sprake moet zijn van een opzettelijke storing, maar ook nog van een storing die van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort. Of sprake is van een dergelijke wezenlijke invloed, zal moeten worden onderzocht door een ecoloog. Afhankelijk van de zeldzaamheid van de vogelsoort zal bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de gevolgen voor de lokale, regionale, landelijke, dan wel Europese populatie. Ten slotte willen wij in dit verband nog wijzen op het belang van mitigerende maatregelen: de effecten van een project – en daarmee de invloed op de soort – kunnen worden verkleind of zelfs worden voorkomen als de werkzaamheden bijvoorbeeld buiten het broedseizoen worden verricht.

Team

Related news

10.10.2019 NL law
Valérie van 't Lam and Jan van Oosten speak during the Day of the Environmental and Planning Act

Speaking slot - Valérie van ’t Lam has been invited to speak at the “Companies, Environment and the Environment plan” session during the Day of the Environmental and Planning Act (Omgevingswet), which will be held on 10 October 2019. Besides Valérie, Jan van Oosten will speak at the session “Transitional law and the Environmental and Planning Act”.

Read more

19.09.2019 NL law
De kloof tussen stad en platteland: gekraai om niets?

Short Reads - In Frankrijk werd het nieuws deze zomer deels beheerst door de juridische strijd over het matineuze gekraai van haan Maurice. Die zomer begon zowat in mei van dit jaar toen het echtpaar Biron een zaak aanhangig maakte bij de rechtbank in Rochefort vanwege overlast van hun buurhaan.

Read more

18.09.2019 NL law
Follow-up Seminar: noise and the environmental plan

Seminar - Stibbe is organising a follow-up seminar on the subject of noise and environmental plan, to be held on 1 October 2019 in Amsterdam. The environmental plan will act as the central instrument in the Environmental Act, regulating use and development of the physical environment, distributing available environmental space, directing environmentally harmful activities and regulating cost recovery in the case of spatial developments. 

Read more

18.09.2019 NL law
Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, wat nu?

Short Reads - Zoals bekend heeft de Afdeling op 29 mei 2019 (Amsterdamse dakopbouw,) de eisen voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel versoepeld. Het perspectief van de burger staat sindsdien centraler. Dat plaatst overheden voor een nieuw probleem: hoe te handelen als een bindende toezegging is gedaan die niet (meer) nagekomen kan of mag worden? Daarover heeft de Afdeling nauwelijks iets gezegd.

Read more

11.09.2019 EU law
Legal trend: climate change litigation

Articles - Climate change cases can occur in many shapes and forms. One well-known example is the Urgenda case in which the The Hague Court condemned the Dutch government in 2015 for not taking adequate measures to combat the consequences of climate change. Three years later, the Court of Justice of The Hague  upheld this decision, and it is now pending before the Dutch Supreme Court. This case is expected to set a precedent for Belgium, i.a. Since both the Belgian climate case and the Urgenda case are in their final stages of proceedings, this blog provides you with an update on climate change litigation.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring