Short Reads

De positie van derden verstevigd in het bestuurlijke boeterecht

De positie van derden verstevigd in het bestuurlijke boeterecht

De positie van derden verstevigd in het bestuurlijke boeterecht

22.12.2016 NL law

De positie van derden (werknemer, vakbond, concurrent, belangenorganisatie etc.) is verstevigd in punitieve handhavingsgeschillen. Dit volgt uit twee uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 oktober jl.

Inleiding: derdebelanghebbenden en handhaving

Jurisprudentie van de bestuursrechter over de positie van de belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 Awb bij handhavingsverzoeken die leiden tot herstelsancties is er in overvloed. Denk bijvoorbeeld aan de eigenaar van een perceel die de gemeente verzoekt om een illegaal bouwwerk op een naastgelegen terrein ongedaan te maken door middel van een last onder dwangsom of toepassing van bestuursdwang. De jurisprudentie over de belanghebbende bij punitieve handhavingsgeschillen moet daarentegen nog tot ontwikkeling komen. Te denken valt aan een werknemer of vakbond die een toezichthouder verzoeken om een boete op te leggen aan een bedrijf dat zijn werknemers onderbetaalt. De uitspraken van de Afdeling van 5 oktober jl. leveren daaraan een belangrijke bijdrage. Die jurisprudentie verstevigt de positie van derden in het punitieve handhavingsrecht.

Uitspraak Afdeling

De Afdeling heeft op 5 oktober jl. overwogen dat een werknemer een verzoek kan indienen om handhaving door middel van het opleggen van een boete tegen een concurrent die zijn medewerkers onderbetaalt. De werknemer is dan een belanghebbende die een verzoek kan indienen bij het bestuursorgaan om een besluit te nemen. Dat wil zeggen dat hij juridisch gezien aanvrager is in de zin van artikel 1:3, lid 3 Awb waarvoor belanghebbendheid vereist is.

Daarnaast heeft de Afdeling uitgemaakt dat een vakbond belanghebbende is en derhalve een bezwaarschrift kan indienen tegen de weigering van het bestuursorgaan om een boete op te leggen aan een bedrijf dat zijn medewerkers onderbetaalt. De vakbond is belanghebbende rechtspersoon in de zin van artikel 1:2, lid 3 Awb.

Toelichting: zaak van de werknemer

In de zaak van de werknemer ging het om een verzoek dat hij had ingediend bij de minister van SZW om handhavend op te treden tegen een concurrent. De minister weigerde daar op te beslissen omdat de werknemer geen belanghebbende zou zijn. Het concurrerende bedrijf zou vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning arbeid laten verrichten en medewerkers onderbetalen. Om daaraan een eind te maken, diende de werknemer een handhavingsverzoek in op grond van overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) en de Wet minimumloon minimumvakantiebijslag (Wmm). Overtreding van die wetten leidt in beginsel tot een boete. De minister weigerde om een besluit te nemen, omdat de werknemer volgens hem geen belanghebbende is. Voor het indienen van een dergelijk verzoek, dat juridisch gezien als een aanvraag kwalificeert in de zin van artikel 1:3, derde lid, Awb is belanghebbendheid vereist.

De Afdeling zet een streep door de weigering van de minister om een beslissing te nemen op het verzoek van de werknemer. Volgens de Afdeling is de werknemer belanghebbende, omdat hij door overtreding van de Wav en de Wmm kan worden geschaad in een aan het fundamentele recht op arbeid ontleend belang. Indien het concurrerende bedrijf de Wav en de Wmm overtreedt, kan dat leiden tot een verslechtering van de concurrentiepositie van het bedrijf waar de werknemer werkt en daarmee van zijn positie in dat bedrijf. Gelet daarop diende de minister alsnog op het verzoek van de werknemer te beslissen.

Toelichting: zaak van de vakbond

Ook een vakbond die opkomt voor de belangen van werknemers en die die belangen ook feitelijk behartigt door activiteiten te organiseren is belanghebbende op grond van artikel 1:2, derde lid, van de Awb bij een besluit om af te zien van het opleggen van een boete tegen een bedrijf dat de Wav en de Wmm zou overtreden. Dat leidt ertoe dat het bezwaarschrift van de vakbond, anders dan de minister van SZW had gedaan, wèl in behandeling genomen had moeten worden. De minister kan het bezwaarschrift van de vakbond in zo'n situatie dus niet niet-ontvankelijk verklaren zoals in dit geval was gebeurd. De vakbond boogt immers op te komen tegen onderbetaling van medewerkers door het bedrijf in kwestie.

Gevolgen voor de praktijk

Deze uitspraken laten zien dat bestuursorganen derden - werknemers en vakbonden - niet buiten de deur kunnen houden bij handhavingsverzoeken die door middel van een bestuurlijke boete worden gesanctioneerd en de daarop volgende bezwaarprocedures. De positie van derden (werknemers, vakbonden, belangenorganisaties, concurrenten) in het punitieve handhavingsrecht is ten gevolge van deze uitspraken verder verstevigd. Niet alleen kan een (rechts)persoon belanghebbende zijn bij zijn verzoek om handhavend op te treden tegen een derde door middel van een boete, maar ook kan een (rechts)persoon opkomen tegen de weigering van het bestuursorgaan om een boete op te leggen. Verder kan een rechts(persoon) opkomen tegen een naar zijn idee te lage boete die aan een derde is opgelegd. De jurisprudentie ten aanzien van de positie van derden bij punitieve handhaving moet nog verder tot ontwikkeling komen, maar een belangrijke aanzet daartoe is met de uitspraken van 5 oktober jl. gezet.

Related news

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

15.10.2019 BE law
Avis du Maître architecte et organisation d’une réunion de projet. De nouvelles étapes préalables à la demande de permis d’urbanisme.

Articles - Une des nouveautés de la réforme du CoBAT adoptée le 30 novembre 2017, publiée au Moniteur belge le 20 avril 2018 et entrée en vigueur le 1er septembre 2019 (pour ce qui concerne les demandes de permis d’urbanisme) porte sur la création de deux nouvelles étapes préalables à l’introduction d’une demande de permis d’urbanisme : l’obtention de l’avis du Maître architecte, d’une part, et l’organisation d’une réunion de projet, d’autre part. 

Read more

14.10.2019 NL law
Kamerdebat over digitalisering van de overheid: aandacht voor bescherming burger vereist

Short Reads - Op 24 september 2019 zijn er vier moties in stemming gebracht én aangenomen door de Tweede Kamer. De moties hebben als gemeenschappelijke deler dat ze in het teken staan van de steeds groter wordende digitalisering bij de overheid. Het achterliggende doel van de moties is dat de burger voldoende beschermd moet worden tegen deze digitalisering.

Read more

15.10.2019 NL law
Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Short Reads - Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. In een eerder bericht gingen wij al in op eerdere initiatieven om de Wgr te wijzigen en op de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen, waarbij zeggenschap over de begroting werd uitgelicht

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring