Short Reads

Moet een gemeentelijke exploitatievergunning altijd voldoen aan de Dienstenrichtlijn?

Moet een gemeentelijke exploitatievergunning altijd voldoen aan de Dienstenrichtlijn?

Moet een gemeentelijke exploitatievergunning altijd voldoen aan de Dienstenrichtlijn?

02.03.2015 NL law

Op 9 juli 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State twee verwijzingsuitspraken naar het Hof van Justitie van de Europese Unie gedaan. Eén van deze uitspraken heeft betrekking op de weigering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam om een exploitatievergunning te verlenen voor het verrichten van passagiersvervoer over water, oftewel voor het mogen varen met een rondvaartboot door de Amsterdamse grachten.

De Afdeling stelt in deze uitspraak vragen over de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn. Bij deze uitspraak heb ik een annotatie geschreven die is gepubliceerd in AB 2015/13. In deze annotatie ga ik in op de Dienstenrichtlijn en artikel 56 VWEU (het vrij verkeer van diensten) bij de verlening van schaarse vergunningen.

In Amsterdam worden in beginsel alleen exploitatievergunningen verleend door middel van uitgiftenronden. De aanvraag van appellant is afgewezen omdat deze buiten zo’n uitgifteronde is aangevraagd. De laatste uitgifteronde had (ten tijde van de aanvraag) in 2006 plaatsgevonden waarbij de vergunningen voor onbepaalde tijd waren verleend. Volgens de appellant is dit ‘volumebeleid’ in strijd met de Dienstenrichtlijn.

De Afdeling stelt een aantal prejudiciële vragen over de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn. Er is immers sprake van een Nederlander die een aanvraag heeft ingediend ter verkrijging van een exploitatievergunning in Nederland om zijn diensten in Nederland te kunnen verrichten. In potentie kan het vergunningstelsel ook exploitanten uit andere lidstaten raken, maar in dit geschil hebben partijen uit andere lidstaten niet daadwerkelijk belangstelling geuit. Bovendien kan de Nederlandse aanvrager op zijn sloep burgers uit andere lidstaten van de Europese Unie vervoeren. De vraag is of sprake is van een ‘zuiver interne situatie’ en of in zo’n situatie getoetst moet worden aan de Dienstenrichtlijn.

De Afdeling stelt ook een prejudiciële vraag of op grond van de Dienstenrichtlijn een (schaarse) vergunning altijd voor bepaalde tijd verleend moet worden of dat bestuursorganen nog beschikken over beoordelingsruimte.

In mijn annotatie betoog ik het antwoord van het Hof van Justitie mijns inziens zou moeten luiden dat de Dienstenrichtlijn altijd van toepassing zou moeten zijn dan wel in ieder geval als sprake is van een potentieel grensoverschrijdend belang. Dat zou tot gevolg hebben dat de exploitatievergunning moet voldoen aan de Dienstenrichtlijn. Uit de richtlijn volgt mijns inziens dat schaarse vergunningen niet voor onbepaalde tijd verleend mogen worden. Het vergunningstelsel dat in deze uitspraak aan de orde is, voldoet daar niet aan.

Related news

14.11.2018 NL law
Het Europese PAS-arrest: een programmatische aanpak is toelaatbaar, maar PAS op!

Short Reads - Op 7 november 2018 heeft het Europese Hof van Justitie de prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak beantwoord over de toelaatbaarheid onder de Habitatrichtlijn van het Programma Aanpak Stikstof. De eerste reacties op dit arrest bevatten twijfels over de houdbaarheid van het PAS: het houden van vee wordt moelijker en PAS-vergunningen kunnen niet worden verleend of moeten worden ingetrokken.

Read more

09.11.2018 BE law
Grondwettelijk Hof: ook verwerpingsarresten van de Raad van State moeten verjaringsstuitende werking hebben

Articles - Bij arrest nr. 148/2018 van 8 november 2018 oordeelt het Hof dat artikel 2244, § 1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het tot gevolg heeft dat enkel de door de Raad van State gewezen vernietigingsarresten een verjaringsstuitende werking hebben, en niet de verwerpingsarresten, het gelijkheidsbeginsel schendt.

Read more

30.10.2018 NL law
Bestuurlijke boete onderuit: boetebedrag in gemeentelijke huisvestingsverordening in strijd met de wet vastgesteld

Short Reads - Op 13 juni 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") een voor de boetepraktijk belangrijke uitspraak gewezen. In die zaak oordeelde de Afdeling dat er geen grondslag was om een boete op te leggen voor overtreding van de Huisvestingswet 2014. De gemeente Tilburg had in strijd met de Huisvestingswet gehandeld door in haar huisvestingsverordening niet voor verschillende overtredingen van de wet concrete boetebedragen vast te stellen.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring