Short Reads

Afspraken tussen de overheid en burger: maak duidelijk of het een vergunningvoorschrift of privaatrechtelijke overeenkomst is

Afspraken tussen de overheid en burger: maak duidelijk of het een vergunningvoorschrift of privaatrechtelijke overeenkomst is

Afspraken tussen de overheid en burger: maak duidelijk of het een vergunningvoorschrift of privaatrechtelijke overeenkomst is

31.03.2015 NL law

Het komt regelmatig voor dat een bestuursorgaan en een bedrijf of burger afspraken maken over een bepaalde activiteit voordat de benodigde vergunning(en) worden verleend. Daar is niets mis mee. Sterker nog, vaak en zeker bij grote projecten, heeft zo’n overeenkomst grote voordelen. De inhoud van de afspraken moeten dan wel duidelijk en goed worden neergelegd in een overeenkomst en/of de vergunning. Ook moet tussen partijen geen enkel misverstand bestaan over de status van de overeenkomst, in het bijzonder de afdwingbaarheid van de gemaakte afspraken.

Dat dit in de praktijk nog wel eens mis kan gaan, blijkt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 28 januari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:219). In deze uitspraken waren gemaakte afspraken zowel in een door het college van burgemeester en wethouders (college) verzonden brief als in een daarna verleende vergunning opgenomen. Nadat de afspraken werden geschonden, ging het college over tot intrekking van de vergunning. De Afdeling moest zich buigen over de vraag: mocht dit? Meer in het bijzonder: was sprake van schending van een privaatrechtelijke overeenkomst of van een vergunningvoorschrift?

De casus

In Dronten beschikt een exploitant al sinds 2001 over verschillende standplaatsvergunningen om een snackwagen te exploiteren. Uit de stukken blijkt dat het tussen de gemeente en de exploitant niet soepel loopt. Op 14 december 2011 heeft het college van burgemeester en wethouders (“het college”) een brief opgesteld waarin gesteld wordt dat de exploitant “nog eenmaal de mogelijkheid” wordt geboden een standplaats in te nemen mits de exploitant akkoord gaat met de in die brief opgenomen voorwaarden. Op grond van deze afspraken moet de exploitant, naast een op de precarioverordening gebaseerde standplaatsvergoeding, ook €50,- per maand betalen ter aflossing van een schuld die de exploitant bij de gemeente heeft. In de brief staat verder: “de eerste keer dat u niet aan de betalingsverplichting voldoet vervallen alle afspraken tussen u en de gemeente en wordt de standplaatsvergunning ingetrokken.” Ten slotte staat in de brief: “Deze brief heeft derhalve het karakter van een overeenkomst tussen u en de gemeente, waarmee de spelregels tussen partijen duidelijk zijn.” De brief is ondertekend door het college (meer specifiek de loco-secretaris en de burgemeester) en de exploitant.

Op 30 januari 2012 (dus ongeveer zes weken na de brief) verleent het college een standplaatsvergunning. Deze vergunning is onherroepelijk geworden. In de vergunning is, naast een kopje “voorschriften”, een kopje “afspraken” opgenomen. Hierin staat: “Verder gelden de afspraken zoals genoemd in onze brief van 14 december 2011 (…). Deze brief is volledigheidshalve in kopie bijgevoegd. (…) Met u is afgesproken dat u de standplaatsvergoeding per maand verhoogd met de afgesproken aflossing (…). Met u is afgesproken dat zodra u aan uw financiële verplichting niet voldoet, u de standplaats in de maand daarop niet meer mag innemen. Alle afspraken met u komen dan te vervallen en de standplaatsvergunning wordt vervolgens ingetrokken.”

De exploitant voldoet niet aan de betalingsverplichting waarna bij brief van 5 april 2013 de overeenkomst wordt opgezegd. In die brief staat: “Hierdoor vervalt ook de aan u verleende vergunning (…) met ingang van de verzenddatum van deze brief.”

De exploitant gaat in bezwaar, beroep en vervolgens hoger beroep tegen deze brief waarbij de vergunning is ingetrokken (hoewel er veel valt te schrijven over het verschil tussen ‘verval’ en ‘intrekking’ van een vergunning, laat ik dat hier maar buiten beschouwing).

Het college legt aan de intrekking van de vergunning ten grondslag: het niet nakomen van aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen. Dit is één van de intrekkingsgronden uit de APV van Dronten.

De rechtbank verklaart het beroep van de exploitant ongegrond, omdat de betalingsverplichting als een aan de vergunning verbonden voorschrift moet worden beschouwd.

De Afdeling oordeelt in hoger beroep anders. Volgens de Afdeling vormen de afspraken in de brief een privaatrechtelijke overeenkomst en is het vermelden van deze afspraken in de vergunning “een herinnering” aan deze overeenkomst, hetgeen ook blijkt uit het onderscheid tussen de kopjes “voorschriften” en “afspraken” in de vergunning. De Afdeling oordeelt daarom dat dat het college ten onrechte de vergunning heeft ingetrokken.

Vijf tips voor het sluiten van een overheidscontract naast een vergunning

Bij deze uitspraak is een annotatie van mij gepubliceerd in AB 2015/133. Hierin ga ik onder meer in op de (meer theoretische) vraag wat voor soort overeenkomst partijen gesloten hebben. In dit blogbericht volsta ik met een aantal praktische tips voor een ieder die een overeenkomst met of namens de overheid sluit voorafgaand aan de verlening van een vergunning:

  1. Leg de inhoud en aard van de gemaakte afspraken duidelijk neer in zowel de overeenkomst als de vergunning neer.
  2. Benoem een ‘verplichting’ in een vergunning ook expliciet als voorschrift en niet, zoals in deze uitspraak, als ‘afspraak’.
  3. Volsta in een vergunning niet met een verwijzing naar een eerder gesloten overeenkomst als het de bedoeling is om een gemaakte afspraak als vergunningvoorschrift op te nemen.
  4. Vermeld duidelijk in de overeenkomst wat voor soort overeenkomst het is. Is sprake van een zuiver privaatrechtelijke overeenkomst (bijvoorbeeld over grondgebruik)? Of is sprake van een bevoegdhedenovereenkomst, waarin afspraken worden gemaakt over het gebruik van een bevoegdheid door de  overheid, zoals het verlenen van een vergunning?
  5. Denk na over wie namens de overheid partij is bij de overeenkomst: is dat het bestuursorgaan (dat de vergunning moet gaan verlenen) en/of de gemeente (als grondeigenaar)?

Het bericht ‘Afspraken tussen de overheid en burger: maak duidelijk of het een vergunningvoorschrift of privaatrechtelijke overeenkomst is‘ is een bericht van Stibbeblog.nl.

Related news

30.04.2019 EU law
Climate goals and energy targets: legal perspectives

Seminar - On Tuesday April 30th, Stibbe organizes a seminar on climate goals and energy targets. Climate change has incited different international and supranational institutions to issue climate goals and renewable energy targets. Both the UN and the EU have led this movement with various legal instruments.

Read more

10.04.2019 NL law
Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvorm? Let op de eisen van het Unierecht!

Short Reads - De Kansspelautoriteit kan de tenaamstelling van vergunningen voor onder andere Lotto en de Staatsloterij niet zomaar wijzigen als de rechtsvorm van de vergunninghouders verandert. Dit gezien het door het Unierecht gewaarborgde vrije verkeer van diensten en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. Dat blijkt uit een viertal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("ABRvS") van 13 maart 2019. Wat betekenen deze uitspraken voor de praktijk?

Read more

10.04.2019 NL law
Gevolgen van de Wnra: schorsing voortaan met behoud van loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen

Short Reads - Vanaf het moment dat ambtenaren werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, worden ook de civielrechtelijke bepalingen ten aanzien van deze overeenkomst van toepassing. Het gevolg is dat de overheidswerkgever en zijn werknemers te maken krijgen met fenomenen die zich in het ambtenarenrecht niet voordoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de mogelijkheid van schorsing zonder behoud van loon, de termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op (ten onrechte niet betaald) loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen.

Read more

12.04.2019 NL law
Hoogste Europese rechter bevestigt dat overheden onrechtmatige staatssteun proactief moeten terugvorderen

Short Reads - De maand maart 2019 zal vermoedelijk de juridisch handboeken ingaan als een historische maand voor het mededingings- en staatssteunrecht. Niet alleen deed het Hof van Justitie een baanbrekende uitspraak op het gebied van het verhaal van kartelschade. Het heeft in de uitspraak Eesti Pagar (C-349/17) van 5 maart 2019 belangrijke vragen opgehelderd over de handhaving van het staatssteunrecht op nationaal niveau.

Read more

10.04.2019 BE law
Acrylamide: zijn frieten ook juridisch schadelijk voor de gezondheid?

Articles - De risico’s door de aanwezigheid van acrylamide in levensmiddelen noopten de EU tot het nemen van risicobeperkende maatregelen. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven van bepaalde levensmiddelen (o.a. frieten, chips, koekjes, …) kregen de verplichting om tal van maatregelen te nemen.  De juridische kwalificatie van acrylamide en het regime van deze maatregelen worden in deze blog toegelicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring