Articles

Jaaroverzicht jurisprudentie Flora- en faunawet 2014

Jaaroverzicht jurisprudentie Flora- en faunawet 2014

Jaaroverzicht jurisprudentie Flora- en faunawet 2014

13.04.2015 NL law

In 2014 is er weer een aantal interessante uitspraken gedaan over het verlenen van ontheffingen op grond van artikel 75 van de Flora- en faunawet. In dit artikel van Annemarie Drahmann (Stibbe) en Fleur Onrust (ENVIR), dat is gepubliceerd in JFf 2015/28, wordt een overzicht gegeven van deze jurisprudentie. Achtereenvolgens komen de volgende onderwerpen aan de orde: (1) Bestemmingsplan en Ffw; (2) Onderzoeksrapporten; (3) Relativiteitsvereiste en Ffw; ( 4) Vaste rust- en verblijfplaatsen; en (5) Handhaving.

Op basis van een analyse van de uitspraken zijn de volgende aanbevelingen te formuleren:

In het kader van een bestemmingsplan wordt door de bestuursrechter marginaal getoetst aan de Ffw, zorg echter wel dat er op een goede manier onderzoek is verricht naar de gevolgen van het bestemmingsplan op de aanwezige flora en fauna;
In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan is het niet nodig een voorwaardelijke verplichting te stellen mits door middel van uitvoeringsovereenkomsten eenzelfde resultaat is gegarandeerd;
Verricht volledig en voldoende onderzoek;
Voer dat onderzoek ook uit in de juiste periode (let op winterslaap, broedseizoen);
Zorg dat de aanwijzingen uit een onderzoek dat aan een besluit ten grondslag wordt gelegd worden opgevolgd, voer bijvoorbeeld vervolgonderzoek uit;
Maak gebruik van deskundige adviesbureaus/adviseurs;
Als er een beroep wordt gedaan op een kwalitatief slecht, of onjuist verricht onderzoek, maak dan gebruik van een eigen deskundige die een contra-expertise opstelt welke in de procedure kan worden ingebracht. Zorg dat de deskundige niet vergeet alles in het rapport dat aan het besluit ten grondslag ligt te weerleggen.
Het relativiteitsvereiste strekt zich in het kader van de Ffw uit tot de directe leefomgeving van een ieder.
Alleen als de foerageergebieden en vliegroutes samenvallen met de vaste rust- en verblijfplaatsen als bedoeld in art. 11 Ffw dan kan de verstoring van die gebieden beoordeeld worden op grond van art. 11 Ffw. Ook indien er sprake is van functieverlies van het foerageergebied wordt er aangenomen dat de vaste rust- of verblijfplaats wordt ‘verstoord’ of in ieder geval dan wordt die locatie meegenomen bij de beoordeling ex artikel 11 Ffw.
Als het bevoegd gezag niet zelfstandig een Ffw-ontheffing kan verlenen dan kan een last onder dwangsom geen impliciete Ffw-ontheffing inhouden.
De Habitatrichtlijn verplicht niet slechts tot het voorzien in een rechtskader dat het nalaten van overtredingshandelingen bevat, maar ook handelingen die leiden tot het herstel van de soort. Dit heeft tot gevolg dat een herstelsanctie (art. 5:21 Awb) kan worden opgelegd als de Ffw is overtreden.

Related news

11.07.2019 NL law
Monitor Wind op Land 2018: Doelstelling voor 2020 naar verwachting niet gehaald, optimistisch over opgesteld vermogen in 2023

Short Reads - De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) stuurde op 28 juni 2019 de Monitor Wind op Land 2018 ("Monitor") naar de Tweede Kamer vergezeld van een kamerbrief. In de Monitor concludeert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) dat de doelstelling uit het Energieakkoord van 6.000 Megawatt (MW) aan opgesteld vermogen windenergie op land in 2020 naar verwachting niet zal worden gehaald. In dit blog zetten wij de aandachtspunten uit de Monitor op een rij.

Read more

18.07.2019 NL law
Geen concessieovereenkomst, geen inhouse-gunning OV-diensten aan interne exploitant op grond van de PSO-verordening

Short Reads - Het Hof van Justitie ("Hof") oordeelde onlangs in twee arresten ("Arrest I" en "Arrest II") dat artikel 5 lid 2 PSO-Verordening ("PSO") niet van toepassing is op de onderhandse gunning van opdrachten voor busdiensten die niet de vorm aannemen van een concessieovereenkomst. Artikel 5 lid 2 PSO bevat de voorwaarden voor onderhandse gunning van openbaredienstcontracten aan interne exploitanten.

Read more

11.07.2019 NL law
Niet nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan leiden tot een kennelijk gegrond beroep en een 'kale vernietiging'

Short Reads - Een hard gelag voor de gemeenteraad van Rotterdam en de ontwikkelaar: bij uitspraak van 9 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2298, verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het beroep tegen het bestemmingsplan "De Nieuwe Wielewaal" zonder zitting kennelijk gegrond wegens het ontbreken van een m.e.r.-beoordelingsbesluit en vanwege een gebrekkige vormvrije m.e.r.-beoordeling. De sloop van 545 woningen en de nieuwbouw van 675 woningen lopen hierdoor grote vertraging op, omdat het bestemmingsplan eerst weer in ontwerp ter inzage moet worden gelegd.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring