Short Reads

De omgevingsvisie in de Omgevingswet

De omgevingsvisie in de Omgevingswet

De omgevingsvisie in de Omgevingswet

08.10.2014 NL law

De omgevingsvisie is één van de zes nieuwe instrumenten die de Omgevingswet introduceert. De omgevingsvisie komt in de plaats van de huidige structuurvisie, die we thans kennen in de Wet ruimtelijke ordening (‘Wro’). In de omgevingsvisie kunnen overheden hun beleidsvorming op het gebied van de fysieke leefomgeving vastleggen en uitvoeren. 

De Omgevingswet voorziet in hoofdstuk 3 in de mogelijkheid en soms zelfs een verplichting om een omgevingsvisie vast te stellen. Niet alleen op gemeentelijk, maar ook op rijks en provinciaal niveau bestaat die bevoegdheid. Hierna zal op hoofdlijnen worden ingegaan op de vraag wat omgevingsvisies beogen te regelen, welke procedures daarvoor gelden én wat de rechtsbeschermingsmogelijkheden zijn.

Wat beogen omgevingsvisies te regelen?

Een omgevingsvisie is een politiek bestuurlijk document dat een integrale visie inhoudt voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de lange termijn. De omgevingsvisie heeft dan ook een breder bereik dan de huidige structuurvisie.

Op rijks en provinciaal niveau is er een plicht om een integrale omgevingsvisie vast te stellen (artikel 3.1, lid 3 en lid 2, Omgevingswet). Voor een verplichting is gekozen omdat het voor ‘lagere’ overheden van belang is te weten wat het omgevingsbeleid op hoger niveau inhoudt. Raden zijn niet verplicht om een dergelijke visie vast te stellen, onder meer vanwege de lastenverzwaring die dat voor gemeenten met zich brengt (artikel 3.1, lid 1, Omgevingswet)Andere argumenten volgens de wetgever om af te zien van een verplichting voor gemeenten om een omgevingsvisie vast te stellen is de slechte afdwingbaarheid en de omstandigheid dat een verplichting niet leidt tot kwalitatief goede plannen of een adequaat omgevingsbeleid (MvT, p. 121).Waterschappen hebben geen bevoegdheid om een omgevingsvisie vast te stellen.

In de literatuur is wel betoogd dat de verplichting ook voor gemeenten zou moeten gelden, juist omdat op die manier onvoorziene ontwikkelingen in een breder kader kunnen worden beoordeeld en afgewogen (Van Tilburg, De opbouw van de omgevingswet, TBR 2012/164, blz. 918; J.F. de Groot, e.a., Toetsversie Omgevingswet: overzicht en aanbevelingen, TBR 2013/94, blz. 632). Ik deel deze kritiek. Mijns inziens zouden middel en grote gemeenten in elk geval een omgevingsvisie op moeten stellen, zodat het duidelijk is welke lange termijn visie er is op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.

De omgevingsvisie is niet gedefinieerd in de (bijlage van de) Omgevingswet. In de Omgevingswet is ten aanzien van de inhoud enkel bepaald dat een omgevingsvisie de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid bevat (artikel 3.2 Omgevingswet). Integraal houdt in dat de visie betrekking heeft op alle terreinen van de fysieke leefomgeving, zoals verkeer en vervoer, water, milieu, natuur, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, landbouw en cultureel erfgoed (MvT, p. 51).

De omgevingsvisie komt in de plaats van de huidige structuurvisies, delen van de natuurvisie, nationale en provinciale waterplannen, verkeers- en vervoerplannen en milieubeleidsplannen (MvT, p. 51).

Een omgevingsvisie wordt voor de lange termijn vastgesteld. In de Omgevingswet is overigens geen geldingsduur bepaald. Dat de visie integraal moet zijn, is de enige voorwaarde die wetgever aan de omgevingsvisie stelt. Het betreft een samenhangende visie op strategisch niveau, en dus niet een optelsom van beleidsvisies voor de diverse domeinen (MvT, p. 114). Een omgevingsvisie is dus een politiek bestuurlijk document dat het beleid voor de fysieke leefomgeving integraal omschrijft (MvT, p. 114). Daarbij geeft de wetgever grote vrijheid aan bestuursorganen door geen inhouds- of vormvereisten voor omgevingsvisies in de Omgevingswet vast te leggen.

Verder is van belang dat de wetgever in de Omgevingswet net als onder de Wro heeft afgezien van een juridische doorwerking van omgevingsvisies naar visies van andere bestuursorganen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de omgevingsvisie van het rijk niet bindend is voor provincies en gemeenten. Daarvoor worden andere instrumenten ingezet. Deze doorwerking verhoudt zich volgens de wetgever niet met het karakter van de omgevingsvisie die zoals hierboven is opgemerkt een politiek beleidsmatig karakter heeft. Dit betekent echter niet dat bestuursorganen zomaar voorbij kunnen gaan aan beleidsvisies van andere bestuursorganen. Het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel dwingen een bestuursorgaan uiteraard ook rekening te houden met de van toepassing zijnde omgevingsvisies die andere bestuursorganen hebben opgesteld.

Procedure

Welke procedure wordt gevolgd om te komen tot de vaststelling van omgevingsvisies? Omgevingsvisies worden voorbereid met behulp van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure in de Algemene wet bestuursrecht (artikel 16.25 Omgevingswet). In de Omgevingswet is geëxpliciteerd dat een ieder (en dus niet alleen belanghebbenden) zienswijzen tegen een ontwerp omgevingsvisie kenbaar kan maken (artikel 16.22 Omgevingswet).

Rechtsbescherming

Wie binden omgevingsvisies? De wetgever hanteert als uitgangspunt dat visies enkel de bestuursorganen binden die ze vaststellen. De binding voor burgers, bedrijven en andere overheden vindt plaats door andere instrumenten (zoals het projectbesluit en de omgevingsvergunning) die uitvoering geven aan de visies. Om deze reden staat geen rechtsbescherming bij de bestuursrechter open.

Tot besluit

Een integrale beoordeling van de fysieke leefomgeving lijkt mij het beste antwoord te zijn op de uitdagingen waarvoor we in ons land (komen te) staan. De verbreding van de reikwijdte van de ruimtelijke ordening naar de fysieke leefomgeving en de integratie van diverse plannen in één omgevingsvisie vind ik dan ook een goede ontwikkeling. De praktijk zal echter moeten uitwijzen of de omgevingsvisie ook echt een integrale visie inhoudt. Het komt daarbij dus aan op een goede uitvoering. De Omgevingswet zal naar alle waarschijnlijkheid een groot effect hebben op de huidige werkwijze bij het opstellen van structuurvisies. Geen optelsom meer van de verschillende beleidsvelden, maar één integrale visie op basis van een analyse en weging van alle bij de fysieke leefomgeving betrokken aspecten. Dat betekent dat de opstellers van omgevingsvisies op een nieuwe manier tot beleidsvorming zullen moeten komen. Dat lijkt mij een grote uitdaging en het valt te bezien of dat in de praktijk ook zal gebeuren, ondanks dat 2018 nog ver weg lijkt.

Dit is een blog in een serie over de Omgevingswet. Tot het einde van het jaar kunt u meer blogs over de Omgevingswet lezen op www.stibbeblog.nl. Een overzicht van alle blogberichten kunt u ook vinden opwww.pgomgevingswet.nl (onder documenten).

 

Related news

15.10.2021 NL law
BRRD II implementation in the Netherlands

Short Reads - Recently, the Dutch bill for the implementation of BRRD II (i.e. Directive (EU) 2014/59 establishing a framework for the recovery and resolution of credit institutions and investment firms, as amended by Directive (EU) 2019/879) in the Netherlands was submitted to Dutch Parliament, where it is currently under debate.

Read more

13.10.2021 NL law
FAQ: Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt?

Short Reads - Hoe een begrip uit te leggen als een definitie of andere uitleg ervan in de wettelijke regeling ontbreekt? Deze vraag komt meer dan eens aan de orde in geschillen en procedures. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beantwoordt deze vraag onder meer in een uitspraak over pleziervaartuigen en woonschepen in de jachthaven te Kaag (25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1897).

Read more

14.10.2021 NL law
Termijn voor het indienen vaststellingsaanvraag NOW-1 loopt af op 31 oktober 2021: strategische handreikingen en juridische aanbevelingen

Short Reads - Op 31 oktober 2021 is het de laatste dag waarop de vaststellingsaanvragen van de NOW-1 subsidie kunnen worden ingediend. Veel werkgevers hebben deze aanvraag al ingediend (en al een vaststellingsbesluit ontvangen) maar ook een aanzienlijk deel van de vaststellingsaanvragen moet nog door het UWV worden ontvangen (zie de Kamerbrief van 20 september 2021). 

Read more

13.10.2021 NL law
De hardheidsclausule en ander maatwerk in het licht van de NOW

Short Reads - Uitzonderingen op de NOW zijn volgens de bestuursrechter niet mogelijk door het bewust ontbreken van een hardheidsclausule, maar worden door de minister in bepaalde gevallen wel toegestaan. In dit artikel bespreekt Sandra Putting welke mogelijkheden bestuursorganen en de bestuursrechter hebben om maatwerk te bieden en wordt aan de hand van drie geschilpunten over de NOW beoordeeld hoe die mogelijkheden zijn ingezet of beter hadden kunnen worden ingezet.

Read more

14.10.2021 NL law
NFTs: New legal challenges on the horizon

Short Reads - Non-Fungible Tokens, widely known as NFTs, have recently gained much attention due to their role in the transfer of digital artworks. The market for NFTs grew from USD 13.5m in the first six months of 2020 to USD 2.5bn in the first half of 2021 and is still growing at an expansive rate. Notwithstanding their increasing popularity in the world of art, NFTs have many potential applications. In this blog Maciek Bednarski, Annemijn Witkam and Roderik Vrolijk explain what NFTs are and describe some of the legal challenges they will bring about.

Read more

12.10.2021 NL law
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming: Platformarbeid en privaatrecht

Short Reads - Jaap van Slooten schreef mee aan het boek ‘Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming’, waarin hij samen met Eric Tjong Tjin Tai (Tilburg University) in het hoofdstuk ‘Platformarbeid en privaatrecht’ ingaat op de vraag in hoeverre privaatrechtelijke regelingen een vorm van sociale bescherming bieden aan werkenden en afnemers van een platform.

Read more