Short Reads

De omgevingsverordening in de Omgevingswet

De omgevingsverordening in de Omgevingswet

De omgevingsverordening in de Omgevingswet

17.10.2014 NL law

De Omgevingswet heeft als uitgangspunt dat decentrale overheden hun regels over de fysieke leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Daarmee wordt de inzichtelijkheid, samenhang en naleving van de regelgeving bevorderd volgens de wetgever. Provincies leggen hun fysieke leefregels vast in een zogeheten omgevingsverordening. Hierna zal op hoofdlijnen worden ingegaan op de vraag wat een omgevingsverordening beoogt te regelen, welke procedure daarvoor geldt én wat de rechtsbeschermingsmogelijkheden zijn.

Wat beoogt omgevingsverordening te regelen?

De Omgevingswet introduceert voor provincies de omgevingsverordening. De omgevingsverordening is niet gedefinieerd in de (bijlage van de) Omgevingswet. In een omgevingsverordening worden regels vastgelegd over de fysieke leefomgeving (artikel 2.6 Omgevingswet). Provinciale staten stellen één en dus niet meerdere verordeningen vast. Daarmee beoogt de Omgevingswet een einde te maken aan verschillende verordeningen die er thans op provinciaal niveau zijn (MvT, blz. 88).

In deze verordening brengt de provincie haar regels voor de fysieke leefomgeving bijeen in één gebiedsdekkende regeling (MvT, blz. 52). De wetgever beoogt daarmee de inzichtelijkheid, samenhang en de naleving van regelgeving te vergroten. Hoe precies zal worden toegewerkt naar een streefbeeld van één gebiedsdekkende omgevingsverordening, zal (in het voorstel voor) de Invoeringswet Omgevingswet worden uitgewerkt.

De omgevingsverordening heeft drie soorten regels (MvT, blz. 94):

(i)               algemeen direct bindende regels;

(ii)              omgevingswaarden en

(iii)             instructieregels.

Dit wordt hierna verder toegelicht. In de eerste plaats omvat de omgevingsverordening regels die gericht zijn tot burgers en bedrijven. Het gaat dan om algemene regels en vergunningstelsels. De grondslag voor het stellen van algemene en direct bindende regels voor burgers is geregeld in afdeling 4.1 van de Omgevingswet.

In de tweede plaats heeft een omgevingsverordening regels die gericht zijn tot het uitvoerend bestuur, zoals omgevingswaarden (artikel 2.12, eerste lid, Omgevingswet). Omgevingswaarden zijn normen die de gewenste staat of kwaliteit van de fysieke leefomgeving of een onderdeel daarvan als beleidsdoel vastleggen (MvT, blz. 95). Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan maximaal toelaatbare concentraties van stoffen in water en lucht (MvT, blz. 95). Als een omgevingswaarde die door de provincie is vastgesteld ook moet gaan gelden voor gemeenten dan zal doorwerking door middel van instructieregels of beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen vorm moeten krijgen.

In de derde plaats kent een omgevingsverordening zogeheten instructieregels omtrent de uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen (afdeling 2.5 Omgevingswet). Instructieregels zijn volgens de wetgever te kenmerken als algemeen verbindende voorschriften die zich tot bij die regel aangewezen bestuursorganen richten (MvT, blz. 104). Deze instructieregels richten zich dus niet rechtstreeks tot burgers en bedrijven. Instructieregels zien op de inhoud, toelichting of motivering van een besluit dat een bestuursorgaan neemt. Ook kunnen instructieregels worden gesteld over de uitoefening van een taak die in de Omgevingswet aan een bestuursorgaan is toegedeeld. De besluiten en taken waarover instructieregels kunnen worden gegeven, zijn in de Omgevingswet limitatief benoemd (artikel 2.23 Omgevingswet).

Welke procedure wordt gevolgd om te komen tot vaststelling van een omgevingsverordening?

Omgevingsverordeningen worden voorbereid met behulp van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure in de Awb (artikel 16.30 Omgevingswet). In de Omgevingswet is geëxpliciteerd dat een ieder (en dus niet alleen belanghebbenden) zienswijzen tegen een ontwerp omgevingsverordening kenbaar kan maken (artikel 16.22 Omgevingswet).

Staat er rechtsbescherming open tegen een omgevingsverordening?

Tegen een omgevingsverordening staat in beginsel geen rechtsbescherming open. Dat betekent dat verordeningen niet voor beroep vatbaar zijn bij de bestuursrechter. Dit volgt uit artikel 8:3 Awb dat bepaalt dat geen beroep openstaat tegen een besluit die algemeen verbindende voorschriften inhouden.

Dit is anders als een omgevingsverordening een aanwijzing van een ‘beperkingengebied’ (bijvoorbeeld nabij een luchthaven of wegen) omvat. Dit zijn regels die tot beperking van het gebruik in een bepaald gebied leiden. Tegen zo’n aanwijzing staat wel rechtsbescherming in twee instanties open (MvT, blz. 299).

Dit is een blog in een serie over de Omgevingswet. Tot het einde van het jaar kunt u meer blogs over de Omgevingswet lezen op www.stibbeblog.nl. Een overzicht van alle blogberichten kunt u ook vinden opwww.pgomgevingswet.nl (onder documenten).

 

 

Related news

17.03.2020 NL law
Begunstigingstermijn en dwangsommen bij overmacht door crises

Short Reads - Als de begunstigingstermijn die aan een last onder dwangsom is verbonden voor een overtreder niet haalbaar is, kan het bestuursorgaan de last opheffen, opschorten of verminderen. De huidige crisissituatie in Nederland biedt bestuursorganen ruimte om de looptijd van handhavingsbesluiten op te schorten. In dit bericht zetten wij de mogelijkheden daartoe uiteen en schetsen wij de randvoorwaarden waaraan zo’n opschorting moet voldoen.

Read more

03.03.2020 NL law
Right to challenge symbolisch verankerd

Short Reads - De regering beoogt het right to challenge (ook wel uitdaagrecht genoemd) symbolisch te verankeren in de Gemeentewet. Het right to challenge betreft een vorm van burgerparticipatie waarbij inwoners van een gemeente of maatschappelijke (private) partijen de gemeente verzoeken om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. 

Read more

27.03.2020 BE law
Bijzondere volmachten in tijden van crisis: wat kan en wat niet?

Short Reads - In haar advies van 25 maart 2020 analyseert de afdeling Wetgeving van de Raad van State het wetsvoorstel van 21 maart 2020 tot bijzondere machtiging aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19. Het advies brengt de algemene beginselen inzake bijzondere machten in herinnering en plaatst daarnaast enkele kritische kanttekeningen bij het wetsvoorstel zelf. Voor liefhebbers van het grondwettelijk recht vormt het advies van de afdeling Wetgeving daarom een welgekomen afleiding in tijden van lockdown. 

Read more

02.03.2020 NL law
Wijziging Algemene wet bestuursrecht op komst: sanctionering medewerkingsplicht door middel van last onder bestuursdwang en dwangsom

Short Reads - In de Tweede Kamer wordt op dit moment het wetsvoorstel behandeld tot wijziging van de Awb en enkele andere wetten in verband met het nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatierecht. Dit wetsvoorstel voorziet onder meer in een algemene regeling voor de niet-naleving van de medewerkingsplicht in artikel 5:20 lid 3 Awb.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring