Short Reads

Legesvordering in strijd met opbrengstlimiet? Een precisering van de bewijslastverdeling.

Legesvordering in strijd met opbrengstlimiet? Een precisering van de bewijslastverdeling.

Legesvordering in strijd met opbrengstlimiet? Een precisering van de bewijslastverdeling.

03.06.2014 NL law

Op 4 april 2014 heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de geldigheid van een legesverordening. Dit arrest is interessant aangezien de Hoge Raad de bewijslastverdeling nader preciseert over de vraag wie (on)geldigheid van een legesverordening dient te bewijzen.

(ECLI:NL:HR:2014:777) 

Wat was er aan de hand? De belanghebbende heeft een viertal omgevingsvergunningen voor bouwen aangevraagd. Deze aanvragen worden door het college van burgemeester en wethouders geweigerd. Niettemin zijn op grond van de legesverordening aan belanghebbende vier legesnota’s gestuurd. Leges waren namelijk op grond van de verordening verschuldigd bij het in behandeling nemen van de aanvraag.

De belanghebbende komt tegen de nota in verweer en betoogt dat de legesverordening in strijd is met de opbrengstlimiet van artikel 229b, eerste lid van de Gemeentewet. Dit beginsel betekent dat de geraamde baten de geraamde kosten niet mogen overschrijden. De belanghebbende start een procedure bij de rechtbank. Volgens de rechtbank heeft belanghebbende niet aan kunnen tonen dat de legesverordening in strijd is met de opbrengstlimiet. Ter zitting heeft de heffingsambtenaar gesteld dat bij de legesverordening sprake is van een kostendekkingspercentage van 74,3 procent – en dus van onderdekking. Volgens de rechtbank heeft belanghebbende dit niet meer betwist.

De belanghebbende gaat in hoger beroep en betoogt bij het Hof: ”verder wordt in de uitspraak (van de rechtbank, DS) gesteld dat ik het eens ben met het feit dat het kostendekkingspercentage van 74,3 procent goed is. Ik heb zelf de berekening van de gemeente niet gezien en kan niet controleren of dat juist is.” In hoger beroep komt de heffingsambtenaar met onderbouwing en toelichting waaruit inderdaad volgt dat er sprake is van onderdekking.

Bij het Hof betoogt belanghebbende dat het onduidelijk is waarop de raming is gebaseerd en dat de cijfers niet controleerbaar zijn. Belanghebbende betwist daarom, bij gebrek aan wetenschap, die cijfers. De heffingsambtenaar stelt daartegenover onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 16 april 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BM1236) dat van een gemeente slechts mag worden verlangd dat zij van alle diensten afzonderlijk op controleerbare wijze vastlegt hoe zij de kosten ervan heeft geraamd. De heffingsambtenaar is van mening dat dit in het onderhavige geval voldoende is gebeurd en dat indien meer inzicht nodig is hij bereid is nadere stukken te produceren en in te brengen. Het Hof volgt de heffingsambtenaar echter niet en oordeelt dat deze  niet voldoende concreet en cijfermatig is ingegaan op de stelling van belanghebbende omtrent de onduidelijkheid en onderbouwing.

De gemeente gaat vervolgens in cassatie. Volgens de gemeente is wel degelijk voldoende inzicht verschaft in de ramingen van kosten en baten en kan, indien meer inzicht nodig is, om nadere informatie worden gevraagd. De gemeente stelt zich op het standpunt dat de bewijslast dat de opbrengstlimiet zou zijn overschreden berust bij eiser.

De Hoge Raad overweegt in zijn arrest dat de bewijslast van de feitelijke onderbouwing dat de opbrengstlimiet zou zijn overschreden op de belanghebbende berust. Voorts overweegt de Hoge Raad – in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 16 april 2010 – dat van een gemeente niet mag worden verlangd dat zij van alle diensten uit de legesverordening afzonderlijk en op controleerbare wijze vastlegt hoe zij de kosten ter zake daarvan heeft geraamd.

Vervolgens komt de Hoge Raad tot een nadere precisering ten opzichte van eerdere jurisprudentie door te overwegen dat het verstrekken van nadere inlichtingen uitsluitend van de heffingsambtenaar mag worden verlangd voor zover de belanghebbende voldoende gemotiveerd heeft gesteld waarom ten aanzien van bepaalde posten twijfel bestaat. Als de belanghebbende in deze opdracht slaagt, mag aan de nadere inlichtingen die de heffingsambtenaar moet verstrekken geen zwaardere eis worden gesteld dan dat deze functionaris naar vermogen duidelijk maakt waarom de twijfel van belanghebbende ongegrond is. De Hoge Raad expliciteert dat de woorden ”naar vermogen” betekenen dat de heffingsambtenaar derhalve niet hoeft te bewijzen dat de twijfel ongegrond is.

Dit arrest legt de bewijslastverdeling bloot bij een geschil over de vraag of een legesverordening in strijd is met het beginsel van de opbrengstlimiet. De hoofdregel is nog altijd: wie stelt moet bewijzen. Dus als een belanghebbende stelt dat de legesverordening in strijd is met de opbrengstlimiet, moet de belanghebbende dat bewijzen. Om belanghebbende echter een mogelijkheid te bieden om dat te kunnen doen, stelt de Hoge Raad zwaardere eisen aan de motivering die een heffingsambtenaar geeft voor zijn betwisting. Een eenvoudig bestrijdend verweer ”de legesverordening voldoet wel aan de opbrengstlimiet” volstaat niet derhalve; de heffingsambtenaar moet inzicht verschaffen in de ramingen van kosten en baten. Als vervolgens de belanghebbende ten aanzien daarvan posten in twijfel trekt, berust op de belanghebbende de bewijslast. Het enkel in twijfel trekken is onvoldoende.

 

Related news

09.08.2019 NL law
Bedrijfsgrootte is van invloed op de hoogte van de Arboboete: bij parttimers lagere boetes

Short Reads - Op 7 november 2018 deed de Afdeling een voor de praktijk van arboboetes belangrijke (eind)uitspraak. Zij bepaalt dat bij het bepalen van de omvang van een bedrijf of instelling onderscheid gemaakt dient te worden tussen een fulltime of parttime dienstverband. Die omvang wordt bepaald door uit te gaan van het totaal aantal medewerkers in een bedrijf of instelling op basis van een fulltime werkweek van 38 uur. Dat betekent dat afhankelijk van het aantal parttimers en de duur van hun dienstverband lagere Arboboetes zullen worden opgelegd.

Read more

14.08.2019 NL law
Wijziging Arbowetgeving in aantocht: tegengaan arbeidsmarktdiscriminatie bij werving en selectie

Short Reads - In haar kamerbrief van 11 juli 2019 heeft Staatssecretaris Van Ark van SZW aangekondigd dat zij na de zomer van 2019 een wetsvoorstel aan de Raad van State wil aanbieden dat ten doel heeft om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan. Dit voorstel heeft gevolgen voor het wervings- en selectieproces van werkgevers én voor partijen zoals wervings- en selectiebureaus en online platforms die dergelijke diensten verlenen aan werkgevers. Daartoe zullen de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs naar verwachting worden gewijzigd.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

07.08.2019 NL law
Bezwaar gemeente niet-ontvankelijk als bezwaarschrift niet is ingediend door de burgemeester

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een meervoudige-kameruitspraak van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1894) dat het bezwaar van een gemeente niet ontvankelijk is als het bezwaarschrift niet namens de gemeente is ingediend door de burgemeester, maar door het college van burgemeester en wethouders (b&w).

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring