Short Reads

Uitbreiding bestuursrechtelijke ketenaansprakelijkheid: nog meer lasten voor werkgevers?

Uitbreiding bestuursrechtelijke ketenaansprakelijkheid: nog meer last

Uitbreiding bestuursrechtelijke ketenaansprakelijkheid: nog meer lasten voor werkgevers?

30.01.2014 NL law

Bestuursrechtelijke ketenaansprakelijkheid ziet de wetgever als een effectief middel om naleving van wetten en regels te bewerkstelligen. 

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in november 2013 in het kader van de ‘voortgangsrapportage aanpak schijnconstructies‘ aangekondigd om zo snel mogelijk met maatregelen ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden te komen. Eén van deze maatregelen houdt een zogeheten bestuursrechtelijke ketenaansprakelijkheid in voor de betaling van het wettelijk minimumloon. Dat betekent dat anders dan thans het geval is niet alleen de directe werkgever wordt aangesproken tot betaling van het minimumloon, maar daarnaast alle werkgevers in de keten kunnen worden aangesproken. Betaalt de directe werkgever het minimumloon niet (volledig), omdat hij bijvoorbeeld onvindbaar of failliet is, dan kunnen alle werkgevers in de keten een boete opgelegd krijgen en/of een last onder dwangsom. Dat betekent dat wanneer een aannemer een onderaannemer inhuurt die vervolgens een derde bedrijf vraagt om op een bouwlocatie werkzaamheden te verrichten, alle drie de partijen te maken kunnen krijgen met handhavingsacties van de Minister. De vraag die werkgevers zich zullen stellen, is hoe zij ervoor moeten zorgen dat zij niet met handhavend optreden geconfronteerd zullen worden? Dat is, zo blijkt in de praktijk van de ketenaansprakelijkheid van de Wet arbeid vreemdelingen, een lastig te beantwoorden vraag. Het is dan ook te hopen dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid goede voorlichting aan bedrijven gaat geven zodat zij tijdig de vereiste maatregelen kunnen treffen om boetes en/of dwangsommen te voorkomen.

Bestuursrechtelijke ketenaansprakelijkheid nader beschouwd

Bestuursrechtelijke ketenaansprakelijkheid is niet nieuw. Ook de Wet arbeid vreemdelingen (‘Wav’) kent sinds een aantal jaren een dergelijke ketenaansprakelijkheid. Alle werkgevers in de keten moeten wanneer zij een vreemdeling arbeid laten verrichten, over een tewerkstellingsvergunning beschikken. Wanneer wordt geconstateerd dat een vreemdeling zonder vergunning arbeid verricht, worden alle werkgevers in de keten, ongeacht hun betrokkenheid bij de werkzaamheden, beboet. De praktijk laat zien dat het kan gaan om fikse boetebedragen.

Het is niet helemaal duidelijk welke sanctie de wetgever in de ketenaansprakelijkheid voor het minimumloon precies wil introduceren. Vooralsnog wordt voorzien in een bestuurlijke boete en/of last onder dwangsom. Duidelijk is dat wanneer alle werkgevers in de keten zullen worden verplicht garant te staan dat het minimumloon betaald wordt aan alle werknemers in de keten, de lasten van werkgevers verder zullen toenemen.

Gevolgen voor de praktijk

Bestuursrechtelijke ketenaansprakelijkheid blijkt voor werkgevers die met de Wav te maken hebben in de praktijk lastige vraagstukken op te leveren. Dat zal naar verwachting niet anders worden als de ketenaansprakelijkheid ook wordt ingevoerd in verband met het betalen van het minimumloon. De vraag die werkgevers zullen hebben, is welke maatregelen zij moeten treffen om boetes en/of dwangsommen te voorkomen? Uit de jurisprudentie onder de Wav blijkt dat werkgevers zogeheten “Wav-proof” contracten moeten afsluiten én bij hun contractspartij moeten controleren of zij de Wav daadwerkelijk naleven. Het aanpassen van het contract zal naar verwachting veelal geen problemen opleveren. Voor de praktijk speelt met name de vraag hoe je als werkgever verder in de keten feitelijk kunt controleren of de directe werkgever het minimumloon uitbetaalt? Anders dan bij de Wav is het te hopen dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in zijn voorlichting over de gevolgen van het wetsvoorstel vroegtijdig duidelijkheid aan de werkgevers biedt wat zij precies moeten doen om ervoor te zorgen dat zij niet geconfronteerd worden met boetes en/of dwangsommen. Als die duidelijkheid niet wordt gegeven, zullen net als bij de Wav het geval is, veel juridische procedures het gevolg zijn, waarbij onder meer de juistheid van de geconstateerde feiten en de evenredigheid van de sanctie centraal zullen staan. Nog los van die informatie geldt dat werkgevers naar verwachting met extra lasten worden geconfronteerd om te waarborgen dat het minimumloon in de gehele keten wordt uitbetaald.

Related news

13.07.2021 NL law
Vertraging Wetsvoorstel Warmtewet 2: een (on)overbrugbaar verschil van inzicht

Short Reads - Op 5 juli 2021 heeft demissionair staatssecretaris Dilan Yeşilgöz-Zegerius van Economische Zaken & Klimaat (hierna: de staatssecretaris) de Tweede Kamer een brief gestuurd over de voortgang Wet collectieve warmtevoorziening (ook wel: Warmtewet 2). Ondanks de aanpassingen gemaakt naar aanleiding van de internetconsultatie van vorig jaar, wordt het conceptwetsvoorstel in huidige vorm niet gesteund door de decentrale overheden.

Read more

19.07.2021 NL law
Beginselplicht tot handhaving bij bestuurlijke boetes?

Short Reads - In de uitspraak van 30 juni 2021 oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak dat de beginselplicht tot handhaving niet geldt voor de bestuurlijke boete geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens. Uit de redenen die de Afdeling hiervoor benoemt lijkt te volgen dat de beginselplicht tot handhaving nooit heeft te gelden bij bestuurlijke boetes. In dit blog bespreken wij de uitspraak van de Afdeling en gaan wij nader in op de beginselplicht tot handhaving.

Read more