Short Reads

Twee aanvragen voor één terrasvergunning: welke moet de burgemeester kiezen?

Twee aanvragen voor één terrasvergunning: welke moet de burgemeester

Twee aanvragen voor één terrasvergunning: welke moet de burgemeester kiezen?

13.01.2014 NL law

Om tijdens de Vierdaagsefeesten in Nijmegen een terras te mogen exploiteren moeten vergunningen worden verleend. Voor een bepaalde locatie kon slechts één vergunning worden verleend, maar werden door de exploitanten van twee cafés aanvragen ingediend. Op grond van de wet- en regelgeving van de gemeente kon slechts aan één van de twee cafés de benodigde vergunning worden verleend. De exploitant van wie de aanvraag afgewezen wordt, dient rechtsmiddelen in tegen dit besluit.

Op 25 september 2013 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan. Interessant aan deze uitspraak is dat de Afdeling voorop stelt dat besluit van de burgemeester terughoudend moet worden getoetst. De Afdeling oordeelt namelijk dat een situatie is ontstaan waarin de APV niet voorziet en: “De burgemeester heeft zich gelet daarop terecht op het standpunt gesteld dat hij een keuze diende te maken tussen de twee aanvragen. Omdat een wettelijk toetsingskader voor het maken van die keuze ontbreekt, heeft de rechtbank terecht overwogen dat een dergelijk besluit terughoudend door de rechter dient te worden getoetst. De rechter dient zich te beperken tot de vraag of de afweging die de burgemeester heeft gemaakt onredelijk is, dan wel anderszins in strijd is met algemene beginselen van behoorlijk bestuur.” De Afdeling is van oordeel dat daarvan in het onderhavige geval geen sprake is.

Bij deze uitspraak heb ik een noot geschreven die is gepubliceerd in AB 2013/385. Hierin concludeer ik dat deze uitspraak aanleiding geeft te vermoeden dat de Afdeling het bijzondere karakter van besluiten over schaarse rechten minder wil aanzetten dan het CBb.
Volgens vaste jurisprudentie van het CBb dienen namelijk “aan de besluitvorming met betrekking tot de toekenning van een schaarse ontheffing, onder meer uit het oogpunt van rechtszekerheid zware eisen te worden gesteld.”
Deze overweging behoort nog niet tot de vaste jurisprudentie van de Afdeling. Dat aan schaarse besluiten zware eisen worden gesteld, is mijns inziens terecht. Bij besluitvorming over schaarse vergunningen is immers sprake van aanvragers die in concurrentie met elkaar meedingen naar één (of een beperkt aantal) besluit(en). Deze concurrentie rechtvaardigt dat strenge eisen mogen worden gesteld aan het besluit om zo te kunnen garanderen dat alle aanvragers gelijke kansen hebben. De overweging van het CBb zou dan ook een goede aanvulling op de overweging van de Afdeling zijn.

Related news

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

08.10.2019 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit in ruimtelijke planvorming: meer samenhang is nodig

Short Reads - De bouw van zo'n 700.000 extra woningen, zoals aangekondigd in de Nationale woonagenda 2018-2021, zorgt voor grote gevolgen voor de mobiliteit. Mobiliteitsvraagstukken spelen bij ruimtelijke planvorming maar een beperkte rol en ook in de Omgevingswet ontbreekt een passende integrale mobiliteitsoplossing voor bepaalde ruimtelijke ordeningsprojecten.

Read more

08.10.2019 NL law
Annotatie bij ABRvS 26 juni 2019, waarin de Afdeling een vereniging als belanghebbende aanmerkt

Short Reads - Op 26 juni 2019 heeft de Afdeling twee uitspraken gedaan over de vraag of een vereniging die opkomt voor werknemers als belanghebbende als in artikel 1:2, derde lid, Awb kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat medewerkers in beginsel niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Maar in tegenstelling tot de rechtbanken van Amsterdam en Limburg, oordeelde de Afdeling ook dat een uitzondering hierop kan worden gemaakt. 

Read more

08.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een 'verdachte' rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Articles - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd. Het bedrijf krijgt om die reden een boete op grond van artikel 4.48a lid 1 Arbobesluit.

Read more

08.10.2019 NL law
Annotatie bij ABRvS 26 juni 2019, waarin de Afdeling een vereniging als belanghebbende aanmerkt

Short Reads - Op 26 juni 2019 heeft de Afdeling twee uitspraken gedaan over de vraag of een vereniging die opkomt voor werknemers (in dit geval de Kunstenbond) als belanghebbende als in artikel 1:2, derde lid, Awb kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat medewerkers in beginsel niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt, omdat hun belang een van de werkgever afgeleid belang is en dat het is ontleend aan de contractuele relatie tussen werkgever en werknemer.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring