Short Reads

Heeft de wijziging van de m.e.r.-richtlijn gevolgen voor Nederland?

Heeft de wijziging van de m.e.r.-richtlijn gevolgen voor Nederland?

Heeft de wijziging van de m.e.r.-richtlijn gevolgen voor Nederland?

13.01.2014 NL law

De milieueffectrapportage voor projecten (“project-m.e.r.”) wacht twee belangrijke ontwikkelingen. Op nationaal niveau brengt de toekomstige Omgevingswet verandering. Parallel wordt er gewerkt aan een wijziging van de Europese richtlijn voor de project-m.e.r. Deze bijdrage focust op enkele opvallende bepalingen uit het beschikbare ontwerp van deze wijziging en mogelijke consequenties voor de Nederlandse praktijk.

De wijziging van de richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (2011/92/EU, hierna: “m.e.r-richtlijn”) is enkel in ontwerp beschikbaar en zal nog op punten worden aangepast, mede naar aanleiding van amendementen vanuit het Europees Parlement (zie hier de website van Europese Commissie met het wijzigingsvoorstel en andere documentatie). Niettemin verdient de inhoud van deze wijziging nu al aandacht, aangezien deze wijziging ook voor Nederland gevolgen zal hebben, waarmee bij voorkeur ook rekening wordt gehouden bij de totstandkoming van de Omgevingswet.

De wijziging beoogt op meer detailniveau de procedure voor en de verplichtingen bij het opstellen van een milieueffectrapport voor projecten (“project-MER”) te regelen. Enkele in het oog springende bepalingen daarbij zijn:

  • Het benoemen van nieuwe factoren, waarmee in het beoordeling van de effecten van een project rekening moet worden gehouden, zoals de biodiversiteit, klimaatverandering en natuur- dan wel door de mens veroorzaakte rampen;
  • Het formuleren van inhoudelijke eisen aan een besluit over het al dan niet uitvoeren van een milieueffectrapportage bij een project (de zogenaamde “m.e.r.-beoordeling”);
  • De verplichting voor het bevoegd gezag om een advies over de reikwijdte en het detailleringsniveau te geven voorafgaand aan het opstellen van een project-MER;
  • Een verplichting om alternatieven voor het beoogde project te onderzoeken en de effecten van deze alternatieven af te zetten tegen de referentiesituatie;
  • Een verplichte coördinatie bij samenloop van de plichten tot het opstellen van (i) een project-MER en (ii) een milieueffectrapport voor een plan of programma (“plan-MER”);
  • Een uiteenzetting van hetgeen een vergunning moet vermelden over het bijhorende project-MER, waaronder de wijze waarop aanzienlijke nadelige gevolgen voor het milieu worden vermeden dan wel beperkt;
  • De verplichting om monitoringsmaatregelen op te nemen indien het project aanzienlijke nadelige milieueffecten heeft.

Enkele van de genoemde bepalingen zijn nu al geregeld in de Nederlandse regelgeving, zijnde de Wet milieubeheer (“Wm”). Zo bevat de Wm al een coördinatieregeling bij samenloop tussen een project- en plan-MER. Ook bevat de Wm al de verplichting om alternatieven te onderzoeken in het kader van een project-m.e.r.

Niettemin zal de wijziging gevolgen hebben voor de Nederlandse praktijk. Waar thans het advies van het bevoegd gezag over de reikwijdte en het detailniveau in bepaalde situaties facultatief is, zal dit in de toekomst altijd moeten gebeuren. Verder zal bij de m.e.r.-beoordeling en in een project–MER met de nieuwe factoren rekening moeten worden gehouden en zal een m.e.r.-beoordeling dan wel een besluit op basis van een project-MER moeten voldoen aan de inhoudelijke eisen uit de gewijzigde m.e.r.-richtlijn.

Eén van de bepalingen waar blijkens de tekst van de wijziging veel waarde aan wordt gehecht betreft de monitoring achteraf van een project met als doel de uitvoering en doeltreffendheid van mitigerende en compenserende maatregelen te beoordelen. De huidige m.e.r.-richtlijn bevat geen bepalingen omtrent ex-postmonitoring, maar de Wm bevat wel enkele bepalingen voor evaluatie achteraf. De toepassing van deze bepalingen is tot nog toe een ondergeschoven kindje gebleven. De wijziging van de m.e.r.-richtlijn creëert echter een plicht om in bepaalde situaties te monitoren, waarmee de Nederlandse regeling ook meer aan belang kan winnen.

Als laatste wijs ik op een interessante bepaling voor lopende vergunningaanvragen op het moment dat de wijziging moet zijn geïmplementeerd. Als voor een project een vergunningaanvraag is ingediend voorafgaand aan de (nog vast te stellen) implementatiedatum van de wijziging, maar op die datum de project-m.e.r. nog niet is afgerond, dan valt het project onder de gewijzigde m.e.r.-regelgeving.

Related news

05.10.2018 NL law
Presentaties seminar Dienstenrichtlijn en Detailhandel

Articles - Met het arrest van het Europese Hof van Justitie en de vervolguitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Visser Vastgoed in Appingedam is vast komen te staan dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op bestemmingsplannen die detailhandel reguleren.

Read more

15.10.2018 BE law
Gestion et traçabilité des terres en Wallonie. Nouvel arrêté du gouvernement.

Articles - Dans la continuité de l'adoption, le 1er mars 2018, du décret relatif à la gestion et à l'assainissement des sols, le Gouvernement wallon a mis en place un certain nombre de mesures relatives à la gestion et à la traçabilité des terres en Wallonie. Ces mesures entreront en vigueur le 1er novembre 2019 (et partiellement le 1er septembre 2018).

Read more

04.10.2018 BE law
Nieuw tijdperk voor Vlaamse woonreserves aangebroken

Articles - De Vlaamse regering beoogt het wettelijk kader in de zogenaamde "woonresergebieden" (waaronder de woonuitbreidingsgebieden) grondig te wijzigen. Ofwel krijgen de gebieden de volwaardige status als woongebied, ofwel krijgen ze een andere bestemming dan wonen. De regeling laat toe om gemeenten voor een openruimtebestemming te laten kiezen. Hierna een overzicht van het voorstel van de Vlaamse regering en de reactie van de adviesraden op het voorstel.

Read more

03.10.2018 NL law
Zijn tijdelijke omgevingsvergunningen voor zonneparken verleden tijd door wijziging subsidieregeling?

Short Reads - Tijdelijke zonneparken zijn snel vergunbaar, zo oordeelde de rechtbank Zwolle in haar uitspraak waarbij een tijdelijke omgevingsvergunning voor een zonnepark in Staphorst werd aangevochten. De rechtbank volgt daarmee de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak. Onlangs is echter de SDE+-subsidieregeling gewijzigd, waardoor projecten met een tijdelijke omgevingsvergunning van subsidie worden uitgesloten. Komt er daarmee een einde aan de oprichting van tijdelijke zonneparken?

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring