Short Reads

Niets bijzonders aan een windturbine in het buitengebied

Niets bijzonders aan een windturbine in het buitengebied

Niets bijzonders aan een windturbine in het buitengebied

23.12.2014 NL law

Nu de komst van windturbines op land vol in de aandacht staat, komen er ook meer uitspraken over verzoeken om de geluidsbelasting van windturbines te beperken. Het betreft dan veelal een verzoek tot het opleggen van een maatwerkvoorschrift vanwege bijzondere lokale omstandigheden. De afwijzing van een dergelijk verzoek in Hollands Kroon is recent door de Afdeling bestuursrechtspraak onderschreven.

1.                  Wat vooraf ging

Voor windturbines en –parken bevat het Activiteitenbesluit milieubeheer (“Activiteitenbesluit“) geluidsnormen van ten hoogste 47 dB Lden en 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen en op de grens van gevoelige terreinen (zie art. 3.14a, lid 1 Activiteitenbesluit). Het bevoegd gezag, zijnde het college van burgemeester en wethouders, kan in afwijking van deze geluidsnormen bij maatwerkvoorschrift in verband met bijzondere lokale omstandigheden normen met een andere waarde vaststellen(zie art. 3.14a, lid 3 Activiteitenbesluit).

Deze bevoegdheid heeft al tot enkele uitspraken geleid. Het onderwerp van discussie betreft dan vooral het al dan niet aanwezig zijn van bijzondere lokale omstandigheden. Omwonenden van windturbines  en –parken  menen veelal dat hiervan sprake is bij een door hen als rustig buitengebied ervaren omgeving, veelal met agrarische bestemmingen.

De wetgever is niet duidelijk geweest over hetgeen moet worden verstaan onder bijzondere lokale omstandigheden. In ieder geval bevat het Activiteitenbesluit zelf geen nadere invulling van deze term. Uit de wetsgeschiedenis zijn nog wel enige handreikingen te halen. Door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu was bijvoorbeeld in een algemeen overleg in reactie op vragen naar voren gebracht dat voor een ‘generiek platteland’ deze bevoegdheid niet naar willekeur van stal kan worden gehaald.

2.                  De uitspraak

Bij uitspraak van 10 december 2014 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak (“Afdeling”) geoordeeld over de afwijzing door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon van een verzoek tot het vaststellen van een maatwerkvoorschrift vanwege bijzondere lokale omstandigheden.

De appellant bracht bij de Afdeling naar voren dat artikel 3.14a, lid 3 Activiteitenbesluit geen reële mogelijkheid bood om een maatwerkvoorschrift op te leggen. Ter onderbouwing van dit standpunt verwees de appellant naar enkele eerdere uitspraken waarin geen maatwerkvoorschriften vanwege bijzondere lokale omstandigheden werden opgelegd. De Afdeling ging hier niet in mee.  De Afdeling bevestigde wederom dat het opleggen van een maatwerkvoorschrift een discretionaire bevoegdheid is en geen verplichting. De Afdeling zag in de door appellant aangehaalde uitspraken waarin geen toepassing was gegeven van de maatwerkbevoegdheid geen reden om aan te nemen dat nooit van deze bevoegdheid gebruik gemaakt kon worden. Daarbij wees de Afdeling expliciet op haar eerdere uitspraak, waarin werd aanvaard dat in een maatwerkvoorschrift andere waarden zouden worden opgelegd vanwege een laag referentieniveau van het omgevingsgeluid.

Vervolgens kwam de vraag naar voren of aan de afwijzing door het college van Hollands Kroon een goede belangenafweging ten grondslag lag. Het college had bij de afwijzing van het verzoek vastgesteld dat in de omgeving van de windturbine geen bijzondere omstandigheden bestonden. Het zijn van een feitelijk stil gebied achtte het college in ieder geval niet een zodanige omstandigheid. In de afwijzing van het verzoek had het college betrokken dat de windturbine niet in een provinciaal stiltegebied stond. Verder was het gebied bestemd voor agrarische doeleinden. Ter zitting lichtte het college nog toe dat de feitelijke situatie ter plaatse was onderzocht en dat het gebied rondom de windturbine moest worden aangemerkt als een agrarisch productiegebied. Het college verwachtte dat in de toekomst het omgevingsgeluid vanwege de agrarische bedrijvigheid alleen maar zou toenemen. Wel onderkende het college nog dat het referentieniveau van het omgevingsgeluid in het gebied laag was, maar achtte dat niet ongebruikelijk in buitengebieden. Het lage referentieniveau vormde dan ook geen bijzondere omstandigheid. Deze onderbouwing voor de afwijzing aanvaarde de Afdeling.

Deze uitspraak is in lijn met de eerdere uitspraken van de Afdeling. Hieruit kan worden geconcludeerd dat bevoegde gezagen terecht niet snel aanleiding zien om bijzondere lokale omstandigheden aan te nemen.

Het bericht ‘Niets bijzonders aan een windturbine in het buitengebied’ is een bericht van Stibbeblog.nl.

 

Related news

30.04.2019 EU law
Climate goals and energy targets: legal perspectives

Seminar - On Tuesday April 30th, Stibbe organizes a seminar on climate goals and energy targets. Climate change has incited different international and supranational institutions to issue climate goals and renewable energy targets. Both the UN and the EU have led this movement with various legal instruments.

Read more

10.04.2019 NL law
Casus Lotto c.s.: Aanpassing naam vergunninghouder bij nieuwe rechtsvorm? Let op de eisen van het Unierecht!

Short Reads - De Kansspelautoriteit kan de tenaamstelling van vergunningen voor onder andere Lotto en de Staatsloterij niet zomaar wijzigen als de rechtsvorm van de vergunninghouders verandert. Dit gezien het door het Unierecht gewaarborgde vrije verkeer van diensten en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. Dat blijkt uit een viertal uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("ABRvS") van 13 maart 2019. Wat betekenen deze uitspraken voor de praktijk?

Read more

10.04.2019 NL law
Gevolgen van de Wnra: schorsing voortaan met behoud van loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen

Short Reads - Vanaf het moment dat ambtenaren werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, worden ook de civielrechtelijke bepalingen ten aanzien van deze overeenkomst van toepassing. Het gevolg is dat de overheidswerkgever en zijn werknemers te maken krijgen met fenomenen die zich in het ambtenarenrecht niet voordoen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de mogelijkheid van schorsing zonder behoud van loon, de termijn waarbinnen aanspraak kan worden gemaakt op (ten onrechte niet betaald) loon en de wettelijke verhoging van loonvorderingen.

Read more

12.04.2019 NL law
Hoogste Europese rechter bevestigt dat overheden onrechtmatige staatssteun proactief moeten terugvorderen

Short Reads - De maand maart 2019 zal vermoedelijk de juridisch handboeken ingaan als een historische maand voor het mededingings- en staatssteunrecht. Niet alleen deed het Hof van Justitie een baanbrekende uitspraak op het gebied van het verhaal van kartelschade. Het heeft in de uitspraak Eesti Pagar (C-349/17) van 5 maart 2019 belangrijke vragen opgehelderd over de handhaving van het staatssteunrecht op nationaal niveau.

Read more

10.04.2019 BE law
Acrylamide: zijn frieten ook juridisch schadelijk voor de gezondheid?

Articles - De risico’s door de aanwezigheid van acrylamide in levensmiddelen noopten de EU tot het nemen van risicobeperkende maatregelen. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven van bepaalde levensmiddelen (o.a. frieten, chips, koekjes, …) kregen de verplichting om tal van maatregelen te nemen.  De juridische kwalificatie van acrylamide en het regime van deze maatregelen worden in deze blog toegelicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring