Articles

Contracting: over afbakeningsproblemen met uitzending, schijnconstructies en juridisch houdbare varianten

Contracting: over afbakeningsproblemen met uitzending, schijnconstructies en juridisch houdbare varianten

Contracting: over afbakeningsproblemen met uitzending, schijnconstructies en juridisch houdbare varianten

16.12.2014 NL law

In een arrest van het Hof Den Bosch van 21 oktober 2014, oordeelt het hof dat de tekst van de door het contractingbedrijf met de opdrachtgever gesloten ‘aannemingsovereenkomst’ onvoldoende aanknopingspunten biedt om aan de contractuele relatie tussen het contractingbedrijf en zijn werknemers de kwalificatie uitzendverhouding te ontnemen. Nu op grond hiervan de ABU-cao van toepassing is, veroordeelt het hof het contractingbedrijf tot betaling van een bedrag van € 345.328 aan te weinig betaald loon aan de werknemers.

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een uitzendovereenkomst acht het hof niet de door partijen gemaakte contractuele afspraken bepalend, maar de wijze waarop hier feitelijk uitvoering aan is gegeven. Het dwingende (uitzend)recht kan immers niet door een contract opzij worden gezet, zo overweegt het hof. In eerste aanleg oordeelde de kantonrechter te Eindhoven in deze zelfde zaak nog onder verwijzing naar de door partijen gemaakte afspraken dat geen sprake was een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW.

In een annotatie gaat Johan Zwemmer eerst in op de vraag hoe contracting als arbeidsrechtelijke driehoeksverhouding moet worden geduid binnen het bestaande juridische kader van in de wet geregelde bijzondere overeenkomsten en waar de grens ligt tussen contracting en uitzending. Daarna bespreekt de annotator het arrest van het hof en wordt aandacht besteed aan de gevolgen van contracting, zoals het ontslag van eigen werknemers door de opdrachtgever na uitbesteding van het werk aan het contractingbedrijf, en de wijze waarop sociale partners en de regering aankijken tegen contracting. De annotator sluit af met een analyse van kenmerken en elementen van contracting die zouden impliceren dat geen sprake is van een verkapte vorm van uitzending dan wel van een schijnconstructie.

 

 

Team

Related news

15.01.2019 NL law
De verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfondsen: wel of geen voorrangsregel in de betekenis van artikel 9 Rome I?

Articles - In deze bijdrage staat een actueel en belangrijk pensioenvraagstuk centraal. Dit vraagstuk ligt op het snijvlak tussen pensioen en internationaal privaatrecht. Het gaat om een nadere verkenning van de vraag of de verplichtstelling van de Wet Bpf kwalificeert als een regel van bijzonder dwingend recht als bedoeld in artikel 9 van Rome I.

Read more

08.01.2019 NL law
Algoritmische discriminatie

Articles - 'Slimme algoritmes' nemen steeds meer arbeidsrechtelijk relevante beslissingen. Zo kunnen zelflerende systemen onder meer worden ingezet om te bepalen wie promotie krijgt of welk cv wordt geselecteerd in een sollicitatieprocedure. Ook in de opkomende platformeconomie worden veel arbeidsrechtelijk relevante beslissingen genomen door geautomatiseerde systemen: wie doet welke klus en tegen welke beloning?

Read more

07.01.2019 NL law
De redelijke grond: rechtsfeit of rechtsgrond?

Articles - Op 16 februari 2018 wees de Hoge Raad twee beschikkingen (ECLI:NL:HR:2018:182 en ECLI:NL:HR:2018:220), waarin de toepasselijkheid van de wettelijke bewijsregels bij ontbindingszaken aan bod kwam. In beide beschikkingen heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de wijze waarop dient te worden vastgesteld of sprake is van een redelijke grond zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder c t/m h BW (de ‘redelijke gronden’).

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring