Short Reads

Internetconsultatie gestart: wijziging van de Wet openbaarheid van bestuur ter voorkoming van misbruik

Internetconsultatie gestart: wijziging van de Wet openbaarheid van bestuur ter voorkoming van misbruik

Internetconsultatie gestart: wijziging van de Wet openbaarheid van bestuur ter voorkoming van misbruik

06.08.2014 NL law

Het kabinet wil de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) wijzigen. Hiermee moet misbruik van de Wob worden voorkomen. De wijziging houdt in essentie in dat als een bestuursorgaan niet tijdig op een Wob-verzoek reageert, het bestuursorgaan geen dwangsommen meer zal verbeuren.

Het probleem: misbruik van de Wob om dwangsommen te kunnen innen

Op grond van de Wob kan eenieder een verzoek om openbaarmaking van informatie indienen bij een bestuursorgaan. Het is niet nodig dat de aanvrager een eigen belang heeft bij dit verzoek, omdat het uitgangspunt van de wet is dat informatie openbaar is, tenzij er een weigeringsgrond van toepassing is. Op grond van de Wob moet een bestuursorgaan binnen vier weken (of, na verdaging, acht weken) op een Wob-verzoek beslissen. Als een bestuursorgaan niet tijdig beslist, kan de indiener het bestuursorgaan in gebreke stellen, waarna het bestuursorgaan een dwangsom kan verbeuren.

Het uitgangspunt dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar moet zijn, is een nobel uitgangspunt, maar zoals vaak ligt misbruik op de loer. In de praktijk is gebleken dat soms Wob-verzoeken werden ingediend, waaruit sterk het vermoeden bleek dat de indiener hoopte wat “bij te kunnen verdienen” met het bedrag aan verbeurde dwangsommen. Deze Wob-verzoeken worden bijvoorbeeld “verborgen” gedaan door in een bijzin om informatie te vragen in de hoop dat het informatieverzoek over het hoofd wordt gezien of door veel verschillende en/of omvangrijke Wob-verzoeken in te dienen. Volgens het kabinet kost dit misbruik de overheid naar schatting €8 tot €14 miljoen per jaar.

De voorgestelde oplossing: wijziging van de Wob

Het kabinet acht dit misbruik onwenselijk en wil daarom de Wob wijzigen. De gekozen oplossing is dat als een bestuursorgaan niet tijdig beslist op een Wob-verzoek, het bestuursorgaan geen dwangsom verbeurt. Deze uitzondering op de dwangsomregeling wordt neergelegd in een nieuw artikel 12b Wob. Het artikel maakt namelijk een uitzondering op paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Deze uitzondering geldt voor alle Wob-verzoeken. Dit heeft tot gevolg dat als een bestuursorgaan niet tijdig op een verzoek beslist, de indiener van het verzoek zich tot de bestuursrechter zal moeten wenden. De bestuursrechter kan dan, als inderdaad sprake is van termijnoverschrijding, oordelen dat het bestuursorgaan alsnog moet beslissen op het Wob-verzoek en aan zijn oordeel een dwangsom verbinden.
In de Awb (artikel 8:55d) is bepaald dat de termijn die de bestuursrechter aan het bestuursorgaan moet opleggen om alsnog een besluit te nemen twee weken is. Ook op deze termijn wil het kabinet een uitzondering maken. In het voorgestelde nieuwe artikel 12a Wob wordt namelijk bepaald dat de bestuursrechter “een termijn” aan het bestuursorgaan moet opleggen. Deze termijn is dus onbepaald, zodat rekening kan worden gehouden met de omvang van het Wob-verzoek.
Bovendien kan de bestuursrechter bepalen dat de indiener van het Wob-verzoek en rechtstreeks beroep geen recht heeft op vergoeding van het griffierecht en proceskosten. Dit is mogelijk als, volgens de rechter, sprake is van een omvangrijk verzoek en de indiener onvoldoende heeft meegewerkt aan opschorting van de beslistermijn (artikel 4:15, lid 2, onder a, Awb).

Antimisbruikregeling of antidwangsomregeling?

Al eerder schreef Tom Barkhuysen op Stibbeblog over het voorkomen van misbruik van de bestuursrechtelijke dwangsomregeling bij Wob-verzoeken. Hierin beschreef hij hoe tot nu toe rechterlijke instanties drie (verschillende) antwoorden hebben geformuleerd op de vraag of, en zo ja hoe, misbruik van Wob-verzoeken voorkomen kan worden, namelijk (i) door verzoeken die ‘verdekt’ worden gedaan, niet als Wob-verzoeken te kwalificeren; (ii) het gebruik van Wob-verzoeken te toetsen aan de in artikel 3:13 BW neergelegde norm van misbruik van bevoegdheid; en (iii) door te oordelen dat de huidige wetssystematiek van de Awb en de Wob geen mogelijkheid biedt om Wob-verzoeken wegens misbruik van (proces)recht niet te behandelen. Hij hoopte dat de hoogste bestuursrechters op de kortere termijn een duidelijke lijn zouden kiezen en aangeven wat de (on)mogelijkheden zijn. Daarnaast pleitte hij voor een algemene, in de Awb op te nemen, anti-misbruikregeling, omdat misbruik van het (bestuursproces)recht immers niet tot de Wob beperkt is.

Het kabinet heeft gekozen voor een specifieke regeling die alleen op de Wob betrekking heeft. Zoals gesteld is de regeling ook niet beperkt tot misbruiksituaties, maar wordt de gehele dwangsomregeling uitgezonderd. Hoewel deze keuze van het kabinet een duidelijke en relatief eenvoudige oplossing is, is het de vraag of het niet té verstrekkend is. De indieners van ‘echte’ Wob-verzoeken hebben immers ook geen snel en effectief instrument meer om het bestuursorgaan tot besluitvorming te bewegen. Denk hierbij aan een journalist die gevoelige (en voor de overheid nadelige) informatie wil krijgen voor zijn onderzoek. Het bestuursorgaan kan belang hebben bij het zo lang mogelijk uitstellen van het nemen van een beslissing. Hetzelfde geldt voor een projectontwikkelaar die informatie wil verkrijgen over een projectontwikkeling in een gemeente door een concurrent, bijvoorbeeld met als doel te kunnen onderzoeken of de gemeente de aanbestedings- en staatssteunregels in acht heeft genomen bij die ontwikkeling. Ook deze journalist en projectontwikkelaar zullen na de wetswijziging niet meer beschikken over het middel van de dwangsom en zich moeten wenden tot (het tijdrovendere en duurdere traject van) de bestuursrechter.

De door het kabinet gekozen oplossing lijkt dan ook geen antimisbruikregeling, maar een antidwangsomregeling. Het argument dat tegen een antimisbruikbepaling wordt gegeven, is dat het voor bestuursorganen vaak moeilijk is aan te tonen dat sprake is van misbruik. Dit argument acht ik niet overtuigend: uit de in de concept-toelichting gegeven voorbeelden en de beschikbare uitspraken (zie o.a.ABRvS 13 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1929) kan een duidelijke lijn worden ontdekt van situaties waarin kennelijk sprake is van misbruiksituaties, bijvoorbeeld de formulering van het verzoek (‘verstopt’), de omvang van het verzoek, het aantal verzoeken en de proceshouding van de indiener (het niet willen meewerken aan uitstel). Het kabinet had mijns inziens kunnen aansluiten bij deze bestaande jurisprudentie door een uitzondering op de dwangsomregeling te maken voor die situaties waarin kennelijk sprake is van misbruik. Mijns inziens zou dit een genuanceerdere oplossing zijn die meer recht doet aan de belangen van rechtmatige Wob-verzoekers.

 

Related news

13.11.2019 NL law
Een strategisch actieplan voor het gebruik van AI door de overheid

Short Reads - Een paar jaren geleden hoorde je er nog nauwelijks over, maar nu kan je er bijna niet meer om heen: kunstmatige intelligentie, ook wel artificiële intelligentie (AI) genoemd.  AI verwijst naar systemen die intelligent gedrag vertonen door hun omgeving te analyseren en – met een zekere mate van zelfstandigheid – actie ondernemen om specifieke doelen te bereiken. Denk aan zelfrijdende auto's of slimme thermostaten. 

Read more

08.11.2019 BE law
Interview with Wouter Ghijsels on Next Gen lawyers

Articles - Stibbe’s managing partner Wouter Ghijsels shares his insights on the next generation of lawyers and the future of the legal profession at the occasion of the Leaders Meeting Paris where Belgian business leaders, politicians and inspiring people from the cultural and academic world will discuss this year's central theme "The Next Gen".

Read more

13.11.2019 NL law
Billijker bestuursrecht met minder formele rechtskracht

Short Reads - De recente uitspraken van de Hoge Raad over de Groningse aardbevingsschade en die van de Afdeling bestuursrechtspraak over het terugvorderen van toeslagen voor kinderopvang hebben meer met elkaar te maken dan menigeen op voorhand zal denken. Zowel de Hoge Raad als de Afdeling kiest daarin namelijk – terecht – voor een verdere versoepeling van de leer van de formele rechtskracht van besluiten. Een leer die vaak wordt bekritiseerd vanwege de onnodig onbillijke uitkomsten daarvan in sommige zaken.

Read more

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

13.11.2019 NL law
Van Stint tot Fipronil: een schadefonds voor gedupeerden van voortvarend overheidsingrijpen in crisissituaties

Short Reads - Op donderdag 7 november 2019 was prof. mr. Pieter van Vollenhoven te gast bij ons op kantoor voor het seminar "Van Stint tot Fipronil: een schadefonds voor gedupeerden van voortvarend overheidsingrijpen in crisissituaties". In het sprekerspanel met o.a. Berthy van den Broek, Janet van de Bunt, Monique de Groot en Edwin Renzen en ook in de zaal waren de meesten duidelijk gecharmeerd van zo’n fonds Van Vollenhoven. Maar er blijven nog genoeg vragen over hoe zo’n fonds precies zou moeten worden ingericht.

Read more

06.11.2019 BE law
Les nouveaux seuils européens des marchés publics à partir du 1er janvier 2020

Articles - Les règlements qui modifient les seuils européens d'application pour les procédures de passation des marchés et des concessions  sont publiés dans le Journal officiel européen du 31 octobre 2019 (JO L 279 du 31 octobre 2019). Ces modifications entraînent pour la première fois une baisse des seuils depuis 2010, tant pour les travaux que pour les fournitures et services, quel que soit le secteur. Les nouveaux seuils s'appliquent à compter du 1er janvier 2020 et sont, comme d'habitude, fixés pour une période de deux ans. Ils sont valables jusqu'au 31 décembre 2021.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring