Short Reads

Aandachtspunt voor het opstellen van een afwijkingsregeling in een bestemmingsplan

Aandachtspunt voor het opstellen van een afwijkingsregeling in een be

Aandachtspunt voor het opstellen van een afwijkingsregeling in een bestemmingsplan

27.08.2014 NL law

Een bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan kan niet zo ver strekken dat onder bepaalde voorwaarden burgemeester en wethouders verplicht zijn die omgevingsvergunning te verlenen. 

Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 juli 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2845).

Wat was er aan de hand?

De procedure betrof het bestemmingsplan “Buitengebied 2013” van de gemeenteraad van Hilversum. In deze procedure werd onder meer betoogd dat de bestemming “Natuur – Bos en Heidegebied” geen zekerheid zou bieden over het voortbestaan van de Zandweg in de huidige vorm. De reden hiervoor was dat de planregels zouden voorzien in de mogelijkheid om onder voorwaarden een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen en verleggen van paden. Het toetsingskader van de planregels zou ten onrechte geen ruimte laten om het belang van de appellanten, waarvan hun perceel aan de Zandweg grenst, in deze afweging te betrekken.

Op grond van de planregels was het verboden om, zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, wegen en paden te veranderen, verleggen en/of aanleggen. Op grond van lid 12.5.2 van het bestemmingsplan wordt de omgevingsvergunning verleend, indien is gebleken dat (i) de genoemde werken en werkzaamheden dan wel (ii) de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet leiden tot een onevenredige afbreuk aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied, dan wel (iii) de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden geschaad, of kunnen worden verkleind dan wel dat de uitvoering van de werkzaamheden niet noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering.

De crux zit hem hier in het gecursiveerde woord “wordt”. Dit is een zogenaamde “imperatieve formulering”. Het is een juridische formulering en betekent in het normaal spraakgebruik: “moet worden verleend”. Kortom, burgemeester en wethouders moeten de omgevingsvergunning verlenen indien geen van de drie hiervoor genoemde weigeringsgronden aan de orde is.

De Wet ruimtelijke ordening

De gemeenteraad is bevoegd om het bestemmingsplan vast te stellen. Hierbij heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling slechts beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich “niet in redelijkheid” op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bestemmingsplan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

In de praktijk is het wenselijk dat een bestemmingsplan een zekere mate van flexibiliteit heeft, omdat een bestemmingsplan een planhorizon van tien jaar heeft. Daarom bevat artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de mogelijkheid dat de gemeenteraad burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft om een bestemmingsplan te wijzigen, uit te werken, er van af te wijken of nadere eisen te stellen.

In de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling was sprake van een bestemmingsplan met een afwijkingsbevoegdheid. In de uitspraak overweegt de Afdeling dat met artikel 3.6 Wro wordt beoogd het bevoegd gezag deze bevoegdheid te geven om op ondergeschikte onderdelen van het bestemmingsplan af te kunnen wijken. Het toekennen van deze bevoegdheid veronderstelt namelijk dat burgemeester en wethouders in beginsel de keuze moet worden gelaten de omgevingsvergunning tot afwijking van bij het bestemmingsplan aan te geven regels na afweging van de betrokken belangen al dan niet te verlenen. En dit was nu precies waar het in deze uitspraak mis ging.

Het oordeel van de Afdeling

De Afdeling stelt vast dat de afwijkingsregeling in de planregels imperatief is geformuleerd en dat daarmee voor burgemeester en wethouders sprake is van een verplichting tot het verlenen van de omgevingsvergunning als aan de in de regeling gestelde voorwaarden wordt voldaan.

De Afdeling overweegt nog wel dat de formulering van de planregels burgemeester en wethouders “enige beoordelingsruimte” geeft of aan de gestelde voorwaarden is voldaan, maar dat van een mogelijkheid tot belangenafweging geen sprake is. Deze “beoordelingsruimte” zit in de formulering van de bepaling: burgemeester en wethouders zullen namelijk moeten beoordelen of sprake zal zijn van een “onevenredige afbreuk” aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Of sprake is van een dergelijke onevenredige afbreuk is natuurlijk niet zwart-wit en zal door burgemeester en wethouders moeten worden beoordeeld. Het betreft hier dus slechts een uitleg van de door de raad geformuleerd criterium. Dit acht de Afdeling onvoldoende.

Volgens de Afdeling “kan een bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van bij het bestemmingsplan aangegeven regels echter niet zo ver strekken dat onder bepaalde voorwaarden het bevoegd gezag verplicht is een omgevingsvergunning te verlenen”.

De oplossing: gebruik een kan-bepaling

De oplossing is in dit geval eenvoudig: de gemeenteraad had in de planregels moeten kiezen voor een zogenaamde “kan-bepaling”. In de afwijkingsregeling had moeten staan dat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kunnen verlenen als aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan.

Naast deze kan-bepaling zal de afwijkingsregeling ook nog altijd “objectief begrensd” moeten zijn. Dat betekent dat er duidelijke criteria moeten worden geformuleerd wanneer van de bevoegdheid gebruik mag worden gemaakt, zoals in dit geval de beoordeling van de gevolgen van de afwijking voor de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied. Deze begrenzing is in het belang van de rechtszekerheid.

Al met al kan worden geconcludeerd dat een duidelijke, objectieve begrenzing van een afwijkingsbevoegdheid goed is voor de rechtszekerheid, maar dat er altijd nog een belangenafweging mogelijk moet blijven.

Team

Related news

20.07.2018 NL law
Consultatieversie Invoeringswet Omgevingswet: van bestemmingsplan naar omgevingsplan, de overgangsfase en het overgangsrecht

Articles - Op 5 januari 2017 is de consultatieversie van de Invoeringswet Omgevingswet verschenen. Dit blog gaat over het overgangsrecht van het omgevingsplan. De contouren van het overgangsrecht heeft minister van Infrastructuur en Milieu al geschetst in haar brief van brief van 19 mei 2016 (zie daarover mijn blogbericht van 31 mei 2016.

Read more

20.07.2018 NL law
Flexibiliteit vs. rechtszekerheid: verwijzing naar parkeerbeleid in bestemmingsplannen toegestaan. Het nieuwe denken in de Omgevingswet werpt zijn schaduw al vooruit

Articles - In haar uitspraak van 8 maart 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:607) acht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("de Afdeling") een planregel die een dynamische verwijzing bevat door middel van beleidsregels aanvaardbaar. Dit biedt een handreiking voor bestemmingsplannen die nog voor 1 juli 2018 moeten worden aangepast.

Read more

20.07.2018 NL law
Hoofdpunten Consultatieversie Invoeringswet Omgevingswet

Articles - Op 5 januari 2017 is de consultatieversie van de Invoeringswet Omgevingswet verschenen. Daarmee is de totstandkoming van een nieuw omgevingsrechtelijk regime een belangrijkste stap verder gekomen. In dit bericht bespreek ik in vogelvlucht de inhoud en strekking van de Invoeringswet omgevingswet. Voor een compleet overzicht van de stand van zaken en de parlementaire geschiedenis verwijs ik u graag naar www.pgomgevingswet.nl.

Read more

19.07.2018 BE law
Ontsporing van één van de wagons van de Codextrein dreigt: Grondwettelijk Hof schorst nieuwe afwijkingsmogelijkheid voor ontginningsgebieden

Articles - De Codextrein voorziet o.a. in een reeks aan nieuwe afwijkingsmogelijkheden in het kader van de vergunningverlening. Eén van de meest ophefmakende was de nieuwe afwijkingsmogelijkheid voor ontginningsgebieden. Tijdens het debat in de parlementaire commissie werd geopperd dat deze nieuwe afwijking op maat was geschreven van één private onderneming. Het Grondwettelijk Hof schorst nu in zijn arrest van 19 juli 2018 deze afwijkingsmogelijkheid op basis van de schending van het gelijkheidsbeginsel.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring