Short Reads

Rapporten (die na de terinzage legging aan de aanvraag worden toegevoegd) moeten overeenstemmen met de aanvraag voor de omgevingsvergunning!

Rapporten (die na de terinzage legging aan de aanvraag worden toegevo

Rapporten (die na de terinzage legging aan de aanvraag worden toegevoegd) moeten overeenstemmen met de aanvraag voor de omgevingsvergunning!

03.10.2013 NL law

Een besluit dat wordt voorbereid met afdeling 3.4 van de Awb wordt eerst in ontwerp terinzage gelegd. Na de terinzagelegging wordt het besluit definitief vastgesteld. Maar wat nu als na de terinzagelegging blijkt dat de aanvraag aanvulling of wijziging behoeft?

Een dergelijke situatie is aan de orde in een uitspraak van 21 augustus 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:793). Hoewel de uitspraak is gewezen voor inwerkingtreding van de Wabo is deze uitspraak onverkort relevant in het kader van de Wabo.
In de desbetreffende zaak is op 30 september 2010 een revisievergunning aangevraagd voor een melkveehouderij met mestvergistingsinstallatie. Het ontwerpbesluit lag terinzage vanaf 28 april 2011. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is een akoestisch rapport opgesteld dat op 31 januari 2012 aan de stukken is toegevoegd. In beroep betoogt de appellant dat het ontwerpbesluit opnieuw terinzage moest worden gelegd, omdat het akoestisch rapport aan de stukken was toegevoegd. Volgens het bevoegd gezag is het akoestisch rapport slechts een nadere onderbouwing van de aanvraag, zodat een tweede terinzagelegging niet nodig was.
In de praktijk gebeurt het vaker dat na de ter inzage legging aan de aanvraag nadere stukken worden toegevoegd of dat een aanvraag wordt aangevuld of gewijzigd. De vraag is dan of dat kan zonder het ontwerpbesluit opnieuw ter inzage te leggen. Conform vaste jurisprudentie overweegt de Afdeling in de zaak van 21 augustus 2013 dat de vergunningaanvraag na de terinzagelegging niet meer mag worden gewijzigd of aangevuld zonder opnieuw ter inzage te leggen, tenzij derden daardoor niet worden benadeeld (zie o.a. ABRvS 20 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE8876).
Volgens de Afdeling zijn in dit geval derden benadeeld door de aanvulling van de aanvraag. In het belang van een zorgvuldige besluitvorming had het bevoegd gezag daarom een tweede ontwerpbesluit terinzage moeten leggen. Door dit niet te doen is de revisievergunning in strijd met artikel 3:2 van de Awb verleend. Volgens de Afdeling zijn derden benadeeld omdat het akoestisch rapport op een aantal punten afwijkt van de op 30 september 2010 ingediende aanvraag. Zo wordt in het akoestisch rapport van andere werktijden uitgegaan dan in de aanvraag d.d. 30 september 2010 en worden in het geluidsrapport activiteiten genoemd die niet waren aangevraagd.

Als het rapport niet zou afwijken van de aanvraag, zouden derden dan niet zijn benadeeld? Ik denk inderdaad dat derden dan niet zijn benadeeld zodat er geen nieuwe terinzagelegging zou hoeven plaatsvinden. Ter illustratie wijs ik in dit verband op een uitspraak van de Afdeling van 14 juli 2010 waarin ook een aanvraag wordt aangevuld met een geluidrapport (ECLI:NL:RVS:2010:BN1131). Het geluidrapport behelst naar het oordeel van de Afdeling geen wijziging, maar een nadere concretisering van de aangevraagde bedrijfsvoering van de inrichting. Daarnaast bevat het geluidrapport een nadere onderbouwing van de vergunbaarheid van de inrichting. Mede in aanmerking genomen dat deze nadere onderbouwing van de vergunbaarheid ook had kunnen plaatsvinden zonder toevoeging van het rapport aan de aanvraag, bestaat er volgens de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat derden door deze toevoeging na de terinzagelegging van het ontwerpbesluit zijn benadeeld (zie eveneens ABRvS 2 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2010:BM6433). Ik ben me er van bewust dat er naast deze twee situaties – andere activiteiten vragen en een nadere onderbouwing – uiteraard andere situaties bestaan waarbij het niet zo gemakkelijk is om te bepalen of een tweede terinzagelegging nodig is. In elk geval bieden de uitspraken handvatten voor die beoordeling. Als er twijfel bestaat, verdient het aanbeveling om – voor zover dat mogelijk is – voor een tweede terinzagelegging te kiezen. Hoewel dit op het eerste gezicht tot ‘tijdverlies’ leidt, heeft vernietiging van het besluit veelal meer vertraging tot gevolg.

De uitspraak van 21 augustus 2013 is niet alleen relevant voor situaties waarin de vraag aan de orde is of een aanvraag mag worden aangevuld na de terinzagelegging zonder het ontwerpbesluit opnieuw ter inzage te leggen. De uitspraak is naar mijn mening ook relevant voor de situaties waarin een aanvraag vergezeld gaat van een of meer rapporten. De aanvrager moet dan goed nagaan of de rapporten niet afwijken van hetgeen is aangevraagd.

Related news

05.12.2019 NL law
Walking a thin line: cooperation and collusion

Short Reads - Buying groups are under attack from competition authorities across Europe. Joint buying arrangements are aimed at strengthening participating companies' bargaining power towards their trading partners, usually resulting in lower prices or better quality for consumers. However, these buying arrangements must stay on the right side of the line between legitimate cooperation and anticompetitive collusion. Competition concerns may arise if the participating companies have a significant degree of market power or coordinate their conduct.

Read more

05.12.2019 NL law
Big tech firms entering banking: be careful what you wish for

Short Reads - Big tech firms, whether entering or already active on payments markets, are under scrutiny. PSD2 has opened up the payments markets to non-bank companies, but this comes with both risks and opportunities. EU regulators are examining anticompetitive risks, for example the possibility of leveraging a strong position in one market into another market. Competition, innovation, privacy and security for financial transactions will all be hot topics as scrutiny increases on providers of payment services.

Read more

05.12.2019 NL law
Court of Appeal applies competition notion of undertaking in civil damages claim

Short Reads - The Court of Appeal of Arnhem – Leeuwarden recently applied the competition law notion of an 'undertaking' in a civil damages suit between TenneT and an entity belonging to the Alstom group of companies. The Court of Appeal ruled that Cogelex formed a single undertaking with its 48% shareholder Alstom. Cogelex could therefore be held liable under civil law for the competition law infringement of its 48% parent company. The Court of Appeal based its decision on a broad application of the ECJ’s reasoning in its Skanska judgment of 14 March 2019.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring