Short Reads

Onvolledige subsidieaanvraag kan in geval van een onduidelijk aanvraagformulier niet aan de aanvrager worden tegengeworpen

Onvolledige subsidieaanvraag kan in geval van een onduidelijk aanvraa

Onvolledige subsidieaanvraag kan in geval van een onduidelijk aanvraagformulier niet aan de aanvrager worden tegengeworpen

11.10.2013 NL law

Bestuursorganen stellen steeds vaker standaardformulieren vast die verplicht moeten worden gebruikt bij een aanvraag. Dit is soms ook het geval bij subsidies. Wat nu als een aanvrager het formulier correct invult, maar – naar later blijkt – de aanvraag toch niet volledig is, omdat het standaardformulier onduidelijk is? In dat geval kan onder omstandigheden de onvolledigheid van de aanvraag niet aan de aanvrager worden tegengeworpen.

Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:CA1381). In deze uitspraak was sprake van subsidieverlening op grond van de Monumentenwet en het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011 (Brim). Voor de subsidieverlening was een subsidieplafond vastgesteld en bepaald dat de subsidies werden verleend op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen. De Afdeling constateert dat op grond van de regeling een bepaalde kostenpost gespecificeerd had moeten worden. De aanvrager had dit niet gedaan. De aanvraag was dus onvolledig en kwam niet direct voor subsidieverlening in aanmerking. Een latere aanvulling van de aanvraag kwam te laat, omdat het subsidieplafond inmiddels was bereikt.

Jammer maar helaas voor de aanvrager, zult u wellicht denken. Dit is echter niet het geval. De Afdeling oordeelt dat de onvolledige aanvraag niet aan appellant kan worden tegengeworpen. Daarbij neem de Afdeling een viertal aspecten in aanmerking,  namelijk:

  1. dat de regelgever met het Brim een heldere en eenvoudige aanvraagprocedure voor ogen heeft gehad;
  2. dat vergelijkbare aanvragen van de aanvrager onder de vigeur van aan het Brim voorafgaande regelingen wel in behandeling werden genomen;
  3. dat in de geschiedenis van de totstandkoming van het Brim is toegelicht dat subsidieaanvragers op voorhand zekerheid moeten hebben over de vereisten bij de subsidieaanvraag en dat het Brim strekt tot vermindering van regeldruk en vereenvoudiging en verbetering van de vorige instandhoudingsregeling; en
  4. dat duidelijkheid omtrent de bij de aanvraag over te leggen gegevens des te meer van belang is, nu een aanvrager feitelijk maar één kans heeft een succesvolle aanvraag in te dienen, omdat het subsidieplafond veelal is bereikt op het moment dat een onvolledige subsidieaanvraag wordt aangevuld.

Vooral dit vierde punt is interessant. Dit aspect is namelijk niet alleen relevant voor monumentensubsidies, maar voor alle subsidiesregelingen waar een subsidieplafond wordt vastgesteld. Als een subsidieplafond wordt vastgesteld ontstaat er een soort competitie tussen de aanvragers; er moet namelijk zo snel mogelijk een volledige aanvraag worden ingediend. De Afdeling constateert terecht dat een aanvrager in zo’n geval maar één kans heeft om een succesvolle aanvraag in te dienen.

Deze uitspraak is dan ook voor de praktijk van belang, omdat hieruit volgt dat als een bestuursorgaan een subsidieplafond én een verplicht aanvraagformulier vaststelt, dit gevolgen kan hebben voor de beoordeling van de (volledigheid van de) aanvraag. Het bestuursorgaan moet er voor zorgen dat het vastgestelde formulier volledig, correct en voldoende duidelijk is. Als dit niet het geval is dan kan dit de aanvrager onder omstandigheden niet worden tegengeworpen.

Related news

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

15.10.2019 BE law
Avis du Maître architecte et organisation d’une réunion de projet. De nouvelles étapes préalables à la demande de permis d’urbanisme.

Articles - Une des nouveautés de la réforme du CoBAT adoptée le 30 novembre 2017, publiée au Moniteur belge le 20 avril 2018 et entrée en vigueur le 1er septembre 2019 (pour ce qui concerne les demandes de permis d’urbanisme) porte sur la création de deux nouvelles étapes préalables à l’introduction d’une demande de permis d’urbanisme : l’obtention de l’avis du Maître architecte, d’une part, et l’organisation d’une réunion de projet, d’autre part. 

Read more

14.10.2019 NL law
Kamerdebat over digitalisering van de overheid: aandacht voor bescherming burger vereist

Short Reads - Op 24 september 2019 zijn er vier moties in stemming gebracht én aangenomen door de Tweede Kamer. De moties hebben als gemeenschappelijke deler dat ze in het teken staan van de steeds groter wordende digitalisering bij de overheid. Het achterliggende doel van de moties is dat de burger voldoende beschermd moet worden tegen deze digitalisering.

Read more

15.10.2019 NL law
Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Short Reads - Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. In een eerder bericht gingen wij al in op eerdere initiatieven om de Wgr te wijzigen en op de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen, waarbij zeggenschap over de begroting werd uitgelicht

Read more

08.10.2019 NL law
Annotatie bij ABRvS 26 juni 2019, waarin de Afdeling een vereniging als belanghebbende aanmerkt

Short Reads - Op 26 juni 2019 heeft de Afdeling twee uitspraken gedaan over de vraag of een vereniging die opkomt voor werknemers als belanghebbende als in artikel 1:2, derde lid, Awb kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat medewerkers in beginsel niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Maar in tegenstelling tot de rechtbanken van Amsterdam en Limburg, oordeelde de Afdeling ook dat een uitzondering hierop kan worden gemaakt. 

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring