Short Reads

Duurzame ontwrichting voorzieningenstructuur nog onwaarschijnlijker

Duurzame ontwrichting voorzieningenstructuur nog onwaarschijnlijker

Duurzame ontwrichting voorzieningenstructuur nog onwaarschijnlijker

11.10.2013 NL law

Op 18 september 2013 heeft de Afdeling het criterium voor het aannemen van duurzame ontwrichting gepreciseerd. Niet meer bepalend is dat inwoners van het verzorgingsgebied van nieuwe detailhandelsvestigingen, op een aanvaardbare afstand van hun woonplaats hun geregelde inkopenmoeten kunnen doen, maar dat de inwoners op aanvaardbare afstand van hun woning moeten kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften.

Speelgoed geen eerste levensbehoefte

De partij die zich in de uitspraak op duurzame ontwrichting beriep, was een speelgoedzaak, die zich verzette tegen de komst van een concurrerende speelgoedzaak in de directe nabijheid van haar pand. De Afdeling oordeelt dat een speelgoedwinkel naar zijn aard niet bijdraagt aan de mogelijkheid te voorzien in de eerste levensbehoeften. Daardoor kan zich in dit geval geen duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau voordoen.

Duurzame ontwrichting nooit aangenomen, wordt nog moelijker

Wat opvalt is dat duurzame ontwrichting in de praktijk veel aandacht krijgt, maar dat – voor zover mij bekend – de Afdeling nooit duurzame ontwrichting heeft aangenomen. Het criterium daarvoor was al zeer streng. Zo overweegt de Afdeling in haar uitspraak van 7 oktober 2009 dat de omstandigheid dat door de komst van een nieuwe bouwmarkt sluiting van alle speciaalzaken in de doe-het-zelf-branche in Oosterwolde tot gevolg zal kunnen hebben en dat daarmee de gehele kleinschalige voorzieningenstructuur in deze branche in Oosterwolde zal verdwijnen, onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is van duurzame ontwrichting.

Door recente precisering zal nog minder snel sprake kunnen zijn van duurzame ontwrichting. Wel zal de uitspraak van 18 september jl. ongetwijfeld leiden tot debatten of bepaalde vormen van detailhandel nu wel of geen eerste levensbehoefte betreffen.

Leegstand: aanvaardbaar woon-, leef- en ondernemersklimaat

Wel overweegt de Afdeling in haar uitspraak van 18 september 2013 dat nieuwvestiging van een speelgoedzaak elders tot leegstand kan leiden, wat tot negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat en het ondernemersklimaat kan leiden. De Afdeling sluit hier aan bij haar uitspraak inzake het nieuwe winkelcentrum in Emmeloord (ABRvS 5 december 2012, Gst. 2013/13 m.nt. Jan van Oosten en Tijn Kortmann). Mocht uit onderzoek blijken dat een nieuwe detailhandelsontwikkeling leidt tot leegstand elders in een gemeente, dan verdient het aanbeveling dat de planwetgever dat onderkent, motiveert dat het belang van de nieuwe detailhandelsontwikkeling zwaarder weegt dan de toegenomen leegstand en dat flankerend beleid wordt gevoerd om de (gevolgen van de) toename van de leegstand te mitigeren (ABRvS 7 november 2012).

Ladder duurzame verstedelijking

Tot slot dient ingeval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (niet alleen detailhandel, maar ook woningbouw, kantoren en bedrijven) aandacht te worden besteed aan de ladder van duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Met de ladder wordt duurzaam ruimtegebruik nagestreefd. De ladder kent drie stappen die moeten worden toegelicht in besluiten die voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling (bestemmingsplan, provinciale verordening en een projectafwijkingsbesluit).

De eerste trede vergt dat provinciale en gemeentelijke overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen afstemmen op de geconstateerde actuele behoefte en de wijze waarop in die behoefte wordt voorzien ook regionaal afstemmen. Bij deze beoordeling dient de behoefte te worden afgewogen tegen het bestaande aanbod. In dat aanbod zitten ook de leegstaande woningen, kantoren, winkelpanden en bedrijventerreinen. Voor detailhandel betekent deze stap dat gemotiveerd wordt dat rekening is gehouden met het voorkomen van winkelleegstand.

De tweede trede vergt dat, indien er een regionale behoefte aan een stedelijke ontwikkeling is, beoordeeld wordt of de beoogde ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied in de betreffende regio kan worden gerealiseerd. Dit betekent dat wordt bezien of binnen bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien door middel van herstructurering, transformatie of anderszins. Onderdeel hiervan is dat wordt gekeken of leegstaande verstedelijkingsruimte door het treffen van kwalitatieve maatregelen in de behoefte kan voorzien. Voor detailhandel houdt deze trede in dat wordt gemotiveerd in hoeverre de voorkeur is gegeven aan herstructurering of transformatie van bestaande winkelpanden.

De derde trede vergt dat, wanneer inpassing van de beoogde stedelijke ontwikkeling binnen het bestaande stedelijke gebied van de betreffende regio niet mogelijk is, beoordeeld wordt in hoeverre de ontwikkeling mogelijk is op locaties die al ontsloten zijn of ontsloten worden door verschillende modaliteiten (zogenaamd multimodaal ontsloten) op een schaal die passend is bij de beoogde ontwikkeling.

Artikel 3.1.6 lid 2 Bro laat de uiteindelijke keuzes over verstedelijking over aan het bevoegd gezag, mits de drie treden van de ladder maar in de toelichting van het betrokken besluit worden betrokken.

Artikel 3.1.6 lid 2 Bro dient serieus te worden genomen: het niet in acht nemen van die bepaling kan leiden tot vernietiging van een bestemmingsplan (ABRvS 4 september 2013 en ABRvS 25 september 2013), zij het dat met een beroep op artikel 1.5 Chw (oud), nu 6:22 Awb dat gebrek soms ter zitting kan worden hersteld (ABRvS 19 juni 2013).

Provincies activistisch op detailhandelsgebied

Steeds meer provincies nemen in de provinciale structuurvisie en/of verordening regelingen op dit nieuwe detailhandel buiten bestaande detailhandelslocaties tegengaan. Tot nu toe gaat het met name om Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland.

Conclusie

Zeker in tijden van crisis vergt de motivering van het toevoegen van detailhandel in ruimtelijke besluiten bijzondere aandacht.

Het belang van de burger om binnen een aanvaardbare afstand van zijn huis te kunnen voorzien in zijn eerste levensbehoeften kan een distributieplanologisch onderzoek vergen.

Het belang van een aanvaardbaar woon-, leef- en ondernemersklimaat vergt hetzij dat nieuwe detailhandel niet leidt tot een toename van leegstand, hetzij – in het geval nieuwe detailhandel wel leidt tot een toename van leegstand – een motivering dat die toename aanvaardbaar is gelet op de wenselijkheid van de nieuwe detailhandel. Flankerend beleid ter mitigering van de aantasting van het woon-, leef- en ondernemersklimaat is dan wenselijk.

Het belang van duurzaam ruimtegebruik vergt via artikel 3.1.6 lid 2 Bro een deugdelijke motivering van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Steeds meer provincies houden detailhandelsontwikkelingen scherp in de gaten.

Related news

31.05.2019 NL law
Meer ruimte voor het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht

Short Reads - Op woensdag 29 mei 2019 heeft de Afdeling een belangrijke uitspraak gedaan over de werking van het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht. Belangrijk, omdat de Afdeling in deze zaak een conclusie heeft gevraagd van staatsraad-advocaat-generaal Wattel en dus verwacht mocht worden dat de uitspraak principiële overwegingen zal bevatten. Dat is ook zo. In mijn blog van 28 mei 2019 besprak ik de conclusie van Wattel van 20 maart jl. In dit blogbericht bekijk ik wat de Afdeling met deze conclusie heeft gedaan en wat er per saldo is veranderd.

Read more

13.06.2019 NL law
Afdeling stelt grens aan opleggen duurzaamheidseisen via zorgplicht of milieuvergunning op te leggen aan bedrijven

Short Reads - De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") heeft op 17 april 2019 een belangrijke uitspraak gewezen voor de milieupraktijk. De Afdeling overweegt dat geen vergunningvoorschriften kunnen worden opgelegd tot het maken van een besparingsplan voor een geheel vervoerstraject van en naar de inrichting.

Read more

28.05.2019 NL law
Afdelingsuitspraak over vertrouwensbeginsel komt eraan, wat kunnen we verwachten?

Short Reads - Op 29 mei 2019 doet de Afdeling een belangrijke uitspraak over de werking van het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht. Belangrijk, omdat de Afdeling in deze zaak een conclusie heeft gevraagd van staatsraad-advocaat-generaal Wattel en dus verwacht mag worden dat de uitspraak principiële overwegingen zal bevatten. Ter opfrissing van het geheugen in deze blog een korte samenvatting van de conclusie van Wattel van 20 maart jl., gevolgd door wat meer achtergrond. Aan het slot geef ik wat eigen overpeinzingen en verwachtingen over de uitspraak van morgen.

Read more

03.06.2019 NL law
Aangenomen Klimaatwet: een belangrijke symboolfunctie geformaliseerd

Short Reads - De Klimaatwet is aangenomen. Al in 2016 werd een initiatiefwetsvoorstel ingediend, en nu is dan eindelijk de kogel door de kerk. De Tweede Kamer stemde reeds in december in met de wet, en afgelopen dinsdag 28 mei 2019 is nu ook de Eerste Kamer akkoord. Hoewel de wet een uitgeklede versie is van het initiatiefvoorstel, kan de wet een positieve symboolwerking hebben. Ook voor de vaststelling van een definitief Klimaatakkoord.

Read more

26.05.2019 NL law
Duurzaamheidsverplichtingen voor de financiële sector: een overzicht

Articles - De komende jaren zal de financiële sector zich actiever dan voorheen moeten bezighouden met het klimaat en de verantwoordelijkheid die de sector draagt voor het milieu en de maatschappij. In rap tempo wordt er wet- en regelgeving ontwikkeld die financiële ondernemingen en aandeelhouders verplichten om aandacht te geven aan deze nieuwe rol die zij vervullen in de verduurzaming van de financiële sector en de maatschappij als geheel. 

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring