Short Reads

Bestaande parkeerhinder niet ‘parkeren’ bij de vaststelling van een bestemmingsplan

Bestaande parkeerhinder niet ‘parkeren’ bij de vaststelling van een b

Bestaande parkeerhinder niet ‘parkeren’ bij de vaststelling van een bestemmingsplan

23.10.2013 NL law

Bestaande parkeerhinder is relevant in het kader van de vaststelling van een bestemmingsplan. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘Afdeling’) van 9 oktober 2013.

(ECLI:NL:RVS:2013:1426) Wat was er in deze zaak aan de hand? De gemeenteraad van de gemeente Bernheze heeft het bestemmingsplan “Centrum Heesch” vastgesteld. Door een appellant werd onder andere aangevoerd dat parkeerhinder zal optreden. Volgens de Afdeling heeft de gemeenteraad bij het antwoord op de vraag of parkeerhinder zal optreden de bestaande parkeerhinder ten onrechte buiten beschouwing gelaten en alleen rekening gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het plan. Daarnaast was de gemeenteraad volgens de Afdeling bij de beoordeling van de parkeerhinder ten onrechte uitgegaan van het concrete bouwplan van appellante.

Volgens de Afdeling moet de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan beoordelen of zich reeds een parkeertekort voordoet en hoe door het plan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkelingen zich daartoe verhouden. Voor zover mij bekend is het de eerste keer dat de Afdeling dit met zoveel woorden overweegt. Bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een concreet bouwplan is het vaste jurisprudentie dat bestaande parkeerhinder in de regel buiten beschouwing kan worden gelaten. Bij de beoordeling of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid hoeft in dat geval zodoende alleen rekening te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan (o.a ABRvS 12 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA2911 en ABRvS 3 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7526). Een uitzondering op deze regel doet zich voor als het bestaande tekort aan parkeergelegenheid zich als direct gevolg van het bouwplan op meer dagen dan voorheen voordoet (ABRvS 5 oktober 2005, Gst, 2006/7550, 68).

Voorts overweegt de Afdeling in de hier centraal staande uitspraak van 9 oktober 2013 dat bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen moet worden uitgegaan van een representatieve invulling van hetgeen ingevolge het plan planologisch maximaal mogelijk is. Dat daarvan moet worden uitgegaan, overweegt de Afdeling de laatste jaren standaard ten aanzien van onderzoeken naar milieueffecten in bestemmingsplannen. Niet duidelijk is evenwel wat daaronder exact moet worden verstaan. In elk geval lijkt te zijn bedoeld dat mag worden uitgegaan van een realistische invulling van het bestemmingsplan, in plaats van een theoretische absoluut maximaal denkbare invulling (zie daarover onder andere S.M. van Velsen, Representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden van een bestemmingsplan deel 1 en deel 2, TBR 2013/65 en TBR 2013/77).

Waar leidt de uitspraak toe? Uit de uitspraak volgt dat vanwege een zorgvuldige voorbereiding van een bestemmingsplan de gemeenteraad bij de vaststelling daarvan moet beoordelen of zich reeds een parkeertekort voordoet en hoe door het plan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkelingen zich daartoe verhouden. Bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen moet worden uitgegaan van een representatieve invulling van hetgeen ingevolge het plan planologisch maximaal mogelijk is. De gemeenteraad zal inzichtelijk moeten maken wat dat betekent voor de parkeersituatie, zo blijkt uit de uitspraak. Uit de uitspraak leid ik niet af wat de gemeenteraad vervolgens met die inzichten moet doen. Betekent dat bijvoorbeeld dat de parkeernormen gelden voor zowel de bestaande situatie en de nieuwe situatie tezamen? Als dat het geval is, leidt dat dan niet tot een beperking in de mogelijkheden van een bestemmingsplan? Voor antwoorden op deze vragen zal nieuwe jurisprudentie moeten worden afgewacht. In elk geval moet bestemmingsplanwetgever voldoende inzicht bieden in bestaande parkeertekorten. Dat is duidelijk.

Related news

13.08.2019 NL law
Exit willekeursluis: een nieuwe rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften

Short Reads - Met ingang van 1 juli 2019 geldt er een nieuwe maatstaf voor de rechterlijke toetsing van algemeen verbindende voorschriften ("avv's"). De (bestuurs)rechter laat met de '1 juli-uitspraken' van de Centrale Raad van Beroep (die zijn afgestemd met de andere hoogste rechterlijke colleges) definitief de terughoudende zogenaamde 'willekeursluis' uit het klassieke Landbouwvliegers-arrest los. Als de rechtmatigheid van een avv aan de orde is, zal de rechter dit avv voortaan intensiever en kritischer toetsen aan algemene rechtsbeginselen.

Read more

09.08.2019 NL law
Implementatiewet gewijzigde Kaderrichtlijn afvalstoffen in consultatie tot 3 september 2019 – op naar een circulaire economie?

Short Reads - Op 24 juli 2019 is een concept AMvB in consultatie gegaan, die strekt tot wijziging van enkele besluiten ten behoeve van de implementatie van de gewijzigde Kaderrichtlijn afvalstoffen (Richtlijn 2008/98/EG, "Kra", zoals gewijzigd door Richtlijn 2018/851/EU). Deze concept AMvB betreft onder andere de gescheiden inzameling van afvalstoffen en de registratie- en meldplichten met betrekking tot stoffen, mengsels, producten en afvalstoffen In dit blogbericht bespreken wij de wijzigingen die de concept AMvB beoogt, de praktische gevolgen ervan en het doel van de concept AMvB.

Read more

14.08.2019 BE law
Verklaring van openbaar nut is geen "project" in de zin van de MER-regelgeving

Articles - In een recent arrest bevestigt de Raad van State dat "verklaringen van openbaar nut", bedoeld in artikel 10 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen niet onder het begrip "project" uit de project-MER-regelgeving valt. Of hetzelfde geldt voor elk type gelijkaardige administratieve toelating, is daarmee evenwel nog niet gezegd. Niettemin geeft de Raad met zijn arrest een belangrijk signaal dat niet elke mogelijke toelating onder de project-MER-regelgeving valt.

Read more

08.08.2019 NL law
De fipronil-crisis: volgens de rechtbank handelde de NVWA als toezichthouder niet onrechtmatig

Short Reads - Op 10 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag geoordeeld dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ("NVWA") niet onrechtmatig heeft gehandeld tegenover pluimveehouders naar aanleiding van de fipronil-crisis (ECLI:NL:RBDHA:2019:6810). Er is, aldus de rechtbank, geen sprake van falend toezicht of van een schending van een waarschuwingsplicht.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring