Short Reads

Wanneer is een evenement een inrichting?

Wanneer is een evenement een inrichting?

Wanneer is een evenement een inrichting?

12.11.2013 NL law

Ook advocaten hebben wel eens vrije tijd. De regels van de Orde geven ook dan aan dat een advocaat zich betamelijk dient te gedragen. Wellicht is dit er mede debet aan dat de meeste advocaten last hebben van een zekere vorm van beroepsdeformatie.

Zo ook ik. In mijn vrije tijd mag ik graag evenementen bezoeken. Maar als ik dan op een zonnige septemberdag door de duinen van Vlieland wandel op het muziekfestival Into The Great Wide Open bekruipt mij, naast een geluksgevoel, toch ook altijd de vraag: ‘zouden ze hier wel een natuurbeschermingswetvergunning voor hebben?’ (Ja, dat hebben ze, zoals ik na afloop kon terugvinden op de website van de provincie Friesland.) Een andere ook – althans juridisch – relevante  vraag bij evenementen is of er al dan niet sprake is van een ‘inrichting’ in de zin van milieuwetgeving. Al vele jaren worden er zaken voorgelegd aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin een oordeel over dit onderwerp wordt gevraagd. Op 25 september 2013 is daar weer een uitspraak aan toegevoegd over het evenement Park Hilaria te Eindhoven. Alvorens ik inga op die specifieke uitspraak, zal ik hierna eerst uiteen zetten wat het belang is van de vraag of er sprake is van een inrichting.

Inrichting: relevantie en definitie

Sinds de invoering van het Activiteitenbesluit milieubeheer in 2008 geldt in Nederland de hoofdregel dat aangegeven inrichtingen vallen onder rechtstreeks werkende milieuregels. Daarnaast geldt voor een beperktere groep een milieuvergunningplicht (tegenwoordig omgevingsvergunning voor milieu). Als er geen sprake is van een inrichting, dan zijn er ook geen rechtstreeks werkende milieuregels van toepassing. Evenmin is er dan sprake van een milieuvergunningplicht. Voor evenementen moet dan worden teruggevallen op de evenementenvergunningplicht in de APV, als die er is.

Er hangt daarmee dan ook wat van af of er al dan niet sprake is van een inrichting. Dat blijkt ook wel uit de hoeveelheid begrippen en regels die moeten worden doorgeworsteld voordat een juist antwoord op deze vraag kan worden verkregen. Een korte uiteenzetting:

  • Een inrichting is volgens artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer ‘elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht’. In deze definitie zitten diverse elementen. Ten eerste de vraag of de bedrijvigheid bedrijfsmatig is. Hierbij is met name van belang dat deze boven een hobbymatig karakter uitstijgt. Het houden van dieren is daarbij een vaak gebruikt voorbeeld. Daarbij wordt gekeken naar het soort en het aantal te houden dieren en de wijze waarop de dieren gehuisvest zijn. Een tweede criterium is dat de bedrijvigheid binnen een zekere begrenzing moet worden verricht. Dit betekent niet dat deze ook feitelijk moet zijn begrensd, maar wel dat deze moet kunnen worden begrensd. Een voorbeeld hierbij is dat als een activiteit op openbaar terrein plaatsvindt er ook een exclusieve aanspraak moet bestaan op dat gedeelte van het openbaar terrein. Derde criterium is dat er sprake moet zijn van een bedrijvigheid die pleegt te worden verricht. Hierin wordt gelezen dat de activiteit gedurende een bepaalde periode of met een bepaalde regelmaat wordt verricht.
  • Indien er sprake is van een inrichting, is de vervolgvraag of het gaat om een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, lid 3 Wet milieubeheer. Hierin staat dat bij amvb inrichtingen worden aangewezen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Deze aangewezen inrichtingen vallen vervolgens onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit. De aanwijzing is geregeld in het Besluit omgevingsrecht (Bor). In bijlage 1 van het Bor worden deze inrichtingen per categorie aangewezen.
  • Vervolgens is de vraag of de aangewezen inrichting, die valt onder de algemene regels, ook nog vergunningplichtig is. De vergunningplichtige inrichtingen worden tevens aangewezen in bijlage 1 bij het Bor. Daarnaast zijn er inrichtingen die vallen onder de Europese Richtlijn Industriële Emissies (voorheen IPPC-richtlijn) altijd vergunningplichtig.

Evenementen als inrichting?

Bij evenementen is de voornaamste vraag of er sprake is van een bedrijvigheid die pleegt te worden verricht. Als de activiteit namelijk maar gedurende korte tijd plaatsvindt wordt niet aan dit criterium voldaan. Er zijn verschillende uitspraken die zien op dit criterium. Daaruit valt af te leiden dat om als inrichting te kwalificeren, er sprake moet zijn van i) een activiteit die gedurende langere tijd achtereen plaatsvindt (een activiteit die 24 weken aaneengesloten duurt maakt dat er wel sprake is van een inrichting, maar 13 weken weer niet), of ii) een activiteit die zeer regelmatig en met korte intervallen plaatsvindt (zoals het één keer per week organiseren van een markt). Overigens wordt het eventuele op- en afbouwen als onderdeel van de activiteit gezien en meegeteld bij de duur.

In de hiervoor genoemde september-uitspraak van de Afdeling was sprake van een kermis in Eindhoven die sinds 2002 in de maand augustus heeft plaatsgevonden. De kermis duurt 21 dagen, inclusief op- en afbouw. De Afdeling meent dat deze kermis geen bedrijvigheid is die pleegt te worden verricht. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de kermis sinds 2002 op verschillende data in augustus heeft plaatsgevonden en de omvang de afgelopen jaren veel is gewijzigd. Deze wijzigingen zagen overigens op het toevoegen van podia.

Uit de uitspraak van de Afdeling kan worden afgeleid dat niet snel wordt aangenomen dat er sprake is van bedrijvigheid die pleegt te worden verricht als het om een jaarlijks terugkerend evenement gaat. De Afdeling laat echter ruimte om een jaarlijks terugkerend evenement dat op exact dezelfde data en op exact dezelfde wijze plaatsvindt, wel als een inrichting te zien. Gelet op eerdere jurisprudentie zou het kwalificeren als inrichting vanwege het een paar weken per jaar houden van een evenement echter wel een zeer strenge lijn zijn. Er is dan immers sprake van een evenement dat niet lang aaneengesloten duurt (3 weken) en niet zeer frequent wordt gehouden (1x per jaar). Dit heeft een aanzienlijk kleinere omvang dan de hiervoor aangehaalde voorbeelden uit de jurisprudentie van een activiteit die 24 weken achtereen duurt, danwel één keer per week wordt gehouden.

Ik kan me dan ook vinden in de lijn van de Afdeling dat een jaarlijks evenement dat ca. 3 weken duurt, geen inrichting is. Ik meen echter dat het niet uit zou moeten maken of het evenement op exact dezelfde data en in dezelfde omvang plaatsvindt. Gelet op de casuïstische uitspraken is pas duidelijk of de Afdeling deze lijn ook volgt als een dergelijke situatie aan de Afdeling wordt voorgelegd.

De volgende keer dat ik op een festival rondloop zal ik dan ook goed om me heen kijken of er podia zijn toegevoegd dan wel of de dagen anders zijn gepland dan het jaar ervoor. Dat maakt niet alleen het evenement spannender, maar kan dus ook relevant zijn voor de vraag of er sprake is van een inrichting.

Toekomst

Over een paar jaar kan het op dit vlak overigens weer anders zijn. In de Omgevingswet vervalt volgens de laatste conceptversie daarvan het begrip ‘inrichting’. Daarvoor in de plaats komt het begrip ‘activiteit’. Het is nog onduidelijk hoe de wetgever met deze nieuwe definitie om wil gaan en of daar consequenties aan zijn verbonden voor wat betreft de vraag of er sprake is van rechtstreeks werkende regels en/of een vergunningplicht. Het zou de praktijk wel helpen indien de wetgever uitdrukkelijk zou aangeven of bepaalde kortdurende dan wel terugkerende activiteiten, zoals jaarlijkse evenementen, wel of niet moeten worden gereguleerd via de milieuregels.

Related news

08.08.2018 BE law
Modification du contenu de la notice d'évaluation et de l’étude d’incidences en Région wallonne

Articles - Un décret du 24 mai 2018 modifie sur plusieurs points le régime de l'évaluation des incidences des projets sur l'environnement en droit wallon. Ce décret allège, d’une part, le contenu de la notice d'évaluation des incidences sur l'environnement et renforce, d’autre part, le contenu de l'étude d'incidences. Il est applicable aux demandes de permis introduites depuis le 16 juin 2018.

Read more

23.07.2018 NL law
De gewijzigde Klimaatwet; wat staat er in?

Short Reads - Op 27 juni 2018 is een gewijzigd voorstel voor de Klimaatwet gepresenteerd aan de Tweede Kamer (zie hier). In eerdere blogberichten bespraken wij de verhouding tussen de Klimaatwet en het Klimaatakkoord (zie hier) en het oorspronkelijke initiatiefwetsvoorstel van Klaver en Samsom in 2016 (zie hier).

Read more

27.07.2018 NL law
Conclusie AG programma aanpak stikstof: het PAS als instrument is veelbelovend, maar twijfel of het voldoet aan de Habitatrichtlijn. De ADC-toets als creatieve oplossing om het PAS in stand te kunnen houden?

Articles - Advocaat-Generaal ("AG") Kokott heeft op 25 juli 2018 een conclusie genomen over de vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak over het programma aanpak stikstof. Een dergelijk programma kan op zichzelf voldoen aan de Habitatrichtlijn. Knelpunt ziet de AG in het vooruitlopen op de positieve effecten van te treffen reductiemaatregelen. Verder geeft de AG als handreiking mee gebruik te maken van de zogeheten ADC-toets.

Read more

19.07.2018 BE law
Ontsporing van één van de wagons van de Codextrein dreigt: Grondwettelijk Hof schorst nieuwe afwijkingsmogelijkheid voor ontginningsgebieden

Articles - De Codextrein voorziet o.a. in een reeks aan nieuwe afwijkingsmogelijkheden in het kader van de vergunningverlening. Eén van de meest ophefmakende was de nieuwe afwijkingsmogelijkheid voor ontginningsgebieden. Tijdens het debat in de parlementaire commissie werd geopperd dat deze nieuwe afwijking op maat was geschreven van één private onderneming. Het Grondwettelijk Hof schorst nu in zijn arrest van 19 juli 2018 deze afwijkingsmogelijkheid op basis van de schending van het gelijkheidsbeginsel.

Read more

17.07.2018 NL law
Doelstelling windenergie van 6.000 MW op land zal niet in 2020 worden gehaald, maar de minister is optimistisch

Articles - Uit de Monitor Wind op Land 2017 en het Plan van Aanpak Windenergie op land 2018 blijkt de voortgang van de doelstelling om in 2020 6.000 MW aan opgesteld vermogen windenergie op land te hebben. Er wordt weliswaar meer windenergie opgewekt, maar de doelstelling in 2020 wordt waarschijnlijk niet gehaald. Wij bespreken de knelpunten en hoe nu verder.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring