Short Reads

Voor het tijdelijk verstoren van een vleermuis is geen ontheffing nodig

Voor het tijdelijk verstoren van een vleermuis is geen ontheffing nodig

Voor het tijdelijk verstoren van een vleermuis is geen ontheffing nodig

20.11.2013 NL law

Het komt in de praktijk veel voor dat men een gebouw wil slopen, maar dat zich in dit gebouw vleermuizen bevinden die beschermd worden op grond van de Flora- en faunawet (Ffw) en de Habitatrichtlijn. Wat dan te doen? 

De oplossing wordt vaak gevonden in het proberen de vleermuizen te laten ‘verhuizen’ naar een nieuw onderkomen door het te slopen gebouw ongeschikt te maken voor vleermuizen. Zo ook in de casus die aanleiding gaf tot de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 november 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1926).

De feiten

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (BPF) wil 56 huurappartementen, een zorgsteunpunt en ondergrondse parkeergarage in de gemeente Arnhem realiseren. Om dit project te kunnen realiseren zal bestaande bebouwing gesloopt moeten worden. In die te slopen bebouwing zitten vleermuizen, namelijk de zogenaamde gewone dwergvleermuis.

Vooruitlopend op de sloop heeft BPF de gebouwen ongeschikt gemaakt voor vleermuizen door tochtgaten aan te brengen in de spouwmuren.

De buurman van het te slopen gebouw heeft een handhavingsverzoek ingediend bij de staatssecretaris van Economische Zaken, omdat de Ffw zou worden overtreden.

Is een tijdelijke verstoring verboden?

Op grond van artikel 11 Ffw is het verboden om zonder ontheffing vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.

In de uitspraak komt de vraag aan de orde of het aanbrengen van gaten in de muur om de vleermuizen te verjagen een verstoring is waarvoor een ontheffing moet worden aangevraagd.

De Afdeling oordeelt dat dit in beginsel het geval is. Het maken van tochtgaten vormt in de regel een ontheffingplichtige verstoring van een vaste verblijfplaats.

Toch oordeelt de Afdeling hier anders. Nadat de gaten waren gemaakt, hebben deskundigen namelijk onderzocht of er nog vleermuizen in het gebouw zaten. Uit dit onderzoek bleek dat het maken van gaten niet heeft gefunctioneerd als middel om de vleermuizen te verjagen.

Het maken van de tochtgaten is dus ineffectief gebleken. Het is mogelijk dat tijdens het maken van de gaten sprake is geweest van een tijdelijke verstoring van de vaste rust- en verblijfplaats van de vleermuizen. Nu het maken van de tochtgaten echter niet heeft geleid tot het verjagen van de vleermuizen, heeft de activiteit dus geen blijvend negatief effect gehad en is artikel 11 Ffw niet overtreden.

De vraag is of uit deze uitspraak kan worden afgeleid dat de Afdeling van oordeel is dat bij een tijdelijke verstoring artikel 11 Ffw niet wordt overtreden. Op 7 december 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BY2464) verwees de Afdeling in een uitspraak namelijk nog naar een Guidance document van de Europese Commissie waaruit bleek dat de ecologische functionaliteit op geen enkel moment, ook niet tijdelijk, in het geding mag komen.

Als de nieuwe lijn van de Afdeling – anders dan volgt uit deze eerdere uitspraak – wordt dat een tijdelijke verstoring die geen blijvend negatief effect heeft op een populatie geen overtreding van artikel 11 Ffw is, dan is dit in lijn met eerdere uitspraken van de strafrechter. Zo oordeelde het Hof Arnhem op 29 mei 2012 (ECLI:NL:GHARN:2012:BW7281) dat het met een sportvliegtuig laag over de Oostvaardersplassen vliegen slechts een zeer tijdelijke verstoring is die uiteindelijk geen negatieve gevolgen heeft voor de beschermde diersoorten en daarom niet verboden is.

Dit soort problemen met beschermde diersoorten waar de bouwpraktijk op stuit worden overigens grotendeels veroorzaakt doordat de huidige Ffw niet goed aansluit bij de Habitat- en Vogelrichtlijn. In de tekst van artikel 11 Ffw is namelijk niet expliciet opgenomen dat een tijdelijke verstoring niet onder de verbodsbepaling valt. Het Hof Arnhem baseert zijn oordeel mede op de tekst van artikel 12 lid 1 aanhef en onder d van de Habitatrichtlijn, die in artikel 11 Ffw is geïmplementeerd. Dit artikel verbiedt slechts de beschadiging of de vernieling van de voortplantings- of rustplaatsen. Daarnaast is het op grond van onderdeel b van hetzelfde artikel uit de Habitatrichtlijn verboden om diersoorten opzettelijk te verstoren, vooral tijdens de perioden van voortplanting, afhankelijkheid van de jongen, overwintering en trek. Wie meer wil weten over de verschillen tussen de nationale en Europese verbodsbepalingen, verwijzen wij naar ons artikel ‘Flora- en faunawet: nieuwe donkere wolken boven Nederland’ (BR 2013/1). De verschillen tussen de verboden uit de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Ffw zullen naar verwachting met de Wet natuurbescherming komen te vervallen. Het is dan ook te hopen dat de behandeling van het wetsvoorstel spoedig zal worden voortgezet.

Vervolg van het project

De Afdeling concludeert uiteindelijk dat het handhavingsverzoek van de buurman terecht is afgewezen door de staatssecretaris. Dit lijkt dus op het eerste gezicht een ‘overwinning’ voor de projectontwikkelaar. Hoewel er juridisch een overwinning is geboekt, is de werkelijkheid echter anders. Het handhavingsverzoek is immers uitsluitend afgewezen omdat de maatregel ineffectief is gebleken. Met andere woorden: de vleermuizen zitten er nog steeds.

Bovendien is er sinds de Ffw-ontheffingverlening in 2008 veel gebeurd. Uit de tussenuitspraak van 24 april 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ8400) blijkt dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het bouwplan en de bijbehorende bestemmingsplanherziening inmiddels zijn ingetrokken en dat de geldigheidsduur van de Ffw-ontheffing is verlopen. Dit betekent dat in de toekomst voor een nieuw bouwplan nieuwe vergunningen zullen moeten verleend. Daarbij zal een nieuw plan moeten worden gemaakt om de vleermuizen te migreren uit het te slopen gebouw. Een mogelijke oplossing is dat er buiten het plangebied een nieuw foerageergebied voor de vleermuizen wordt gerealiseerd en er vleermuiskasten worden geplaatst voordat tot sloop wordt overgaan. Als dit nieuwe gebied volledig functioneert, kunnen de vleermuizen zo verleid worden om te verhuizen. Als deze maatregelen volledig functioneren, is het waarschijnlijk mogelijk om het gebouw te slopen zonder Ffw-ontheffing. Omdat de mitigerende maatregelen moeten worden gerealiseerd voordat tot sloop kan worden overgegaan, vergt dit wel een goede voorbereiding van de werkzaamheden.

 

> Attachment

Source: ABRvS nov 2013, BR 2014/8

Related news

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

05.11.2019 NL law
The European Services Directive after Appingedam

Seminar - Stibbe, together with Bureau Stedelijke Planning, is organising a seminar on 5 November on the most recent relevant case law following the Appingedam case. Three months after the final judgment, additional case law from the Council of State has been published concerning the significance of the Services Directive for branching rules and other restrictions on establishment. On 10 October, guidelines titled 'How to deal with the Services Directive in spatial retail policy' will also be published.

Read more

15.10.2019 NL law
Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Short Reads - Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. In een eerder bericht gingen wij al in op eerdere initiatieven om de Wgr te wijzigen en op de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen, waarbij zeggenschap over de begroting werd uitgelicht

Read more

18.10.2019 BE law
Grondwettelijk Hof vernietigt versoepeling landschappelijk waardevol agrarisch gebied!

Articles - De Codextrein is niet onbesproken. Reeds een aantal van de bepalingen die werden ingevoerd door de Codextrein stuitten op een ferme "njet" van het Grondwettelijk Hof. Het nieuw ingevoegde artikel 5.7.1. VCRO blijkt hetzelfde lot beschoren te zijn. Deze bepaling strekte ertoe komaf te maken met de zeer strenge (te strenge?) rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State inzake landschappelijk waardevol agrarisch gebied (LWAG). Benieuwd naar de draagwijdte van deze bepaling en het vernietigingsarrest? Met deze blog bent u weer helemaal mee.

Read more

15.10.2019 BE law
Avis du Maître architecte et organisation d’une réunion de projet. De nouvelles étapes préalables à la demande de permis d’urbanisme.

Articles - Une des nouveautés de la réforme du CoBAT adoptée le 30 novembre 2017, publiée au Moniteur belge le 20 avril 2018 et entrée en vigueur le 1er septembre 2019 (pour ce qui concerne les demandes de permis d’urbanisme) porte sur la création de deux nouvelles étapes préalables à l’introduction d’une demande de permis d’urbanisme : l’obtention de l’avis du Maître architecte, d’une part, et l’organisation d’une réunion de projet, d’autre part. 

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring