Short Reads

Nieuw procesrecht en ‘deresponsabel’ bestuur

Nieuw procesrecht en ‘deresponsabel’ bestuur

Nieuw procesrecht en ‘deresponsabel’ bestuur

19.11.2013 NL law

Op 22 en 23 november 2013 worden in Gent de preadviezen besproken van Frederic Eggermont (België) en Nico Verheij (Nederland) voor de afdeling publiekrecht van de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland (Boom Juridische uitgevers 2013, ISBN 978 90 9874 858 4).Centraal thema is de omgang met de schending van (vorm)voorschriften door de bestuursrechter. 

Zowel in België als in Nederland is de tendens waarneembaar dat de rechter daaraan in beginsel geen gevolgen verbindt, indien de naleving daarvan niet tot een andere inhoudelijke uitkomst zou leiden. België staat meer aan het begin van deze ontwikkeling dan Nederland, zo blijkt uit de preadviezen.

In België wordt nog op fundamenteel niveau gediscussieerd of een instrument als de bestuurlijke lus – in welk verband de rechter het bestuur wijst op een te herstellen gebrek in een besluit – kan worden ingezet om schending van vormvoorschriften te herstellen. Tegengeworpen wordt daar dat hiermee het principe van de gebondenheid van de overheid aan de wet op de helling komt te staan: “Als wetgeving ongewenste consequenties heeft, ligt het probleem bij die wetgeving, niet bij degene wiens opdracht het is ze toe te passen” (Lancksweerdt, geciteerd op p. 12 van het Belgische preadvies).

Nederland lijkt dit punt van fundamenteel debat allang voorbij. Op grond van artikel 6:22 Awb kunnen bij ons schendingen van vormvoorschriften en zelfs van materiële normen geheel worden gepasseerd. Dat kan overigens ook bij het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs, tenzij het een zeer ernstige schending betreft. Daarnaast voorziet artikel 8:72 lid 3 onder a Awb in de mogelijkheid de rechtsgevolgen van een vernietigd besluit in stand te laten. Verder kent Nederland al langer de bestuurlijke lus (vgl. artikel 8:51a e.v. Awb). Artikel 8:69a Awb bepaalt voorts dat besluiten bij een normschending niet kunnen worden vernietigd indien deze norm ‘kennelijk’ niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Met dit relativiteitsvereiste kan, bijvoorbeeld, bewoners van een villawijk die een beroep doen op het overschrijden van geluidsnormen in een nog te bouwen asielzoekerscentrum om de bouw daarvan te voorkomen, de pas worden afgesneden. Deze – grotendeels recente – wettelijke mogelijkheden zijn terug te voeren op de wens om een einde te maken aan het vaak eindeloze gepingpong tussen rechter en bestuur bestaande uit het steeds weer vernietigen van een besluit wegens schending van (vorm)voorschriften waarna het bestuur weer met een inhoudelijk gelijkluidend besluit terugkwam (vgl. artikel 8:41a Awb dat aanspoort tot definitieve geschilbeslechting).

Dit Nederlandse systeem kan ten gronde positief worden gewaardeerd en zou in België navolging kunnen vinden. Het leidt in de regel tot snellere en definitieve afdoening van geschillen op gronden die daadwerkelijk de belangen van partijen betreffen. Daarmee is een groot algemeen belang gemoeid. Ook voor de bestuursrechter is zijn vak aantrekkelijker dan in het verleden, omdat hij – in combinatie met de mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien of aanwijzingen te geven voor het nieuwe besluit na een vernietiging (artikel 8:72 Awb) – meer instrumenten in handen heeft om daadwerkelijk sturing te geven aan de oplossing van een geschil. Daarbij moet overigens wel voorkomen worden dat de burger de indruk krijgt dat de rechter het bestuur helpt om een besluit er doorheen te krijgen.

Een positieve waardering van het Nederlands systeem dus, maar toch knaagt er iets. Ervan uitgaande dat niets menselijks bestuursorganen vreemd is, bestaat het serieuze risico dat de afwezigheid van potentiële sancties op schending van normen dan wel de ruime mogelijkheden om deze later te herstellen, het bestuur minder wetsgetrouw maakt. Waarom nog rekening houden met bepaalde natuurbeschermingsnormen wanneer naleving daarvan door omwonenden niet meer in rechte kan worden afgedwongen? Waarom nog nader onderzoek doen wanneer dat, indien het later onverhoopt tot een rechterlijke procedure komt, alsnog aan het besluit ten grondslag kan worden gelegd? Er bestaat kortom het risico dat het bestuur – zoals dat in de vraagpunten bij de preadviezen wordt genoemd – ‘deresponsabiliseert’, niet meer de verantwoordelijkheid neemt en aansprakelijk is voor (niet) naleving van rechtsnormen. Dit risico wordt bovendien versterkt doordat veel burgers niet meer het nut zullen inzien van procederen.

Het is dus zaak om met behoud van het goede van het actuele Nederlandse procesrecht iets te doen aan het beteugelen van het risico op deresponsabel bestuur. Het debat daarover is in Nederland nog onvoldoende op gang gekomen. Bij wijze van schot voor de boeg noem ik een aantal mogelijkheden. Om te beginnen zou het al winst zijn wanneer rechters zich bij het toepassen van hun bevoegdheden bewust zijn van de opvoedkundige werking van het (wel) verbinden van sancties aan normschendingen al was het maar in de sfeer van (bovenforfaitaire) proceskostenvergoedingen. Dat impliceert terughoudend gebruik van het geheel passeren van normschendingen, het alleen bij wijze van uitzondering afzien van vernietiging op grond van het relativiteitsvereiste en het ruimer toepassen van artikel 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht om bovenforfaitaire proceskostenvergoedingen te faciliteren. Daarnaast kan worden gedacht aan financiële sancties op schending van normen wanneer daarop geen vernietiging van een besluit volgt. Dit analoog aan de vergoeding van immateriële schade bij schending van de redelijke termijn en – soms – het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs.

Hoe dan ook moet onder deze omstandigheden worden afgezien van het bezuinigingsplan om voor minvermogenden de toegang tot bijstand van advocaten en daarmee in veel gevallen tot de rechter in een fors aantal bestuursrechtelijke zaken te blokkeren. Laten we hopen dat staatssecretaris Teeven op dat punt responsabel is en tot inkeer komt.

Dit Vooraf verschijnt in NJB 2013/2404, afl. 41, p. 2855 en is tevens gepubliceerd op NJBlog.

Related news

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

14.10.2019 NL law
Kamerdebat over digitalisering van de overheid: aandacht voor bescherming burger vereist

Short Reads - Op 24 september 2019 zijn er vier moties in stemming gebracht én aangenomen door de Tweede Kamer. De moties hebben als gemeenschappelijke deler dat ze in het teken staan van de steeds groter wordende digitalisering bij de overheid. Het achterliggende doel van de moties is dat de burger voldoende beschermd moet worden tegen deze digitalisering.

Read more

15.10.2019 NL law
Een nieuwe uittredingsregeling voor gemeenschappelijke regelingen

Short Reads - Op 26 augustus 2019 is de internetconsultatie gestart van een wetsvoorstel dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) wijzigt. Het wetsvoorstel heeft als doel de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken. In een eerder bericht gingen wij al in op eerdere initiatieven om de Wgr te wijzigen en op de in het wetsvoorstel voorgestelde maatregelen, waarbij zeggenschap over de begroting werd uitgelicht

Read more

08.10.2019 NL law
Annotatie bij ABRvS 26 juni 2019, waarin de Afdeling een vereniging als belanghebbende aanmerkt

Short Reads - Op 26 juni 2019 heeft de Afdeling twee uitspraken gedaan over de vraag of een vereniging die opkomt voor werknemers als belanghebbende als in artikel 1:2, derde lid, Awb kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat medewerkers in beginsel niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Maar in tegenstelling tot de rechtbanken van Amsterdam en Limburg, oordeelde de Afdeling ook dat een uitzondering hierop kan worden gemaakt. 

Read more

15.10.2019 BE law
Avis du Maître architecte et organisation d’une réunion de projet. De nouvelles étapes préalables à la demande de permis d’urbanisme.

Articles - Une des nouveautés de la réforme du CoBAT adoptée le 30 novembre 2017, publiée au Moniteur belge le 20 avril 2018 et entrée en vigueur le 1er septembre 2019 (pour ce qui concerne les demandes de permis d’urbanisme) porte sur la création de deux nouvelles étapes préalables à l’introduction d’une demande de permis d’urbanisme : l’obtention de l’avis du Maître architecte, d’une part, et l’organisation d’une réunion de projet, d’autre part. 

Read more

08.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een 'verdachte' rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Articles - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd. Het bedrijf krijgt om die reden een boete op grond van artikel 4.48a lid 1 Arbobesluit.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring