Short Reads

Met de bezem door overheidsorganisaties: weg met de productschappen en staatsdeelnemingen?

Met de bezem door overheidsorganisaties: weg met de productschappen e

Met de bezem door overheidsorganisaties: weg met de productschappen en staatsdeelnemingen?

13.11.2013 NL law

Het kabinet is voornemens om de product- en bedrijfschappen af te schaffen. Daarnaast hanteert het sinds kort een nieuw uitgangspunt om te bepalen of staatsdeelnemingen of –aandeelhouderschap wenselijk zijn.

Hierna zullen wij een korte beschrijving geven van de consultatieversie van de Wet opheffing bedrijfslichamen en de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2013.

Consultatie Wet opheffing bedrijfslichamen

Tot 20 november 2013 is het mogelijk te reageren op het ontwerpwetsvoorstel dat het stelsel van product- en bedrijfschappen (hierna: PBO’s) zal opheffen. De opheffing van de PBO’s wordt gerealiseerd door hoofdstuk 2 van de Wet op de bedrijfsorganisatie te schrappen. In het ontwerp wordt verder beschreven welke taken van deze organisaties door de centrale overheid zullen worden overgenomen en welke niet. Hiervoor voorziet het ontwerpwetsvoorstel in de benodigde wettelijke grondslagen.

De reden voor de opheffing

De PBO’s zijn opgericht in de jaren ’50. Via de productschappen zou het bedrijfsleven een eigen verantwoordelijkheid dragen voor het inrichten van de sector, het verbeteren van de sociaal-economische structuur en de ontwikkeling van ondernemingen en werkenden in het eigen veld. Uit de toelichting bij het ontwerpwetsvoorstel blijkt dat de regering de PBO’s niet meer van deze tijd acht. De kritiek op de PBO’s spitst zich met name toe op twee aspecten. In de eerste plaats het bindende karakter van hun verordeningen en heffingen. PBO’s kunnen namelijk sectorondernemingen via heffingen dwingen een bijdrage te leveren aan de financiering van de PBO’s. Het tweede kritiekpunt betreft het gebrek aan democratische legitimatie bij de PBO’s. De besturen worden niet democratisch gekozen, maar bestaan uit vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisaties. Steeds minder ondernemers sluiten zich echter aan bij deze brancheverenigingen en stellen zich niet te herkennen in de activiteiten van de PBO’s en daarvan geen meerwaarde te ervaren. De vraag wordt gesteld of activiteiten in het kader van promotie en belangenbehartiging behoren tot de taak van publiekrechtelijke instellingen als de PBO’s.

Volgens de regering bevordert de opheffing van de PBO’s de kansen en toetredingsmogelijkheden van ondernemers in diverse sectoren en past het bij de doelstellingen van het kabinet om ondernemers kansen te bieden en daarbij minimaal te belemmeren, regeldruk terug te dringen en te streven naar een kleine krachtige overheid.

Welke taken gaan naar de Rijksoverheid?

Bij de opheffing van de PBO’s moet het publieke belang wel worden geborgd: de uitvoering van taken die kunnen worden aangemerkt als ‘publieke taak’ mag door de opheffing niet in gevaar komen. Het gaat dan om taken op het gebied van plant-, dier- en volksgezondheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid.

Een deel van de publieke taken van de PBO’s kan bij de centrale overheid worden ondergebracht op basis van bestaande wettelijke grondslagen, maar voor een aantal taken moet een wettelijke grondslag worden gecreëerd. Dit gebeurt in de Wet dieren, de Plantenziektenwet, de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 en de Wet Milieubeheer.

De niet-overheidstaken zijn taken als voorlichting, promotie en belangenbehartiging. Na de opheffing van de PBO’s kunnen ondernemers ervoor kiezen deze niet-publieke taken voor eigen rekening zelfstandig of in een brancheorganisatie uit te voeren.

Consultatie

Het ontwerpwetsvoorstel met de bijbehorende toelichting zijn te downloaden op www.internetconsultatie.nl/pbo. Via deze website is het ook mogelijk om tot 20 november 2013 te reageren op het ontwerp.

Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2013

De staat heeft aandelen in verschillende Nederlandse bedrijven. Dit zijn “staatsdeelnemingen”. In de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2013 wordt een integraal beeld geschetst van het beleid van de staat als aandeelhouder. Ook wordt ingegaan op de rolinvulling van de staat als aandeelhouder en de rolverdeling tussen de staat als beleidsmaker en als aandeelhouder.

In tegenstelling tot vroeger, worden in de nota motto’s als ‘privatiseren, tenzij’ of juist ‘publiek, tenzij’ losgelaten. Volgens het huidige kabinet moet het besluit om wel of niet te privatiseren ‘per casus worden beoordeeld, zonder dat daar een streven aan ten grondslag ligt om de portefeuille zo klein of zo groot mogelijk te maken’. Het aandeelhouderschap van de staat kan een toegevoegde waarde bieden bij de borging van publieke belangen die bepaalde bedrijven behartigen. In de nota wordt daarom van alle afzonderlijke staatsdeelnemingen bezien of staatsaandeelhouderschap toegevoegde waarde heeft.

Volgens de nota kan staatsaandeelhouderschap bijdragen aan de borging van publieke belangen door te beoordelen of de strategie van de onderneming in lijn is met de door het beleidsdepartement gedefinieerde publieke belangen, door het (al dan niet) goedkeuren van investeringen, door het vaststellen van het beloningsbeleid en door het benoemen van goede bestuurders en commissarissen. Een staatsdeelneming vertegenwoordigt financiële waarde die de Nederlandse samenleving ten goede komt: maatschappelijk vermogen. Volgens de nota is de staat in zijn rol als aandeelhouder de aangewezen partij om zorg te dragen voor het behoud van dit maatschappelijk vermogen, zodat ook de volgende generaties daarvan profijt kunnen hebben. Daarmee draagt de aandeelhouder bovendien bij aan de continuïteit van het bedrijf en aan het publieke belang dat de onderneming met haar dienst of product behartigt. Waardebehoud en de borging van het publieke belang zijn daarmee twee kanten van dezelfde medaille, aldus de nota. Tot slot ziet de staat als aandeelhouder een rol voor zichzelf weggelegd door te sturen op goed ondernemingsbestuur, bijvoorbeeld ten aanzien van bepalingen in de statuten en de inhoud van het beloningsbeleid en het proces rondom benoemingen van bestuursleden en commissarissen.

Criteria voor het aangaan van deelnemingen

Uit de nota blijkt dat het kabinet het aandeelhouderschap niet als het eerst aangewezen instrument ziet om publieke belangen te borgen. Er moet aan de volgende vier criteria worden voldaan voordat een staatsdeelneming wordt aangegaan:

  1. Nationaal publiek belang. Er dient sprake te zijn van een publiek belang op rijksniveau, dat niet louter met wet- en regelgeving is te borgen.
  2. Welomschreven beleidsdoelstelling. Het publieke belang dient te zijn vertaald in een welomschreven beleidsdoelstelling, bij voorkeur vastgelegd in wet- en regelgeving.
  3. Rendement. Een staatsdeelneming moet als vennootschap in staat zijn om een rendement te behalen op zijn producten of diensten, passend bij de risico’s die met de ondernemingsactiviteiten gepaard gaan en waarbij de (financiële) continuïteit van de onderneming wordt gewaarborgd.
  4. Periodieke toetsing. Met een welomschreven beleidsdoelstelling wordt helder gemaakt welke taak dient te worden gerealiseerd door de vennootschap waarvan de staat aandeelhouder wordt. Als de betreffende taak is gerealiseerd dan kan de staat als aandeelhouder uittreden. Indien de taak echter van blijvende aard is dan kan de deelneming voor langere tijd in stand blijven.

 

Beide initiatieven laten zien dat de regering van geval tot geval wenst te bezien welke taken en functies dusdanig van belang zijn dat daarbij staatsinvloed of betrokkenheid is vereist, terwijl zij tegelijkertijd de lasten voor het bedrijfsleven wenst te beperken. Dat is een wijze benadering, zij het dat er in het kader van de opheffing van de PBO’s nog de nodige slagen moeten worden gemaakt om een en ander in goede banen te leiden.

Team

Related news

19.09.2019 NL law
De kloof tussen stad en platteland: gekraai om niets?

Short Reads - In Frankrijk werd het nieuws deze zomer deels beheerst door de juridische strijd over het matineuze gekraai van haan Maurice. Die zomer begon zowat in mei van dit jaar toen het echtpaar Biron een zaak aanhangig maakte bij de rechtbank in Rochefort vanwege overlast van hun buurhaan.

Read more

06.09.2019 NL law
Afdeling onderstreept belang van onderzoek naar harde plancapaciteit bij toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkeling en geeft daarvan definitie

Short Reads - De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening en houdt de verplichting in om bij het toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren dat daaraan behoefte bestaat. Hiermee wordt beoogd leegstand en onnodige bebouwing te voorkomen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Onlangs is over dit onderwerp een Kamerbrief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen naar aanleiding van onderzoek naar de werking van de Ladder voor woningbouw.

Read more

18.09.2019 NL law
Geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, wat nu?

Short Reads - Zoals bekend heeft de Afdeling op 29 mei 2019 (Amsterdamse dakopbouw,) de eisen voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel versoepeld. Het perspectief van de burger staat sindsdien centraler. Dat plaatst overheden voor een nieuw probleem: hoe te handelen als een bindende toezegging is gedaan die niet (meer) nagekomen kan of mag worden? Daarover heeft de Afdeling nauwelijks iets gezegd.

Read more

06.09.2019 NL law
Het Klimaatakkoord: sectortafel elektriciteit

Short Reads - Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord gepresenteerd. In het Klimaatakkoord is aan vijf sectortafels uitgewerkt op welke wijze Nederland uitvoering gaat geven aan de op internationaal niveau gemaakte klimaatafspraken. In dit blogbericht lichten wij toe wat de belangrijkste uitdagingen zijn voor de sectortafel elektriciteit en hoe de komende jaren aan die uitdagingen uitvoering wordt gegeven.   

Read more

18.09.2019 NL law
Consultatie herijking Grondwetsherzieningsprocedure: Tweede Kamer gekozen na eerste lezing moet tweede lezing afronden

Short Reads - Op 3 september 2019 is een internetconsultatie gestart over een wetsvoorstel dat onduidelijkheden moet wegnemen over de tweede lezing van Grondwetsherzieningsvoorstellen. Kort gezegd komt het wetsvoorstel er op neer dat de Tweede Kamer die aansluitend op de eerste lezing wordt gekozen, de tweede lezing moet afronden. Gebeurt dat niet dan vervalt het voorstel van rechtswege. Daarmee borduurt de regering voort op haar eerdere Kamerbrief van 21 februari 2019 waarin zij haar visie over de procedure tot herziening van de Grondwet uit de doeken doet (Kamerstukken II 2018/19, 31 570, 35).

Read more

04.09.2019 NL law
De nieuwe coördinatieregeling in de Awb: wetsvoorstel ingediend!

Short Reads - Ruim een jaar na het sluiten van de internetconsultatie heeft de minister van Rechtsbescherming op 10 juli jl. het wetsvoorstel dat onder meer een algemene coördinatieregeling mogelijk maakt ingediend. In een eerder blogbericht is al ingegaan op de consultatieversie van dit wetsvoorstel en zijn daarmee de hoofdlijnen van de voorgestelde coördinatieregeling besproken. Wij grijpen de indiening van het wetsvoorstel aan om de ingekomen reacties op de internetconsultatie te bespreken alsmede de wijzigingen waartoe deze reacties hebben geleid.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring