Short Reads

Herziening van btw-aftrek verkoper onroerende zaak mag niet worden nageheven bij koper

Herziening van btw-aftrek verkoper onroerende zaak mag niet worden na

Herziening van btw-aftrek verkoper onroerende zaak mag niet worden nageheven bij koper

05.11.2013 NL law

Op 10 oktober 2013 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJ”) een voor de vastgoedpraktijk belangrijk arrest gewezen.

(C-622/11; Pactor Vastgoed B.V.) Het HvJ oordeelde dat het in strijd is met de btw-richtlijn dat bedragen verschuldigd na een herziening van een btw-aftrek worden nageheven bij een andere belastingplichtige dan degene die de btw in aftrek heeft gebracht. Dit betekent dat als achteraf blijkt dat verkoper en koper ten onrechte hebben geopteerd voor een btw-belaste levering, de Belastingdienst niet langer op grond van artikel 12a van de Wet op de omzetbelasting 1968 (“Wet OB”) de in het verleden door de verkoper in aftrek gebrachte btw mag naheffen bij de koper. De staatssecretaris van Financiën heeft op 18 oktober 2013 voorgesteld om artikel 12a Wet OB per 10 oktober 2013 te schrappen om te voorkomen dat per die datum een heffingsvacuüm zou ontstaan, omdat anders noch bij de koper (btw-richtlijn), noch bij de verkoper (wet) kan worden nageheven.

Casus

Op 5 januari 2000 is aan koper, Pactor Vastgoed B.V., een onroerende zaak geleverd waarbij partijen hebben geopteerd voor een btw-belaste levering. Verkoper had de onroerende zaak enkele jaren tevoren, eveneens met toepassing van de optie voor btw-belaste levering, verkregen en de aan hem in rekening gebrachte btw in aftrek gebracht. Koper is de onroerende zaak vanaf april 2000 met vrijstelling van btw gaan verhuren en heeft de onroerende zaak begin juli 2000 verkocht en vrijgesteld van btw geleverd.

Doordat koper de onroerende zaak niet gebruikte voor doeleinden waarvoor tenminste 90% recht op aftrek van voorbelasting bestaat, hebben partijen (achteraf gezien) ten onrechte geopteerd voor een btw-belaste levering. De levering is met terugwerkende kracht vrijgesteld van btw. De belastingdienst heeft op grond van artikel 12a Wet OB een btw-naheffingsaanslag opgelegd aan koper voor een bedrag gelijk aan de in het verleden door verkoper bij de verkrijging van de onroerende zaak in aftrek gebrachte btw die op grond van de herzieningsregels moest worden terugbetaald. Koper is tegen de btw-naheffingsaanslag in bezwaar en beroep gegaan.

Arrest

Naar aanleiding van een prejudiciële vraag van de Hoge Raad, verklaart het HvJ voor recht dat de btw-richtlijn niet toestaat dat de bedragen verschuldigd na een herziening van een btw-aftrek worden ingevorderd bij een andere belastingplichtige (koper) dan degene die de btw in aftrek heeft gebracht (verkoper). Herziening van de in het verleden door verkoper in aftrek gebrachte btw dient derhalve plaats te vinden bij verkoper. Hoewel het in de procedure alleen ging om herziening van de door verkoper in aftrek gebrachte btw bij de verkrijging van de onroerende zaak waarvoor nog een herzieningstermijn liep, geldt dit arrest eveneens voor herziening van de door verkoper in aftrek gebrachte btw die drukte op de kosten in verband met de verkoop en levering van de onroerende zaak aan de koper (zoals makelaars- en notariskosten).

Relevantie voor de praktijk

Een verkoper heeft het niet in de hand of de koper aan de voorwaarden voor een optie voor btw-belaste levering blijft voldoen. Zo kan de koper een verkeerde inschatting hebben gemaakt van zijn aftrekrecht (waardoor de onroerende zaak over het boekjaar van levering en het daarop volgende boekjaar niet is gebruikt voor doeleinden waarvoor tenminste 90% recht op aftrek van voorbelasting bestaat) of de onroerende zaak niet tijdig in gebruik hebben genomen (d.w.z. vóór het einde van het boekjaar volgend op het boekjaar van levering). Een verkoper van een onroerende zaak doet er daarom verstandig aan om in de (ver)koopovereenkomst vast te leggen wie het financiële risico draagt als de Belastingdienst een btw-naheffingsaanslag (inclusief rente en boete) aan de verkoper oplegt, omdat achteraf blijkt dat de koper niet voldeed aan de voorwaarden om te opteren voor een btw-belaste levering. De verkoper kan de koper bijvoorbeeld om een vrijwaring vragen, één en ander mogelijk gesanctioneerd met een in de notariële leveringsakte opgenomen kettingbeding. De verkoper zal de koper ook kunnen verzoeken om aanvullende zekerheid te verstrekken (bijvoorbeeld door middel van een bankgarantie) voor het bedrag waarvoor de Belastingdienst potentieel een btw-naheffingsaanslag kan opleggen, maar in de praktijk zal een koper hier waarschijnlijk niet snel toe bereid zijn.

Related news

17.03.2020 NL law
Begunstigingstermijn en dwangsommen bij overmacht door crises

Short Reads - Als de begunstigingstermijn die aan een last onder dwangsom is verbonden voor een overtreder niet haalbaar is, kan het bestuursorgaan de last opheffen, opschorten of verminderen. De huidige crisissituatie in Nederland biedt bestuursorganen ruimte om de looptijd van handhavingsbesluiten op te schorten. In dit bericht zetten wij de mogelijkheden daartoe uiteen en schetsen wij de randvoorwaarden waaraan zo’n opschorting moet voldoen.

Read more

03.03.2020 NL law
Right to challenge symbolisch verankerd

Short Reads - De regering beoogt het right to challenge (ook wel uitdaagrecht genoemd) symbolisch te verankeren in de Gemeentewet. Het right to challenge betreft een vorm van burgerparticipatie waarbij inwoners van een gemeente of maatschappelijke (private) partijen de gemeente verzoeken om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. 

Read more

27.03.2020 BE law
Bijzondere volmachten in tijden van crisis: wat kan en wat niet?

Short Reads - In haar advies van 25 maart 2020 analyseert de afdeling Wetgeving van de Raad van State het wetsvoorstel van 21 maart 2020 tot bijzondere machtiging aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19. Het advies brengt de algemene beginselen inzake bijzondere machten in herinnering en plaatst daarnaast enkele kritische kanttekeningen bij het wetsvoorstel zelf. Voor liefhebbers van het grondwettelijk recht vormt het advies van de afdeling Wetgeving daarom een welgekomen afleiding in tijden van lockdown. 

Read more

02.03.2020 NL law
Wijziging Algemene wet bestuursrecht op komst: sanctionering medewerkingsplicht door middel van last onder bestuursdwang en dwangsom

Short Reads - In de Tweede Kamer wordt op dit moment het wetsvoorstel behandeld tot wijziging van de Awb en enkele andere wetten in verband met het nieuwe omgevingsrecht en nadeelcompensatierecht. Dit wetsvoorstel voorziet onder meer in een algemene regeling voor de niet-naleving van de medewerkingsplicht in artikel 5:20 lid 3 Awb.

Read more

This website uses cookies. Some of these cookies are essential for the technical functioning of our website and you cannot disable these cookies if you want to read our website. We also use functional cookies to ensure the website functions properly and analytical cookies to personalise content and to analyse our traffic. You can either accept or refuse these functional and analytical cookies.

Privacy – en cookieverklaring