Short Reads

CBb stelt prejudiciële vragen over de verhouding tussen de Cabotageverordening en PSO-verordening (annotatie bij CBb 15 april 2013, AB 2013/272).

CBb stelt prejudiciële vragen over de verhouding tussen de Cabotageve

CBb stelt prejudiciële vragen over de verhouding tussen de Cabotageverordening en PSO-verordening (annotatie bij CBb 15 april 2013, AB 2013/272).

26.11.2013 NL law

Het CBb heeft op 15 april 2013 prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de verhouding tussen de Cabotage- en PSO-verordening en de wijze waarop deze verordeningen zich verhouden tot de Wet personenvervoer 2000 (Wp2000).

(ECLI:NL:CBB:2013:BZ6922)

De kern van het geschil heeft betrekking op de vraag of de concessies voor het exploiteren van een tweetal Waddenveren onderhands gegund mochten worden of dat hiervoor een openbare aanbesteding had moeten plaatsvinden.

Voor de vraag of een openbare aanbesteding had moeten plaatsvinden, is onder meer de vraag van belang of de Waddenzee kan worden aangemerkt als “binnenwater” of als “zee”. De Cabotageverordening (Verordening (EEG) nr. 3577/92 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten (cabotage in het zeevervoer)) heeft namelijk uitsluitend betrekking op zeevervoer. Als sprake is van zeevervoer dan hadden de concessies op grond van de Cabotageverordening moeten worden aanbesteed, omdat de Cabotageverordening een non-discriminatiebeginsel bevat.

Een andere prejudiciële vraag van het CBb heeft betrekking op de uitleg van artikel 1, tweede lid, van de PSO-verordening (Verordening (EG) nr. 1370/2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg). Dit artikel bepaalt namelijk dat lidstaten “de bepalingen van de PSO-verordening kunnen toepassen op het openbaar personenvervoer over de binnenwateren en in de nationale zeewateren, onverminderd de Cabotageverordening”.
Het CBb vraagt zich af hoe het woord ‘onverminderd’ moet worden gelezen. Het is onduidelijk of uit dit woord moet worden afgeleid dat de Cabotageverordening altijd boven de PSO-verordening prevaleert.
Ook is onduidelijk of de woorden ‘de bepalingen van de PSO-verordening’ het mogelijk maken dat een lidstaat – zoals Nederland – uitsluitend één of meer specifieke onderdelen van de PSO-verordening van toepassing verklaren. Het CBb wijst hierbij ook op de verschillende taalversies van de PSO-verordening.

De gestelde prejudiciële vragen zijn niet alleen interessant voor het vervoersrecht, maar ook voor het algemeen bestuursrecht, omdat ze ingaan op de problematiek die kan ontstaan als meerdere Europese verordeningen betrekking (lijken te) hebben op hetzelfde onderwerp en discussie over de verhouding tussen de verordeningen kan ontstaan door het ontbreken van duidelijke definitie- en reikwijdtebepalingen en verschillende taalversies.

In deze annotatie, die is gepubliceerd in AB 2013/272, zal eerst kort ingegaan worden op deze voorgeschiedenis en de feiten in deze procedure. Vervolgens komt het (proces)belang van de appellanten aan de orde. Daarna wordt ingegaan op de kern van de uitspraak: de verhouding tussen de Cabotage- en PSO-verordening en de Wp2000.

Beantwoording van het Hof van Justitie zal nog wel even op zich laten wachten. Inmiddels heeft de staatssecretaris van infrastructuur en milieu aan de Tweede Kamer bericht dat het CBb is gevraagd om een verzoek in te dienen bij het Hof voor versnelde behandeling van de zaak (Aanhangsel van de Handelingen II, 2012/13, 2556, p. 2). De procedure heeft bij het Hof van Justitie zaaknummer C-207/13 gekregen. Wordt vervolgd…

Related news

07.11.2019 NL law
Symposium 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations

Seminar - Stibbe is organising a symposium in Amsterdam on Thursday 7 November entitled 'From Stint to Fipronil: a compensation fund for victims of energetic government intervention in crisis situations'. During this symposium, Stibbe lawyer Tijn Kortmann and Prof. Pieter van Vollenhoven, alongside other experts,  will speak about the compensation fund which, according to van Vollenhoven, injured parties should be able to call upon if a decision by the government turns out to be too drastic.

Read more

08.10.2019 NL law
Omgevingsrecht en mobiliteit in ruimtelijke planvorming: meer samenhang is nodig

Short Reads - De bouw van zo'n 700.000 extra woningen, zoals aangekondigd in de Nationale woonagenda 2018-2021, zorgt voor grote gevolgen voor de mobiliteit. Mobiliteitsvraagstukken spelen bij ruimtelijke planvorming maar een beperkte rol en ook in de Omgevingswet ontbreekt een passende integrale mobiliteitsoplossing voor bepaalde ruimtelijke ordeningsprojecten.

Read more

08.10.2019 NL law
Annotatie bij ABRvS 26 juni 2019, waarin de Afdeling een vereniging als belanghebbende aanmerkt

Short Reads - Op 26 juni 2019 heeft de Afdeling twee uitspraken gedaan over de vraag of een vereniging die opkomt voor werknemers als belanghebbende als in artikel 1:2, derde lid, Awb kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat medewerkers in beginsel niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Maar in tegenstelling tot de rechtbanken van Amsterdam en Limburg, oordeelde de Afdeling ook dat een uitzondering hierop kan worden gemaakt. 

Read more

08.10.2019 NL law
De Afdeling herhaalt haar jurisprudentie: bij een 'verdachte' rechtspersoon komt het zwijgrecht in beginsel alleen toe aan de bestuurders van die rechtspersoon

Articles - De uitspraak van 21 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2801) betreft werknemers van een asbestverwijderingsbedrijf die bezig zijn met werkzaamheden in een pand. Na een melding van het asbestverwijderingsbedrijf zelf, vindt een inspectie plaats. Na een gesprek met de werknemers constateert de inspecteur dat sloopwerkzaamheden worden verricht, terwijl er in het pand asbesthoudende materialen zijn die nog niet zijn verwijderd. Het bedrijf krijgt om die reden een boete op grond van artikel 4.48a lid 1 Arbobesluit.

Read more

08.10.2019 NL law
Annotatie bij ABRvS 26 juni 2019, waarin de Afdeling een vereniging als belanghebbende aanmerkt

Short Reads - Op 26 juni 2019 heeft de Afdeling twee uitspraken gedaan over de vraag of een vereniging die opkomt voor werknemers (in dit geval de Kunstenbond) als belanghebbende als in artikel 1:2, derde lid, Awb kan worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat medewerkers in beginsel niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt, omdat hun belang een van de werkgever afgeleid belang is en dat het is ontleend aan de contractuele relatie tussen werkgever en werknemer.

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring