Articles

Belgisch verbod op verkoop met verlies strijdig met EU-recht

Belgisch verbod op verkoop met verlies strijdig met EU-recht

Belgisch verbod op verkoop met verlies strijdig met EU-recht

25.03.2013 BE law

Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat het Belgisch verbod op verkoop met verlies in strijd is met het Europees recht voor zover dit verbod op verkoop met verlies de bescherming van de consument beoogt. 

Also available in French

Hiermee lijkt deze discussie beslecht. Maar schijn kan bedriegen. Mogelijk zullen sommigen nu proberen te argumenteren dat het verbod op verkoop met verlies niet de consument beoogde te beschermen, maar de eerlijke concurrentie tussen handelaren. En dan is er plots geen strijdigheid meer met het Europees recht. We dreigen dus in dezelfde saga terecht te komen als met de sperperiode, met jaren rechtsonzekerheid tot gevolg.

1. Beslissing Hof van Justitie 

Bij beschikking van 7 maart 2013 welke pas vorige week werd gepubliceerd, heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld dat het Belgisch verbod op verkoop met verlies in strijd is met het Europees recht, meer bepaald met de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken1, voor zover dit verbod op verkoop met verlies de bescherming van de consument beoogt.2.

Het arrest lijkt kristalhelder: artikel 101 van de Wet Marktpraktijken welke het verbod op verkoop met verlies vastlegt, is onwettig. De redenen voor het oordeel van het Hof zijn eenvoudig en zijn dezelfde als deze die het Hof heeft gebruikt om eerder het verbod op gezamenlijke aanbiedingen en ook de regels inzake de sperperiode naar de prullenmand te verwijzen. 

Ten eerste maken verkopen met verlies “deel uit van de commerciële strategie van een ondernemer en houden zij rechtstreeks verband met de verkoopbevordering en de afzet van zijn producten”. Daarom is een verkoop met verlies een handelspraktijk in de zin van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken. Deze richtlijn laat een lidstaat enkel nog toe om een limitatief opgesomd aantal specifieke praktijken te verbieden in zijn nationale wetgeving. Een verbod op verkoop met verlies staat niet in die lijst. Bijgevolg kan een lidstaat dergelijke verkoop met verlies niet meer principieel verbieden in zijn nationale wetgeving. Dat wil niet zeggen dat een verkoop met verlies nooit meer in strijd kan zijn met de eerlijke marktpraktijken. Een verkoop met verlies welke agressief, misleidend of oneerlijk zou zijn (volgens de definities van de Richtlijn Oneerlijke Marktpraktijken die zijn overgenomen in de Wet Marktpraktijken) zou dus in bepaalde omstandigheden alsnog kunnen worden verboden maar dat zal dan eerder de uitzondering zijn. De regel is dus duidelijk: verkoop met verlies kan niet per se worden verboden. Ten tweede is de vraag of het verbod op verkoop met verlies beoogt de consument te beschermen. De Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken is immers enkel toepasselijk op handelspraktijken die (mede) beogen de consument te beschermen (B2C). Een handelspraktijk die er enkel op ziet de handelaren te beschermen tegen andere handelaren zonder dat ook consumentenbescherming meespeelt, valt buiten de Richtlijn Oneerlijke Marktpraktijken. In de huidige zaak echter, had de verwijzende rechter uit Gent3 zelf al vastgesteld dat de regeling inzake verkoop met verlies ook de belangen van de consument beschermde en niet enkel de belangen van handelaren. Zodoende nam het Hof van Justitie dat als een vaststaand feit aan en kon het zonder meer besluiten dat het Belgisch verbod in strijd was met het Europees recht. 

2. Is deze zaak hiermee nu definitief beslecht?

Ondanks het duidelijke arrest van het Hof van Justitie riskeert het antwoord op deze vraag negatief te zijn. Naar analogie met de saga rond de sperperiode valt te verwachten dat vanuit sommige hoeken nu zal geargumenteerd worden dat de eerste rechter zich heeft vergist en dat het verbod op verkoop met verlies niet beoogt om (ook) de belangen van de consument te beschermen. Alternatief zullen mogelijk sommigen opperen dat men bij een volgende wetswijziging het verbod gewoon opnieuw bevestigt met in de memorie van toelichting een passage dat de wetgever enkel de belangen van de handelaren beoogt te beschermen. Zodoende zullen sommigen hopen het verbod op verkoop met verlies buiten het toepassingsgebied van de Richtlijn te houden. Net zoals bij de sperperiode riskeert men in België dus nog jaren juridische onzekerheid rond deze thematiek. Een andere aanpak van het Hof van Justitie (en de Belgische wetgever) zou een oplossing kunnen bieden. Zo zou het Hof van Justitie bijvoorbeeld kunnen verduidelijken dat de vraag of een bepaling de consument beoogt te beschermen niet moet beantwoord worden vanuit de (subjectieve) doelstelling van de wetgever, maar vanuit de aard van de praktijk zelf waarbij het Hof van Justitie dit dan zelf zou kunnen beslissen. Zoniet, riskeert men dat eenzelfde bepaling in het ene land wel in strijd is met het Europees recht en in het andere land niet. Het nieuwe arrest van het Hof van Justitie toont echter wel aan dat het een onomkeerbaar proces is dat de huidige wet marktpraktijken meer en meer afbrokkelt en onder druk staat. Het volgende slachtoffer zal ongetwijfeld de reglementering inzake de aankondigingen van prijsverminderingen zijn. Zoals bekend heeft de Europese Commissie hiervoor België ook al voor het Hof van Justitie gedaagd.4 

Wordt dus vervolgd… 

 


Voetnoten:

1.    Richtlijn 2005/29 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad, Pb. L 149, 11 juni 2005, 22 

2. De beschikking is gepubliceerd op de site van het Hof: www.curia.europa.eu. 

3. & 4.   Zie over de prejudiciële vraag van de eerste rechter ook onze nieuwsbrief van januari 2013.

 

All rights reserved. Care has been taken to ensure that the content of this e-bulletin is as accurate as possible. However the accuracy and completeness of the information in this e-bulletin, largely based upon third party sources, cannot be guaranteed. The materials contained in this e-bulletin have been prepared and provided by Stibbe for information purposes only. They do not constitute legal or other professional advice and readers should not act upon the information contained in this e-bulletin without consulting legal counsel. Consultation of this e-bulletin will not create an attorney-client relationship between Stibbe and the reader. The e-bulletin may be used only for personal use and all other uses are prohibited.

Team

Related news

05.08.2020 NL law
ACM is verplicht om het besluit waarin zij afziet tot oplegging van een boete te publiceren

Short Reads - De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt (Instellingswet ACM) verplicht de ACM om een besluit waarbij een ernstige overtreding (zoals overtreding van het kartelverbod) is geconstateerd, maar waarbij is afgezien van het opleggen van een boete toch openbaar te maken. Een dergelijk besluit beschouwt het CBb als een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie in de zin van artikel 12v van de Instellingswet ACM. Dat oordeelt het CBb in haar uitspraak van 18 februari 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:92).

Read more

12.05.2020 NL law
Kroniek van het mededingingsrecht

Articles - Wat de gevolgen van de coronacrisis zullen zijn voor de samenleving, de economie en – laat staan – het mededingingsbeleid laat zich op het moment van de totstandkoming van deze kroniek niet voorspellen. Wel stond al vast dat het mededingingsrecht zal worden herijkt op basis van de fundamentele uitdagingen die voortvloeien uit zich ontwikkelende ideeën over het belang van industriepolitiek, klimaatverandering en de positie van tech-ondernemingen en de platforms die zij exploiteren.

Read more

09.07.2020 NL law
ACM geeft bedrijven meer ruimte om samen te werken voor klimaat- en milieudoelen

Short Reads - De Autoriteit Consument & Markt (ACM) wil dat Nederlandse bedrijven meer ruimte krijgen om samen te werken op het gebied van duurzaamheid. Vooral voor het bereiken van klimaatdoelen, zoals de vermindering van CO2-uitstoot, krijgen bedrijven meer mogelijkheden om onderling afspraken te maken zonder de concurrentieregels te overtreden. Dat staat in de (concept) leidraad ‘duurzaamheidsafspraken’ van de ACM.

Read more

18.03.2020 EU law
Stibbe: COVID-19

Short Reads - In view of the developments concerning the coronavirus, we hereby inform you of our business operations and the measures we take to ensure the continuity of our services to you.

Read more

20.05.2020 NL law
Stibbe in Amsterdam answers questions from consumers, small business foundations and NGOs about the coronavirus [updated]

Inside Stibbe - In a special Q&A (in Dutch), lawyers from our Amsterdam office share their legal expertise and strive to provide answers to questions put to us by consumers, self-employed persons, enterprises large and small, foundations and NGOs as a result of the corona crisis.

Read more