Articles

Finance/Regulatory Update: Recente ontwikkelingen financieel recht

Finance/Regulatory Update: Recente ontwikkelingen financieel recht

Finance/Regulatory Update: Recente ontwikkelingen financieel recht

08.01.2013 NL law

1.   Inleiding

Deze Finance/Regulatory Update is onze halfjaarlijkse nieuwsbrief over recente ontwikkelingen op het gebied van het Nederlandse financiële recht.

De Nederlandse wetgever streeft ernaar wetswijzigingen op twee vaste tijdstippen in het jaar (1 januari en 1 juli) van kracht te laten worden. Deze Update beschrijft de belangrijkste wijzigingen die per 1 januari 2013 in werking zijn getreden, en vat de status van enkele Europese regelgevingsprojecten op het gebied van het financiële recht samen. Voor wijzigingen op ondernemingsrechtelijk gebied verwijzen wij naar onze Corporate Update van 8 januari 2013.

De belangrijkste wetsvoorstellen op het terrein van de financiële markten zijn opgenomen in een drietal pakketten. Het eerste en het tweede pakket zijn – voor het grootste deel – al in werking getreden. Voor meer informatie over deze wetswijzigingen verwijzen wij naar onze Finance/Regulatory Update van 12 juli 2012.

Een groot aantal wetten dat is opgenomen in het derde pakket op het terrein van de financiële markten is per 1 januari 2013 in werking getreden. Ook de Wet bekostiging financieel toezicht, die voortvloeit uit het tweede pakket, is op 1 januari 2013 in werking getreden.

 2.   Nieuwe wet- en regelgeving per 1 januari 2013

Wijzigingswet financiële markten 2013 (Derde FM-pakket)

Op 1 januari 2013 zijn de Wijzigingswet financiële markten 2013 en het Wijzigingsbesluit financiële markten 2013 in werking getreden.

  • Provisieverbod: vanaf 1 januari 2013 geldt een provisieverbod. Dit houdt in dat het een financiëledienstverlener niet langer is toegestaan om voor het bemiddelen of adviseren een provisie te ontvangen of te betalen. Consumenten moeten voortaan hun adviseur of bemiddelaar rechtstreeks betalen voor financieel advies en bemiddeling bij hypothecaire kredieten, betalingsbeschermers, overlijdensrisicoverzekeringen, individuele arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, uitvaartverzekeringen, dienstverlening onder het Nationaal Regime MiFID (bijvoorbeeld adviseren over beleggingsfondsen opgenomen in een aflossingsproduct) en complexe financiële producten. Het verbod geldt niet voor beleggingsondernemingen. Daarop blijven de provisiebeperkingen van artikel 168a Bgfo van toepassing. Naast het verbod op provisies voor adviseurs en bemiddelaars wordt geregeld dat ook directe aanbieders inzicht geven in de advies- en distributiekosten bij de verkoop van een financieel product.
  • Dienstverleningsdocument: vanaf 1 juli 2013 zal een financiëledienstverlener een dienstverleningsdocument aan de consument of cliënt moeten vertrekken dat is opgesteld volgens een vast stramien. De Autoriteit Financiële Markten zal een standaard dienstverleningsdocument ontwikkelen voor producten die onder het provisieverbod vallen.
  • Financieel rijbewijs: een financiëledienstverlener dient voortaan de kennis en ervaring van de klant te toetsen bij complexe of impactvolle financiële producten, wanneer de klant deze wenst af te nemen zonder advies (execution-only dienstverlening). De financiëledienstverlener dient de klant te waarschuwen indien het product niet passend is. De verplichting om de kennis en ervaring van klanten te toetsen bij execution-only dienstverlening gold al voor beleggingsondernemingen.
  • Productontwikkelingsproces: de Code Banken en Governance Principes Verzekeraars voorzagen al in een verplichting tot het hebben van een adequaat productontwikkelingsproces. Het Wijzigingsbesluit schept nu een wettelijke verplichting om een adequaat productontwikkelingsproces te hebben. Een financiële onderneming dient daartoe over procedures te beschikken die waarborgen dat bij het ontwikkelen van producten op een evenwichtige wijze rekening wordt gehouden met de belangen van de cliënt. Deze verplichting geldt niet alleen voor banken en verzekeraars, maar ook voor andere partijen die financiële producten aanbieden of samenstellen. De verplichting geldt echter niet voor beleggingsinstellingen die alleen aan professionele beleggers aanbieden, instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) en beleggingsondernemingen. De verplichting tot het hebben van een adequaat productontwikkelingsproces geldt zowel voor financiële producten die worden aangeboden vanaf de inwerkingtreding van het Wijzigingsbesluit als voor producten die zijn ontwikkeld vóór de inwerkingtreding, maar die nog steeds actief aan nieuwe klanten worden aangeboden. Voor deze laatste categorie staat in de Wijzigingsbrief die het Ministerie van Financiën op 13 september 2012 publiceerde [link] dat deze niet op elk moment in de toekomst aan de nieuwste inzichten hoeven te voldoen, maar dat de financiële onderneming zicht dient te hebben op de actualiteit en de werking van financiële producten die door haar worden aangeboden of samengesteld.
  • Bankierseed: het Wijzigingsbesluit en de Regeling eed of belofte financiële sector stellen nadere regels met betrekking tot een door dagelijks beleidsbepalers van een financiële onderneming vanaf 1 januari 2013 af te leggen (en na te leven) eed of belofte. In de loop van 2013 zal de wetgever voorzien in een voorstel voor een regeling betreffende een door het overige personeel van een financiële onderneming af te leggen (en na te leven) eed of belofte. Verplichtingen voor aanbieder van hypothecair krediet: het Wijzigingsbesluit stelt aanvullende transparantieverplichtingen voor aanbieders van hypothecair krediet. Daarnaast is voorzien in inkomenscriteria die door aanbieders van hypothecair krediet moeten worden toegepast bij de beoordeling van een aanvraag voor hypothecair krediet. De maximale 'loan-to-value' ratio wordt met ingang van 1 januari 2013 in zes stappen verlaagd tot 100 procent.
  • Vakbekwaamheid: op grond van het Wijzigingsbesluit zijn alle medewerkers die zich binnen een financiëledienstverlener bezighouden met het adviseren van klanten vanaf 1 januari 2014 verplicht hun vakbekwaamheid aan te tonen aan de hand van een diploma. Er geldt een overgangstermijn tot 1 juli 2015.
  • Geschillenbeslechting: het Wijzigingsbesluit verscherpt de eisen voor erkenning als geschilleninstantie en voorziet daartoe in aanvullende eisen ten aanzien van governance, informatie-uitwisseling, deskundigheid en representatie. In het Wijzigingsbesluit zijn aanvullende eisen opgenomen ten aanzien van de interne klachtenprocedure bij financiële ondernemingen. Financiële ondernemingen dienen consumenten er na afloop van de interne klachtenprocedure op te wijzen dat de mogelijkheid bestaat de klacht voor te leggen aan de externe geschilleninstantie waarbij zij zijn aangesloten. Bovendien is verduidelijkt wat verstaan moet worden onder een spoedige interne klachtenprocedure: een financiële onderneming moet een dergelijke procedure binnen een termijn van acht weken kunnen afronden.
  • Verbod op clustermunitie: tot slot wordt een nieuwe bepaling in het Besluit marktmisbruik Wft opgenomen die bepaalt dat wanneer een financiële onderneming leningen verstrekt aan, of deelnemingen verwerft in een onderneming die clustermunitie of cruciale onderdelen voor clustermunitie produceert, verkoopt of distribueert, dit wordt gezien als een handeling in strijd met een integere bedrijfsvoering. Dit verbod geldt per 1 januari 2013. Bij overtreding van het verbod kan vanaf 1 april 2013 een bestuurlijke boete worden opgelegd.

Handhaving: het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector is gewijzigd, zodat bij overtreding van de nieuwe en gewijzigde bepalingen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

Wet bekostiging financieel toezicht 2013 (Tweede FM-pakket)

Per 1 januari 2013 is de Wet bekostiging financieel toezicht (‘Wbft’) in werking getreden. De Wbft regelt de financiering van de toezichtkosten van de AFM en De Nederlandsche Bank. De bekostiging van het toezicht op de financiële markten wordt met de invoering van de Wbft geheel herzien. De Wbft gaat uit van een forfaitaire overheidsbijdrage aan de kosten van de toezichthouders. De kosten boven deze wettelijk vastgestelde overheidsbijdrage worden doorberekend aan de onder toezicht staande financiële ondernemingen. Hiertoe worden deze ondernemingen ingedeeld in een aantal categorieën en per categorie wordt het procentuele aandeel in de financiering van de toezichtskosten vastgesteld. Het Besluit bekostiging financieel toezicht 2013 bevat een nadere uitwerking van de regels die zijn vastgelegd in de Wbft. Ook dit besluit is sinds 1 januari 2013 van kracht. De AFM heeft op haar website de belangrijkste wijzigingen die gepaard gaan met de invoering van de Wbft op een rij gezet. Daarnaast is op deze website een overzicht van de meest gestelde vragen en antwoorden over de Wbft gepubliceerd.

3   AIFM
Op 11 november 2010 heeft het Europees Parlement de Europese Richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (Europese Richtlijn 2011/61/EU, de ‘AIFMD’) aangenomen. De AIFMD introduceert regels met betrekking tot vergunningverlening, de bedrijfsuitoefening en transparantie voor beheerders van alternatieve beleggingsfondsen. Op grond van de AIFMD worden door de Europese Commissie en de European Securities and Markets Authority (‘ESMA’) verschillende uitvoeringsmaatregelen vastgesteld. Onze Finance/Regulatory Alert van 28 december 2012 ging al in op enkele uitvoeringsmaatregelen die recent zijn voorgesteld.

De EU-lidstaten moeten de AIFMD uiterlijk op 22 juli 2013 in hun nationale wetgeving hebben geïmplementeerd.

 4.   Clearing & Settlement
EMIR

Voor ondernemingen die over the counter-derivaten (‘OTC-derivaten’) afsluiten, gelden vanaf 1 januari 2013 nieuwe voorschriften op grond van de European Market Infrastructure Regulation (Verordening nr. 648/2012, ‘EMIR’). Volgens de Europese Commissie zijn veel partijen zich niet voldoende bewust van de risico's die horen bij het afsluiten van OTC-derivaten. EMIR stelt zich ten doel de markt van OTC-derivaten transparanter te maken en de bijbehorende risico's te verplaatsen naar centrale tegenpartijen.

EMIR verplicht partijen die een OTC-derivaat afsluiten, deze transactie te laten clearen bij een centrale tegenpartij. De verplichting tot clearing geldt niet voor ieder OTC-derivaat, maar alleen voor bepaalde aangewezen gestandaardiseerde klassen van derivaten die buiten een gereglementeerde markt worden afgesloten. Financiële tegenpartijen, zoals onder meer kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en verzekeraars zullen onder deze verplichting vallen. Onder omstandigheden moeten ook niet-financiële tegenpartijen OTC-derivaten verplicht laten clearen. Deze verplichting ontstaat als zij (i) derivaten afsluiten die een bepaalde drempelwaarde overstijgen (EUR 1 of EUR 3 miljard, afhankelijk van het derivaat) en (ii) deze derivaten niet dienen om de risico's van de normale bedrijfsvoering te reduceren.

Om OTC-derivaten te kunnen clearen heeft een centrale tegenpartij een vergunning nodig. Deze vergunning wordt verleend door de nationale toezichthouder (voor Nederland is dat de AFM). Om in aanmerking te komen voor een vergunning moet een centrale tegenpartij aantoonbaar voldoen aan regels betreffende, onder meer, de bedrijfsvoering en kapitaalsvereisten. Verder worden eisen gesteld aan het onderpand dat de centrale tegenpartij dient te vragen.

Partijen die derivatencontracten afsluiten moeten informatie over deze transacties rapporteren aan een transactieregister. Deze verplichting geldt ten aanzien van alle derivatencontracten, dus niet slechts voor OTC-derivaten. Verder geldt deze verplichting in beginsel voor zowel niet-financiële als financiële partijen. De transactieregisters publiceren deze informatie en delen deze informatie met de Europese en nationale toezichthouders. Door deze informatie toegankelijk te maken, wordt beoogd de derivatenmarkt transparanter te maken.

EMIR is per 16 augustus 2012 in werking getreden, maar de meeste verplichtingen die uit deze verordening voortvloeien dienen nog nader te worden ingevuld door middel van uitvoeringshandelingen (Nadere Regelingen). ESMA en de andere European Supervisory Authorities (‘ESAs’) hebben onlangs Nadere Regelingen ter consultatie gepubliceerd. Deze zijn echter nog niet definitief. Eind december heeft de Europese Commissie verschillende Nadere Regelingen aangenomen. De nog door ESMA en de andere ESAs uit te werken verplichtingen worden naar verwachting begin 2013 gepubliceerd.

Het is de verwachting dat de eerste OTC-derivatencontracten vanaf het derde kwartaal van 2013 centraal gecleared kunnen worden.

Wetsvoorstel Aanvulling van de Wet op het financieel toezicht met regels met betrekking tot het verlenen van afwikkeldiensten en het toezicht daarop [ingetrokken]

Oorspronkelijk was beoogd door middel van het Wetsvoorstel afwikkelondernemingen van 29 september 2009 een algemene vergunningplicht voor afwikkelondernemingen in te voeren. Deze vergunningplicht zou zowel de clearing en settlement van financiële instrumenten als de afwikkeling van geldtransacties omvatten. EMIR regelt al de vergunningplicht voor centrale tegenpartijen en de clearing van financiële instrumenten. Daarmee is de noodzaak verdwenen om de clearing en settlement van financiële instrumenten apart vergunningplichtig te maken op grond van de Wft. Het Wetsvoorstel Afwikkelondernemingen is daarom ingetrokken.

In het Wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2014 wordt nu een afzonderlijke vergunningplicht voor afwikkelondernemingen van retailbetalingstransacties voorgesteld. Deze vergunningsplicht zal naar verwachting in 2014 in werking treden.

5.   Uitgestelde regelingen
Wetsvoorstel implementatie van de Richtlijn Solvency II (Derde FM-pakket)

De Richtlijn Solvency II (Europese Richtlijn 2009/138/EU) (‘Solvency II’) is in 2009 gepubliceerd. De ontwikkeling van de bijbehorende technische regelgeving (‘Level 2’) verkeert in de eindfase. De implementatie van Solvency II in de nationale wetgeving van de EU-lidstaten is echter uitgesteld tot de Omnibus 2-Richtlijn is uitonderhandeld. Deze richtlijn regelt onder andere de gefaseerde invoering van Solvency II, de rol van de nieuwe toezichtautoriteit EIOPA, en de aanpassingen aan het raamwerk voor de behandeling van lange termijn producten van verzekeraars. Naar verwachting wordt Solvency II vanaf 1 januari 2014 van kracht.

Solvency II bevat een nieuw toezichtsregime voor verzekeraars. Solvency II kent drie pijlers die onderling samenhangen. De eerste pijler richt zich op de kwantificeerbare risico’s en bijbehorende voorzieningen en kapitaaleisen. De tweede pijler focust op het risicomanagement en de bedrijfsvoering van een verzekeraar. De derde pijler tot slot, omvat de eisen ten aanzien van te publiceren informatie en de rapportage aan de toezichthouder.

Solvency II leidt voorts tot een gewijzigd uitbestedingsregime voor verzekeraars. Solvency II zal bestaande uitbestedingsregels aanscherpen, andere uitbestedingsregels schrappen en tevens nieuwe uitbestedingsregels introduceren.

Capital Requirements Directive (CRD IV)

Op dit moment wordt op Europees niveau onderhandeld over de Europese Capital Requirements Directive IV voor banken en beleggingsondernemingen (‘CRD IV’), waarin bovenop de solvabiliteitsvereisten een regeling met betrekking tot de aan te houden kapitaalbuffers is opgenomen.

Door middel van CRD IV zullen de kapitaalseisen van Bazel III in Europa worden ingevoerd.

Anders dan voorzien, is CRD IV niet op 1 januari 2013 in werking getreden. Op 16 januari 2013 wordt CRD IV in het Europees Parlement in stemming gebracht. Waarschijnlijk zal CRD IV op zijn vroegst medio 2013 worden gepubliceerd. De verwachting is dat CRD IV en de op CRV IV gebaseerde CRR-verordening pas vanaf 1 januari 2014 toepassing zullen vinden.

DNB onderstreept niettemin dat instellingen zich moeten blijven inspannen om tijdig te voldoen aan de kapitaaleisen die uit CRD IV en Bazel III zullen voortvloeien.

De Europese Commissie heeft als onderdeel van de CRD IV verregaande voorstellen gedaan om het Europese toezichtraamwerk verder te harmoniseren. Zij streeft naar het scheppen van een ‘Single Rule Book’ voor banken en andere financiële ondernemingen waarmee op het terrein van het prudentieel toezicht een geharmoniseerd geheel van regels voor alle normadressanten in de Europese Unie is opgenomen.

Team

Related news

16.10.2018 NL law
Groene psychologie in de financiële sector

Articles - Groen is hot. Praten over 'groen' doet goed.  De psychologie van de kleur groen is interessant. In een column voor Fondsnieuws gaat Suzanne Kröner-Rosmalen nader in op de betrokkenheid van De Nederlandsche Bank bij het groene Network for Greening the Financial System (NGFS) en enkele groene initiatieven van toezichthouders in de strijd tegen beheersing van klimaatrisico’s.  

Read more

05.10.2018 BE law
Additional delay for new Companies Code?

Articles - The Council of State has taken a second look at the draft law and recently issued, for the second time, a rather bleak opinion about the overall quality of the draft law regarding Belgium’s new Companies Code.

Read more

12.07.2018 NL law
Invoering UBO-register uitgesteld naar 2019

Short Reads - Nadat lange tijd de verwachting was dat het UBO-register in de zomer van 2018 operationeel zou kunnen zijn, heeft de Minister van Financiën bij brief van 20 april 2018 laten weten dat de indiening van het definitieve wetsvoorstel wordt uitgesteld tot begin 2019. Aanleiding voor deze vertraging is de inwerkingtreding van de Vijfde Anti-witwasrichtlijn (EU/2018/843).

Read more

12.07.2018 NL law
Wetsvoorstel omzetting aandelen aan toonder ingediend bij de Tweede Kamer

Short Reads - Op 9 april 2018 is het wetsvoorstel Wet omzetting aandelen aan toonder bij de Tweede Kamer ingediend. Het wetsvoorstel beoogt de identificatie van houders van aandelen aan toonder uitgegeven door vennootschappen in Europees Nederland en Bonaire, Eustatius en Saba (BES) mogelijk te maken. 

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring