Articles

Door werknemer verduisterde gelden zijn geen belastbare bezoldiging

Door werknemer verduisterde gelden zijn geen belastbare bezoldiging

Door werknemer verduisterde gelden zijn geen belastbare bezoldiging

11.01.2013 BE law

Cass. 23.11.2012: “Het begrip “bezoldiging” in de zin van art. 31 WIB92, omvat niet de gelden die een werknemer zich onrechtmatig heeft toegeëigend ten nadele van zijn werkgever, ook al is dit gebeurd bij de uitoefening van de dienstbetrekking waarvoor hij was aangeworven”.

Also available in French.

Wat voorafging

Sedert geruime tijd verduisterde een bediende van een bank belangrijke fondsen ten nadele van haar werkgever tot deze laatste hiervan lucht kreeg en een strafklacht indiende. In het kader van het strafrechtelijk onderzoek tegen de bediende en haar echtgenoot erkende de bediende haar werkgever te hebben opgelicht voor een bedrag van 3.400.000.000 BEF (84.283.798,42 EUR). Beiden hadden, waarschijnlijk mede door de verduisterde bedragen, talrijke participaties in vennootschappen verworven, evenals belangrijke roerende en onroerende goederen. Deze goederen werden door het parket in beslag genomen. Op verzoek van de procureur des Konings stelde de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Gent een sekwester aan over de in beslag genomen goederen. Deze werd tevens aangesteld als beheerder ad hoc over alle goederen die toebehoorden aan het echtpaar. De fiscale administratie vestigde vervolgens belastingen op de verduisterde bedragen. De fiscale vorderingen op de verduisterde bedragen waren zo omvangrijk dat zij door de werking van het voorrecht van de Schatkist het nog aanwezige actief volledig opslorpten ten nadele van de werkelijke schadelijder. De totale fiscale schuld bedroeg 79.719.892,48 EUR, belastingverhoging van 50 % inbegrepen. De in de strafprocedure verbeurd verklaarde goederen werden toegewezen aan de vrijwillig tussenkomende partij die zich in de strafprocedure burgerlijke partij had gesteld tot vergoeding van de schade die de bank ingevolge het handelen van haar bediende had geleden. Toen de bank de vergoeding van haar schade wenste te verkrijgen richtte zij zich tot de sekwester-beheerder ad hoc voor de afgifte en uitbetaling van de verbeurd verklaarde activa, waartegen de fiscus zich verzette door zich op het voorrecht van de Schatkist te beroepen. Het hof van beroep te Gent wees de fiscale vorderingen tot ontheffing van belasting af. Tegen deze beslissing stelden de sekwester-beheerder ad hoc, de bediende en haar echtgenoot, en de bank cassatieberoep in.
Het cassatiearrest van 23 november 2012 De eisers tot cassatie voerden o.m. aan dat verduisterde gelden die moeten worden terugbetaald niet kunnen worden gekwalificeerd als een ‘bezoldigingen van werknemers’ in de zin van de artikelen 30 en 31 WIB 1992, ongeacht het feit dat een buitenstaander die niet in loondienst was van de bank, niet tot die verduistering had kunnen overgaan. Het Hof van Cassatie heeft die redenering gevolgd. Het oordeelde namelijk dat het begrip “bezoldiging” in de zin van art. 31 WIB92, niet de gelden omvat die een werknemer zich onrechtmatig heeft toegeëigend ten nadele van zijn werkgever, ook al is dit gebeurd bij de uitoefening van de dienstbetrekking waarvoor hij was aangeworven”. Het besliste dan ook dat de appelrechters art. 31 WIB92 schenden door te oordelen dat de gelden die de bediende zich had toegeëigend ten nadelevan haar werkgever dienden aangezien te worden als een bezoldiging van een werknemer.
Relevantie en belang van dit arrest Het Hof van Cassatie heeft met dit arrest de definitie van het begrip “bezoldiging” in de zin van art. 31 WIB92 afgebakend. Gelden die door een werknemer van zijn werkgever worden verduisterd vallen daar niet onder. Deze uitspraak gaat in tegen de vaste rechtspraak van de hoven en rechtbanken dat gelden die een werknemer zich onrechtmatig heeft toegeëigend ten nadele van zijn werkgever in het kader van de uitoefening van zijn of haar dienstbetrekking, kwalificeren als belastbare bezoldigingen. Het arrest verhindert dat de fiscus het (quasi) volledige bedrag van degelden of goederen die een werknemer in de uitoefening van zijn of haar beroep heeft verduisterd van zijn werkgever, als beroepsinkomen in hoofde van de werknemer kan belasten en vervolgens voor die gevestigde belasting (inclusief verhogingen, boeten, en nalatigheidsintresten) op grond van het algemeen voorrecht van de fiscus voorrang krijgt op de vordering van de werkgever tot teruggave van de ontvreemde gelden. Dit is in het bijzonder van belang indien deze werknemer een aanzienlijkebedrag aan gelden of goederen heeft ontvreemd. Het arrest zal daarom veelal in de eerste plaats belang hebben voor de benadeelde werkgever. Bijkomend voordeel voor de werkgever is dat de verwerping van de kwalificatie als beroepsinkomen, het risico uitsluit dat de fiscus zich tot de werkgever zou kunnen keren omdat (vanzelfsprekend) geenbedrijfsvoorheffing werd ingehouden op de ontvreemde gelden en dat evenmin de bijzondere aanslag (van 309%) kan worden opgelegd omdat voor de ontvreemde gelden geen fiscale fiches werden opgesteld. Het arrest doet louter uitspraak over de niet-kwalificatie als in art. 31 WIB 92 bedoelde bezoldiging van een werknemer. Uit het arrest kan niet met zekerheid worden afgeleid of het Hof dezelfde redenering zou volgen in het geval van in art. 32 WIB 92 bedoelde bezoldigingen van een bedrijfsleider (omdat de respectieve definities niet helemaal gelijkluidend zijn). Het arrest is allicht niet relevant voor de kwalificatie als belastbaar beroepsinkomen in hoofde van genieters van baten of winsten. Het arrest doet geenszins uitspraak over de vraag of de verduisterde gelden al dan niet in hoofde van de ontvreemder belastbaar kunnen zijn als divers inkomen en doet uiteraard geen uitspraak over de vraag of sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd kunnen zijn.

 


Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze e-bulletin werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze e-bulletin bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevatten geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze e-bulletin zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Het raadplegen van deze e-bulletin doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze e-bulletin dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.
 

Team

Related news

15.02.2019 NL law
Commercial interest on overdue interest payments on a loan – uncertainty remains

Short Reads - If a person buys a car from a car dealer and fails to pay the purchase price on the agreed date, that person has to pay not only the purchase price but also statutory interest (Clause 6:119 DCC), unless otherwise agreed. If a car dealer buys the same car from an importer and fails to pay the purchase price on the agreed date, that car dealer has to pay commercial interest, which is a much higher rate, instead of the normal statutory interest (Clause 6:119a DCC).

Read more

05.02.2019 NL law
Transitional rules announced for certain Dutch tax acts in case of no deal Brexit

Short Reads - On 4 February 2019, the Dutch State Secretary of Finance sent a letter to the Dutch Parliament announcing transitional rules for Dutch taxes (other than customs legislation) if there will not be a Brexit withdrawal agreement (i.e. a no deal Brexit). The letter includes an outline of the transitional rules.

Read more

13.02.2019 EU law
Our TMT team examines the interaction between GDPR and other key legal domains during a seminar 'GDPR 360°'

Seminar - Erik Valgaeren, Partner TMT, and his team organize a seminar which focuses on the interaction between GDPR and litigation, corporate law, administrative law and employment law.

Read more

29.01.2019 NL law
How to remedy a default under Dutch law?

Short Reads - Under Dutch law, a debtor can remedy a default by offering to perform its obligations at a later date. Such an offer, however, has to include an offer to pay for damages and costs incurred as a result of the default (art. 6:86 DCC). If the creditor refuses to accept an offer that meets such criteria, the creditor will be in default.

Read more

11.02.2019 BE law
Raad van State versoepelt toegangsvereiste (actueel belang)

Articles - De algemene vergadering van de Raad van State heeft in zijn arrest van 15 januari 2019 de ontvankelijkheidsvoorwaarde van het actueel belang enigszins versoepeld. Dit is in navolging van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens die de Raad van State reeds op dat punt terugfloot. In deze blog wordt een korte round-up gegeven van het belangvereiste en de recente ommezwaai in de rechtspraak hierover. Iedereen die ooit een beroep bij de Raad van State instelt, dient hiermee rekening te houden.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring