Articles

Corporate Update: Recente ontwikkelingen ondernemingsrecht

Corporate Update: Recente ontwikkelingen ondernemingsrecht

Corporate Update: Recente ontwikkelingen ondernemingsrecht

08.01.2013 NL law

1.  Inleiding 
 
Dit is onze halfjaarlijkse nieuwsbrief over recente ontwikkelingen op het gebied van het Nederlandse vennootschapsrecht en ondernemingsrecht.

Een aantal belangrijke wetsvoorstellen is thans afgerond. Op 1 oktober 2012 trad reeds de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht en de bijbehorende Invoeringswet (de ‘Flex-BV wet’) in werking. Hiermee is het recht dat van toepassing is op besloten vennootschappen ingrijpend gewijzigd.

Op 1 januari 2013 trad de Wet bestuur en toezicht en de bijbehorende Reparatiewet (de ‘Wet bestuur en toezicht’) in werking. Daarnaast zijn op 1 januari 2013 de Wet tot wijziging van het enquêterecht en (grotendeels) de Wet op het accountantsberoep in werking getreden. In deze Update geven wij een overzicht van de wetswijzigingen per 1 januari 2013. Ook enkele wijzigingen van de (grotendeels) op 1 januari 2013 in werking getreden Wijzigingswet Financiële Markten 2013 komen in deze Update aan bod. Verder treft u in deze Update een overzicht aan van de stand van zaken van enkele lopende wetsvoorstellen en signaleren wij tot slot nog enkele actualiteiten op het gebied van corporate governance.

Voor een goed begrip van de gewijzigde wetgeving treft u hierbij de doorlopende tekst van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) aan zoals deze luidt op 1 januari 2013. Wij zullen u binnenkort nog een mark-up toezenden die de wijzigingen ten opzichte van de oude wettekst toont. Verder verwijzen wij naar onze Stibbe Flex-BV webtool, waarin een overzicht wordt gegeven van de belangrijkste wijzigingen en de gevolgen die de invoering van de Flex-BV wet en de Wet bestuur en toezicht voor u kan hebben. Zie ook onze Corporate Alert [link] daarover van 25 april 2012.

Voor wijzigingen op het gebied van het financieel recht verwijzen wij naar onze Finance/Regulatory Update van 8 januari 2013. 
 
2.  Nieuwe wet- en regelgeving per 1 januari 2013 
 
Wet bestuur en toezicht

De Wet bestuur en toezicht is op 1 januari 2013 in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Wettelijke basis voor de one-tier board: er is nu een wettelijke basis voor de one-tier board bij een NV of BV. Bij een one-tier board bestaat het bestuur uit uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders.
  • Tegenstrijdig belang regeling is gewijzigd: de regeling van situaties waarin een bestuurder of commissaris een tegenstrijdig belang heeft met de vennootschap, is gewijzigd. In plaats van een extern werkende beperking in de vertegenwoordigingsbevoegdheid geldt nu een intern werkende besluitvormingsregeling.
  • Limitering aantal toezichtfuncties bij ‘grote’ vennootschappen en stichtingen: het aantal functies als commissaris of niet-uitvoerende bestuurder dat een bestuurder respectievelijk commissaris van een ‘grote’ vennootschap of stichting bij andere ‘grote’ vennootschappen en stichtingen kan vervullen is gemaximeerd. (Her)benoeming van een bestuurder die meer dan het wettelijk toegelaten aantal toezichtfuncties vervult of (her)benoeming van een commissaris of niet-uitvoerende bestuurder die er toe zouden leiden dat deze persoon boven het aantal wettelijk toegelaten toezicht functies gaat of zal vervullen, is nietig.
  • Evenwichtige zetelverdeling m/v bij ‘grote’ vennootschappen: bij benoemingen, voordrachten en het opstellen van een profielschets moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met een evenwichtige verdeling van zetels in het bestuur en de raad van commissarissen tussen mannen en vrouwen (ten minste 30% vrouwen / ten minste 30% mannen). Bij een ‘niet evenwichtige’ verdeling dient bovendien in het jaarverslag te worden uiteengezet waarom niet is voldaan aan de wettelijke voorschriften en welke actie is en wordt ondernomen om tot een evenwichtige verdeling te komen. De bepaling van de evenwichtige verdeling vervalt van rechtswege op 1 januari 2016, maar kan voordien worden verlengd.
  • Bestuurder van een beursvennootschap niet langer werknemer: de rechtsverhouding tussen een bestuurder en een beursvennootschap zal niet langer als arbeidsovereenkomst worden aangemerkt. Er zal dan doorgaans sprake zijn van een overeenkomst van opdracht. Bestaande arbeidsovereenkomsten worden geëerbiedigd. 

Voor meer informatie verwijzen we naar onze Corporate Alert van 27 september 2012.

Wijzigingen enquêterecht

Het enquêterecht is met ingang van 1 januari 2013 ook gewijzigd. Het wetsvoorstel is behandeld in onze Corporate Alert van 4 oktober 2011. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Wijziging drempels enquêteverzoek: Voor naamloze en besloten vennootschappen met een geplaatst kapitaal van ten hoogste € 22,5 miljoen blijft de eis om bevoegd te zijn een enquêteverzoek te doen, ongewijzigd. De aandeelhouders en certificaathouders die het verzoek doen, moeten samen ten minste 10% van het geplaatste kapitaal van de vennootschap houden, dan wel aandelen of certificaten met een nominale waarde van € 225.000, of zoveel minder als de statuten bepalen. Daar is nu aan toegevoegd, dat indien het nominaal geplaatste kapitaal hoger is dan € 22,5 miljoen, aandeelhouders/certificaathouders die samen ten minste 1% van het geplaatste kapitaal houden, bevoegd zijn. Indien de aandelen of certificaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt of een multilaterale handelsfaciliteit, als bedoeld in artikel 1:1 Wft of een met een gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, volstaat ook een belang dat een beurswaarde vertegenwoordigt van € 20 miljoen.
  • Uitbreiding bevoegdheid indienen enquêteverzoek: ook de rechtspersoon zelf is nu bevoegd om een enquête te verzoeken. Zowel het bestuur als de raad van commissarissen kan het verzoek namens de rechtspersoon indienen. Indien de vennootschap een one-tier board heeft, kunnen zowel de uitvoerende als de niet-uitvoerende bestuurders het verzoek doen. In geval van faillissement is de curator bevoegd tot het indienen van het verzoek.
  • Procedurele wijzigingen: er is een wettelijke grondslag gecreëerd voor het door de Ondernemingskamer reeds gevoerde beleid dat belanghebbenden hun verweerschriften en eventuele tegenverzoeken uiterlijk op een door de Ondernemingskamer te bepalen tijdstip moeten indienen. Daarnaast zal in alle gevallen waarin de Ondernemingskamer een onderzoek beveelt een raadsheer-commissaris worden benoemd.
  • Aanpassing aansprakelijkheids- en kostenregeling: het aansprakelijkheidsrisico van de onderzoekers wordt beperkt en de redelijke kosten van verweer van onderzoekers, tijdelijk aangestelde bestuurders en commissarissen of beheerders van aandelen, kunnen in geval van aansprakelijkheidsstelling voor rekening van de rechtspersoon komen.

Wet op het accountantsberoep

Op 1 januari 2013 is de Wet op het accountantsberoep in werking getreden, met uitzondering van de bepaling die ziet op de verplichte kantoorroulatie, die op 1 januari 2016 in werking zal treden. Voor meer informatie over deze Wet verwijzen wij naar onze Corporate Alert van 11 december 2012. Samengevat zijn de belangrijkste wijzigingen:

  • Fusie NIVRA en NOvAA: samenvoeging van het Nederlands Instituut van Registeraccountants en de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten tot de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (‘NBA’).
  • Verplichte kantoorroulatie: organisaties van openbaar belang (op dit ogenblik zijn dit beursgenoteerde ondernemingen maar ook niet-genoteerde banken en verzekeraars) (‘oob's’) moeten vanaf 1 januari 2016 ten minste iedere acht jaar van accountantsorganisatie wijzigen voor de wettelijke controle. Deze termijn van acht jaar staat los van de maximale termijn van zeven jaar dat dezelfde accountant binnen een organisatie verantwoordelijk mag zijn voor een jaarrekening. Pas na een periode van twee jaar mag hetzelfde kantoor weer de wettelijke jaarrekeningcontrole uitvoeren.
  • Scheiding accountantscontrole en andere werkzaamheden: accountantskantoren die de jaarrekeningcontrole voor een oob verrichten mogen niet langer andere diensten voor deze onderneming verrichten. Controlediensten zijn uitsluitend: (i) de wettelijke controle van de jaarrekening; (ii) de controle van halfjaar- en kwartaalberichten; (iii) de waarmerking van de maandstaten voor de publieke toezichthouders; en (iv) de verstrekking van 'assurance' met betrekking tot het bestuursverslag, het verslag corporate governance, het verslag risicomanagement en het verslag maatschappelijk verantwoord ondernemen.
  • Melding AFM: oob's moeten een voorgenomen accountantsbenoeming vooraf aan de AFM melden.
  • Chinese walls: de zogenoemde Chinese walls binnen de AFM tussen het toezicht op accountantsorganisaties en op financiële verslaggeving van effectenuitgevende instellingen worden afgeschaft.
  • Wet toezicht financiële verslaggeving: de gevallen waarin de AFM in het kader van het toezicht op de financiële verslaggeving effectenuitgevende instellingen een nadere toelichting kan vragen, worden uitgebreid.
    Er is op dit moment discussie bij de accountantsorganisaties over de praktische uitwerking van de regelingen inzake de verplichte kantoorroulatie en de scheiding van accountantscontrole en andere werkzaamheden, waaronder advies. De NBA heeft op 28 december 2012 een Alert uitgebracht, waarop enigszins kritisch is gereageerd.

Wijziging biedingsregels en transparantieverplichtingen Wft

De Wijzigingswet financiële markten 2013 (de ‘Wijzigingswet’) maakt onderdeel uit van de jaarlijkse wijzigingscyclus van nationale regelgeving op het terrein van de financiële markten. De wet bevat zowel inhoudelijke als technische wijzigingen van onder meer de Wet op het financieel toezicht (‘Wft’), waaronder wijzigingen op het gebied van de openbare biedingsregels en de transparantieverplichtingen. Voor wijzigingen op het gebied van het financieel recht verwijzen wij naar onze  Finance/Regulatory Update van 8 januari 2013.

Biedingsregels

Per 1 januari 2013 is een aantal wijzigingen van kracht geworden met betrekking tot openbare biedingen. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • De vrijstelling voor het verplichte bod na een vrijwillig bod is aangescherpt en geldt slechts indien de bieder als gevolg van de gestanddoening van het vrijwillig bod meer dan 50 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van de doelvennootschap.
  • Een nieuwe plicht tot het doen van een onverwijlde openbare mededeling voor degene die overwegende zeggenschap verkrijgt. Openbare mededelingen worden ook verplicht indien: (i) de verworven overwegende zeggenschap binnen de ‘gratieperiode’ van 30 dagen wordt verloren of afgebouwd; (ii) een verzoek bij de Ondernemingskamer wordt ingediend om te worden ontheven van de biedplicht; of (iii) de Ondernemingskamer over een dergelijk verzoek een uitspraak heeft gedaan.

Transparantieverplichtingen Wft

De Wijzigingswet wijzigt ook een aantal bepalingen uit Hoofdstuk 5.1.a van de Wft inzake de transparantieverplichtingen voor effectenuitgevende instellingen.

  • Wijziging van artikel 5:25j en 5:25k Wft: de artikelen 5:25k en 5:25ka Wft bevatten diverse informatieverplichtingen voor uitgevende instellingen, zoals verplichtingen in verband met de algemene vergadering en de uitoefening van rechten op uitkeringen en de uitgifte van aandelen. Deze verplichtingen vloeien voort uit zowel de Transparantierichtlijn als de Richtlijn aandeelhoudersrechten. Een eerdere foutieve implementatie zorgde er echter voor dat bepaalde informatieverplichtingen voortvloeiend uit de implementatie van de Richtlijn aandeelhoudersrechten van toepassing zijn op uitgevende instellingen die niet onder het toepassingsbereik van die richtlijn vallen, maar wel onder het toepassingsbereik van de Transparantierichtlijn. De Wijzigingswet herstelt deze omissie. Hiermee zijn de informatieverplichtingen van art. 5:25k Wft en van art. 5:25ka Wft (alsnog) in overeenstemming gebracht met het toepassingsbereik van beide richtlijnen.
  • Bekendmaking volledig juridisch en economisch belang bij agenderingsverzoek: de Wijzigingswet introduceert een verplichting voor aandeelhouders van beursvennootschappen om hun volledige juridische en economische belang (zowel long als short) openbaar te maken bij uitoefening van het agenderingsrecht. Deze regeling beoogt bij te dragen aan een goede en constructieve dialoog tussen aandeelhouders en ondernemingen. Het gemelde economische belang dient vanaf het moment van oproeping voor de algemene vergadering op de website van de vennootschap vermeld te worden. Deze regeling treedt pas op 1 juli 2013 in werking, tegelijk met de Wet van 15 november 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet giraal effectenverkeer en het Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van het advies van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code van 30 mei 2007 (de ‘Wet corporate governance’). 

3.  Update overige wetten en wetsvoorstellen 
 
Wet corporate governance

Op 13 november 2012 is de Wet corporate governance door de Eerste Kamer aangenomen. De Wet corporate governance beoogt een bijdrage te leveren aan de versterking van het Nederlandse corporate governance systeem. Deze wet zal op 1 juli 2013 in werking treden omdat de benodigde uitvoeringsregeling momenteel nog niet gereed is. Voor meer informatie verwijzen wij naar onze Corporate Alert hierover van 23 november 2012. Samengevat zijn de belangrijkste wijzigingen:

  • Verlaging drempel melding zeggenschap: er zal een nieuwe laagste drempel van 3% (in plaats van 5%) worden geïntroduceerd voor het melden van kapitaalbelang en/of zeggenschapsrechten in beursvennootschappen; daarnaast blijft de 5% drempel (evenals de andere drempels) gehandhaafd.
  • Meldingsplicht bruto short posities: de wet introduceert de verplichting om bruto short posities in beursvennootschappen te melden vanaf 3%. Er mag geen verrekening plaatsvinden met een eventuele long positie; voor beide posities dient een melding te worden gedaan.
  • Verhoging agenderingsdrempel: de drempel voor het agenderingsrecht van aandeelhouders in een naamloze vennootschap (met of zonder beursnotering) wordt verhoogd van 1% naar 3% van het geplaatste kapitaal. De alternatieve drempel die geldt voor aandeelhouders van beursgenoteerde vennootschappen die een aandelenbezit hebben met een beurswaarde van minstens € 50 miljoen komt te vervallen.
  • Identificatie aandeelhouders: er zal een regeling worden ingevoerd die beursvennootschappen in staat stelt in een bepaalde periode voorafgaand aan de algemene vergadering haar aandeelhouders (de investeerders) met een belang van meer dan 0,5% van het geplaatste kapitaal te identificeren. Onder investeerders worden naast aandeelhouders in de zin van de Wet giraal effectenverkeer (‘Wge’) ook begrepen de beheerder van een beleggingsinstelling en degene die voor eigen rekening een tegoed met een aandelenkarakter aanhoudt bij een instelling in het buitenland die geen aangesloten instelling of intermediair is als bedoeld in de Wge. De uitgevende instelling moet een dergelijke identificatie doen op verzoek van investeerders die alleen of gezamenlijk met andere investeerders tenminste 10% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen.
  • Informatie-uitwisseling aandeelhouders: een aandeelhouder die alleen of gezamenlijk met andere aandeelhouders een belang van ten minste 1% van het geplaatste kapitaal houdt of aandelen houdt die een gezamenlijke marktwaarde van ten minste € 250.000 vertegenwoordigen, krijgt het recht om in een bepaalde periode voorafgaand aan een aandeelhoudersvergadering een beursvennootschap te verzoeken om door de aandeelhouder ter beschikking gestelde informatie door te sturen aan andere aandeelhouders, mits deze verband houdt met een onderwerp dat geagendeerd is voor de algemene vergadering.

Wetsvoorstel claw-back aangenomen door de Tweede Kamer

Nadat de behandeling van het wetsvoorstel claw-back in de Tweede Kamer lange tijd heeft stil gelegen, vond op 27 november 2012 een wetgevingsoverleg plaats, waarna de Tweede Kamer op 18 december 2012 het wetsvoorstel heeft aangenomen. Bij de behandeling in de Tweede Kamer heeft de Minister van Veiligheid en Justitie meegedeeld er naar te streven de wet per 1 juli 2013 in werking te laten treden. Voor meer informatie over dit wetsvoorstel verwijzen wij naar onze Corporate Alerts hierover van
1 oktober 2010 en 21 december 2012. De twee belangrijkste elementen van het wetsvoorstel zijn:

  • De invoering van de mogelijkheid bestuurdersbonussen aan te passen en in bepaalde gevallen betaalde bonussen terug te vorderen; en
  • De bepaling dat, indien een openbaar bod op de aandelen van de vennootschap en in bepaalde gevallen waarin een voorstel als bedoeld in artikel 2:107a BW of een voorstel voor een juridische fusie of splitsing wordt gedaan, de overeenkomstig het wetsvoorstel te bepalen meerwaarde van aan de bestuurder als bezoldiging toegekende (certificaten van) aandelen of rechten tot het nemen of verkrijgen van aandelen, moet worden verrekend met zijn bezoldiging.

Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. De Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie bespreekt op 15 januari 2013 de procedure.

Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting

Op 5 juli 2012 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting aangenomen. Dit wetsvoorstel beoogt het functioneren van stichtingen en verenigingen die zijn toegelaten of wensen te worden toegelaten als instellingen die uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam zijn (‘toegelaten instellingen’), te verbeteren. Deze wet vervangt de regelingen die nu zijn opgenomen in de Woningwet, het Besluit beheer sociale huursector en het Besluit Centraal Fonds voor de volkshuisvesting en zal het externe toezicht op de toegelaten instellingen aanscherpen. Een aparte algemene maatregel van bestuur (‘AMvB’) met uitvoeringsbepalingen zal in de plaats komen van de vele reeds bestaande ministeriële circulaires.

Naast regelingen op het gebied van de relatie met gemeenten, financieel beheer, de betrokkenheid van huurders en de gevolgen van een Europese beschikking over staatssteun, bevat het wetsvoorstel ook diverse bepalingen over de interne organisatie van toegelaten instellingen in aanvulling op het stichtingen- en verenigingsrecht uit Boek 2 BW en de Governance Code Woningcorporaties. Deze zien onder meer op nadere eisen die worden gesteld aan de raad van toezicht, versterking van de positie van de raad van toezicht, een verhoging van het aantal onverenigbare functies van bestuurders en commissarissen, een bindende voordracht door de huurdersorganisaties bij de benoeming van commissarissen en de bevoegdheid van de minister om commissarissen te ontslaan. Het is belangrijk om te constateren dat in het wetsvoorstel ook afwijkingen zijn opgenomen van het thans geldende stichtingen- en verenigingsrecht.

Overgangsrecht brengt mee dat toegelaten instellingen hun statuten in lijn dienen te brengen met de Herzieningswet in het tijdvak dat aanvangt op het moment van inwerkingtreding van de Herzieningswet en eindigt op 1 januari daaropvolgend. Het ministerie van Binnenlandse Zaken (‘BZK’) voorziet dat de Herzieningswet niet eerder dan op 1 januari 2014 in werking zal treden. Het wetsvoorstel is thans in behandeling bij de Eerste Kamer. In oktober 2012 heeft de Eerste Kamercommissie voor BZK/AZ het Voorlopig verslag uitgebracht. Het wachten is nu op de Memorie van Antwoord.

Wetsvoorstel versterking bestuur pensioenfondsen

De Pensioenwet bepaalt dat een pensioenovereenkomst moet worden ondergebracht bij een pensioenuitvoerder, bijvoorbeeld een pensioenfonds. De governance van een pensioenfonds ligt op hoofdlijnen vast in de Pensioenwet. Pensioenuitvoerders dienen hun organisatie in ieder geval zodanig in te richten dat: (i) een goed bestuur gewaarborgd is; (ii) verantwoording wordt afgelegd aan de aanspraak- en pensioengerechtigden en de werkgever; en iii) er intern toezicht is.

Onder meer vanwege de steeds complexere omgeving waarin pensioenfondsen opereren, waardoor meer deskundigheid in besturen en een grotere betrokkenheid van premiebetalers en gepensioneerden wordt verlangd, vindt de regering het wenselijk over te gaan tot integrale aanpassing van de governance en medezeggenschap van pensioenfondsen. Het wetsvoorstel versterking bestuur pensioenfondsen voorziet dan ook in een herziening van de regels voor het bestuur van pensioenfondsen, het toezicht en de medezeggenschap van deelnemers en gepensioneerden in die fondsen. In het oorspronkelijke wetsvoorstel werden onder meer twee bestuursmodellen (het paritaire model en het onafhankelijke model) voorgesteld, werden voorstellen gedaan tot verbetering van het interne toezicht, werd de deskundigheidstoetsing verscherpt en werden een deelnemers- en pensioengerechtigdenraad en een belanghebbendenorgaan geïntroduceerd. Voor meer informatie over het oorspronkelijke wetsvoorstel verwijzen wij naar onze Corporate Update van 12 juli 2012.

Naar aanleiding van de inbreng van de fracties, kondigde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de Nota naar aanleiding van het verslag van 26 juni 2012 echter aan dat het wetsvoorstel op een aantal punten zou worden aangepast. Na advisering door de SER op 10 september 2012, werden op 21 december 2012 een brief van de minister, een Nota van wijziging en een Tweede nota van wijziging gepubliceerd.

Een belangrijke toevoeging vormt de mogelijkheid voor pensioenfondsen om naast het paritaire bestuursmodel en het onafhankelijke bestuursmodel, te kiezen voor een gemengd (one tier) bestuur. Verder wordt het aantal goedkeuringsrechten van de raad van toezicht verminderd en wordt een eigen regeling voor het aantal bestuurs- en toezichtsfuncties voor de pensioensector geïntroduceerd, zodat bestuurders en toezichthouders voldoende tijd beschikbaar hebben om hun functie naar behoren uit te oefenen. Deze regeling wijkt af van de regeling die nu voor grote naamloze en besloten vennootschappen en stichtingen geldt.

Wijzigingen WCAM

Het wetsvoorstel ter vereenvoudiging van de Wet collectieve afwikkeling massaschade (‘WCAM’) introduceert onder meer een pre-processuele comparitie ter bevordering van collectieve schikkingen en voorziet in verbetering van de mogelijkheden om binnen een faillissement gebruik te maken van de WCAM. Voor meer informatie over dit wetsvoorstel verwijzen wij naar onze Corporate Update van 12 juli 2012.

Het wetsvoorstel is aangemeld voor plenaire behandeling in de Tweede Kamer, maar nog niet geagendeerd. De timing van het wetsvoorstel is onduidelijk.

Implementatie van de AIFM-richtlijn

De  Richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (Alternative Investment Fund Managers Directive) (‘AIFM-richtlijn’) is op 21 juli 2011 in werking getreden. De AIFM-richtlijn dient uiterlijk op 22 juli 2013 geïmplementeerd te zijn in de nationale wet- en regelgeving. Het kabinet heeft op 19 april 2012 een wetsvoorstel ter implementatie van de AIFM-richtlijn bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel is aanhangig bij de Eerste Kamer.

De AIFM-richtlijn zal leiden tot grote veranderingen in het toezichtregime voor beleggingsinstellingen, zoals private equity fondsen, hedgefondsen, vastgoedfondsen en alle andere vormen van collectieve belegging die geen icbe zijn. Een grote groep (beheerders van) beleggingsinstellingen die tot nu toe niet gereguleerd zijn, zal door de implementatie van de AIFM-richtlijn onder toezicht komen te staan en vergunningplichtig worden. Voor meer informatie over de AIFM-richtlijn en de implementatiewet verwijzen wij naar onze Corporate Update van 12 juli 2012.

Op 19 december 2012 heeft de Europese Commissie de zogenoemde Level II verordening [link] ten aanzien van de AIFM-richtlijn aangenomen. Deze verordening vult een aantal open normen in van de AIFM-richtlijn. De Europese Commissie verschaft hiermee meer duidelijkheid over de invulling van de in de AIFM-richtlijn opgenomen vergunnings- en doorlopende eisen. De Europese Raad en het Europees Parlement kunnen eventueel nog binnen drie maanden bezwaar maken tegen de verordening als geheel. Voor meer informatie hierover verwijzen wij naar onze Corporate Update van 28 december 2012. 
 
4.  Overige actualiteiten  
 
Monitoring Rapport corporate governance code

Op 13 december 2012 heeft de Monitoring Commissie Corporate Governance (de ‘Commissie’) haar jaarlijkse rapport gepubliceerd over de toepassing van de Nederlandse corporate governance code (de ‘Code’). Zoals bekend is de Code alleen van toepassing op ondernemingen waarvan (certificaten van) aandelen worden verhandeld op een gereglementeerde markt of op een multilaterale handelsfaciliteit; in het laatste geval echter alleen indien het balanstotaal meer dan € 500 miljoen bedraagt. Ook buiten het directe toepassingsgebied van de Code, is de Code van invloed doordat deze als voorbeeld heeft gediend voor verschillende sectorspecifieke codes, maar ook door een indirecte reflexwerking. De rapportage van de Commissie kan dus als gevolg van de reflexwerking van de Code ook buiten het rechtstreekse toepassingsbereik van de Code effecten hebben. Daarmee is die rapportage ook buiten de kring van beursgenoteerde ondernemingen van belang.

De Commissie constateert in het rapport dat de naleving van de Code in Nederland onverminderd hoog is. In het afgelopen jaar heeft de Commissie in een beperkt aantal gevallen niet-nalevers aangesproken op hun gedrag en verantwoordelijkheid ten aanzien van naleving van de Code. De Commissie constateert dat deze aanpak zijn vruchten afwerpt. In antwoord op de vraag van het Kabinet onder welke voorwaarden bij herhaalde of ernstige niet-naleving van de Code nadere maatregelen kunnen worden getroffen, zoals 'naming and shaming', geeft de Commissie aan dat haar huidige mandaat hiervoor in beginsel voldoende basis biedt, maar dat dergelijke maatregelen met voldoende waarborgen omkleed moeten zijn.

De Commissie meldt dat de professionalisering van het toezicht toeneemt. Commissarissen gaan actief te werk door veelvuldig met elkaar en in afwezigheid van de raad van bestuur te vergaderen. Ook verantwoorden zij hun werk en hun functioneren beter in hun verslag. Bovendien prijst de Commissie het feit dat commissarissen in dit verslag meer aandacht besteden aan de zelfevaluatie ten opzichte van voorgaande jaren. Zo wordt meer bekend gemaakt over de algemene uitkomsten van de evaluatie. Diversiteit in geslacht is nauwelijks toegenomen, zo constateert de Commissie. Wel worden bij iets meer dan de helft van de ondernemingen met nieuwe benoemingen alle zelf geformuleerde diversiteitsdoelstellingen gehaald. De toelichting bij het al dan niet behalen van de diversiteitsdoelstellingen in het jaarverslag zou echter nog verbeterd kunnen worden.

De Commissie acht het niet nodig dat er een aparte subcommissie binnen de raad van commissarissen wordt benoemd die belast is met het toezicht op het beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (‘mvo’). Mvo maakt integraal deel uit van de strategie van een onderneming. Daarom dienen zowel de raad van bestuur als de raad van commissarissen in het jaarverslag, in overeenstemming met de Code, aandacht te besteden aan mvo.

Tot slot bericht de Commissie ten aanzien van aandeelhouders dat overleg voor de algemene vergadering aan invloed wint en constateert zij bovendien dat de invloed van stemadviezen niet doorslaggevend blijkt te zijn bij stemmingen op de algemene vergadering.

Het rapport over 2011 is het vierde en laatste van de Commissie in de huidige samenstelling. De minister heeft aangekondigd dat hij een verlenging van de werkzaamheden van de Commissie nodig acht.

Actieplan toekomst Europees vennootschapsrecht en corporate governance

Op 12 december 2012 heeft de Europese Commissie een Actieplan gepubliceerd met het oog op de toekomst van het Europese vennootschapsrecht en de corporate governance. Doel van het actieplan is de concurrentiekracht en de duurzaamheid van vennootschappen te garanderen. De hoofdlijnen van het Actieplan, dat gedeeltelijk samenvalt met andere wetgevingsprojecten, zijn de volgende:

  • Bevordering van de transparantie tussen vennootschappen en aandeelhouders om de corporate governance te verbeteren;
  • Initiatieven om betrokkenheid van aandeelhouders op lange termijn aan te moedigen en te faciliteren; en
  • Bevordering grensoverschrijdende activiteiten Europese ondernemingen.
    Voor meer informatie kunt u contact opnemen met één van de Stibbe contactpersonen.

Team

Related news

09.10.2018 BE law
Changes to Belgian Takeover Rules: Royal Decree published on 5 October 2018

Articles - A Royal Decree stipulating some important amendments to the Belgian rules governing public takeover bids was published on 5 October 2018 (the “Royal Decree”). The Royal Decree follows the new Belgian Prospectus Law of 11 July 2018. The amendments at stake relate to, among others, the financing of public takeover bids, the disclosures of transactions during the offer period, the squeeze-out procedure, and the rules applying to companies listed on certain markets (other than regulated markets). This newsletter discusses the implications for listed companies and offeror(s).

Read more

16.10.2018 NL law
Groene psychologie in de financiële sector

Articles - Groen is hot. Praten over 'groen' doet goed.  De psychologie van de kleur groen is interessant. In een column voor Fondsnieuws gaat Suzanne Kröner-Rosmalen nader in op de betrokkenheid van De Nederlandsche Bank bij het groene Network for Greening the Financial System (NGFS) en enkele groene initiatieven van toezichthouders in de strijd tegen beheersing van klimaatrisico’s.  

Read more

08.10.2018 BE law
Update of Belgian takeover rules

Articles - A Royal Decree was published in the Belgian Official Gazette on 5 October 2018 containing, among other things, amendments to the Takeover Decree (Royal Decree of 27 April 2007 on takeover bids) and the Squeeze-out Decree (Royal Decree of 27 April 2007 on squeeze-out bids), with a view to updating the said texts.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring