Articles

Hof van Cassatie hakt de knoop door over de sperperiode.

Hof van Cassatie hakt de knoop door over de sperperiode.

Hof van Cassatie hakt de knoop door over de sperperiode.

20.02.2013 BE law

Over de vraag of de regeling inzake sperperiodes in de Wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming (art. 32 WMPC, voordien art. 53 van de Wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument) verenigbaar is met het Europees recht vloeide al veel inkt.

Het Hof van Cassatie luidt met het arrest van 2 november 2012 (klik hier) in de zaak Inno/Unizo het einde in van de sperperioderegeling.

1. Achtergrond

Het Brusselse hof van beroep oordeelde op 12 mei 2009 in de zaakInno/Unizo dat de het verbod op aankondigingen van prijsvermindering in de sperperiode verenigbaar was met het Europees recht, meer bepaald met de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken1. Inno werd veroordeeld voor aankondiging van prijsverminderingen in de sperperiode.

Andere rechtspraak zag eerder wel bezwaren vanuit Europese hoek. Daarbij werd verwezen naar de rechtspraak van het Hof van Justitie dat praktijken die bestaan in de aankondiging van prijsverminderingen aan consumenten, niet worden genoemd in bijlage I bij de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken en dus niet onder alle omstandigheden konden worden verboden, maar enkel na een specifieke analyse waaruit blijkt dat zij oneerlijk zijn2.

Betwisting bleef echter bestaan over de reikwijdte van de Richtlijn. Die is niet van toepassing op nationale wettelijke regelingen betreffende oneerlijke handelspraktijken die „alleen” de economische belangen van concurrenten schaden of betrekking hebben op transacties tussen handelaren (overweging 6 van de Richtlijn). Het cassatiearrest biedt hierover uitsluitsel.

2. Cassatie

Het Hof van Cassatie verzocht het Hof van Justitie naar aanleiding van het cassatieberoep van Inno om bijkomende verduidelijking. Onder verwijzing naar het Wamo-arrest antwoordde het Hof van Justitie3 dat indien artikel 53, § 1, WHPC er “ook” toe strekt de consument tegen dergelijke praktijken te beschermen, de verboden aankondigingen van prijsverminderingen en suggesties daarvan dan handelspraktijken in de zin van artikel 2, sub d, van de Richtlijn vormen en dus aan deze Richtlijn onderworpen zijn.

Het Hof van Cassatie bouwt op dit antwoord verder: aangezien de wetgever met art. 53, § 1 WHPC ook de consument beoogde te beschermen en slechts de nationale wettelijke regelingen betreffende oneerlijke handelspraktijken die “alleen” de economische belangen van concurrenten schaden of betrekking hebben op transacties tussen handelaars uit de werkingssfeer van de richtlijn zijn gesloten, volgt hieruit dat de sperperioderegeling onder het toepassingsveld van de Richtlijn valt.

Het arrest van het hof van beroep dat het tegendeel aanneemt wordt vernietigd.

3. Gevolgen

Hoewel het Hof van Cassatie hiermee niet vaststelt dat de sperperioderegeling in de WHPC (en dus bij uitbreiding die in de WMPC) onwettig is, lijkt dat echter wel de enige mogelijke uitkomst.

Het Hof van Cassatie heeft met dit arrest immers de wind uit de zeilen genomen van diegenen die voorhielden dat de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken zich niet verzette tegen de sperperioderegeling omdat die enkel handelaars beoogde te beschermen.

Kortom, aankondigingen van prijsvermindering in de sperperiode zijn wettig, tenzij ze misleidend of oneerlijk zijn.

Het arrest van het Hof van Cassatie beslecht hiermee een jarenlange discussie en plaatst tegelijk de wetgever voor zijn verantwoordelijkheid. Die staat nu voor de taak de andere verboden en beperkingen in de WMPC te screenen op hun verenigbaarheid met de Richtlijn.


Footnotes

  1. Richtlijn 2005/29 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad, Pb. L 149, 11 juni 2005, 22.
  2. HvJ 30 juni 2011, Wamo, nr. C 288/10.
  3. HvJ 15 december 2011, Inno/Unizo, nr. C-126/11.

 

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze e-bulletin werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze e-bulletin bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevatten geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze e-bulletin zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Het raadplegen van deze e-bulletin doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze e-bulletin dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.
 

Related news

08.11.2019 BE law
Interview with Wouter Ghijsels on Next Gen lawyers

Articles - Stibbe’s managing partner Wouter Ghijsels shares his insights on the next generation of lawyers and the future of the legal profession at the occasion of the Leaders Meeting Paris where Belgian business leaders, politicians and inspiring people from the cultural and academic world will discuss this year's central theme "The Next Gen".

Read more

30.07.2019 BE law
Bedrijfsgeheimen en ex-werknemers

Articles - Een vaak voorkomend probleem bij het vertrek van werknemers is de know-how die ze hebben opgebouwd in het bedrijf en meenemen naar een nieuw bedrijf. In welke mate mag hiervan gebruik gemaakt worden?

Read more

30.07.2019 BE law
Un matelas descellé et le droit de rétraction

Articles - Dans un arrêt du 27 mars 2019, la Cour de justice a conclu qu’un matelas, dont la protection a été retirée par le consommateur après la livraison de celui-ci et qui a potentiellement été en contact avec un corps humain, ne relève pas de l’exception au droit de rétraction[1] (pour des raisons de protection de la santé ou d’hygiène) prévue à l’article 16, sous e), de la directive 2011/83 relative aux droits des consommateurs[2] (i.e. l’article VI.53 CDE).

Read more

30.07.2019 BE law
Des contraintes d’espace dans des publicités dans le cadre des contrats conclus à distance

Articles - Walbusch Walter Busch a inséré dans des journaux et revues un prospectus publicitaire de six pages contenant un bon de commande sous la forme d’une carte postale détachable. Ce prospectus ne contenait pas de formulaire de rétraction[1]. La cessation de la publication du prospectus a été demandée et a été accueillie en première instance mais réformée en appel.

Read more

30.07.2019 BE law
Ontzegelde matras en het herroepingsrecht

Articles - In een arrest van 27 maart 2019 concludeerde het Hof van Justitie dat een matras, waarvan de beschermfolie door de consument na ontvangst werd verwijderd en die mogelijk in contact is geweest met een menselijk lichaam, geen uitzondering uitmaakt op het herroepingsrecht[1] (om redenen van gezondheidsbescherming of hygiëne) zoals bedoeld in artikel 16, onder e), van Richtlijn 2011/83 betreffende consumentenrechten[2] (dwz artikel VI. 53 WER).

Read more

Our website uses functional cookies for the functioning of the website and analytic cookies that enable us to generate aggregated visitor data. We also use other cookies, such as third party tracking cookies - please indicate whether you agree to the use of these other cookies:

Privacy – en cookieverklaring