Short Reads

Hoe om te gaan met abnormaal lage aanbiedingen?

Hoe om te gaan met abnormaal lage aanbiedingen?

Hoe om te gaan met abnormaal lage aanbiedingen?

20.12.2013 NL law

In het huidige economische tij, waarin het voor veel bedrijven van belang is de orderportefeuille gevuld te krijgen, komt het vaker voor dat met lage prijzen wordt ingeschreven. Aanbestedende diensten zullen echter op voorhand de zekerheid willen hebben dat er niet zodanig laag wordt ingeschreven dat tijdens de uitvoeringsfase blijkt dat de aanbiedingen niet kunnen worden waargemaakt.

In artikel 2.116 van de Aanbestedingswet (“Aw“) is een regeling opgenomen over abnormaal lage inschrijvingen. Deze regeling houdt – kort samengevat – in dat een aanbestedende dienst een abnormaal lage offerte niet mag verwerpen zonder de inschrijver om een motivering te verzoeken. Uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie volgt dat een aanbestedende dienst eerst ruimte moet creëren voor een daadwerkelijk contradictoir debat (m.a.w.: een debat op tegenspraak) tussen de aanbestedende dienst en de inschrijver (HvJ EU 29 maart 2012, C-599/10 (SAG), r.o. 27 t/m 34). De aanbestedende dienst zal moeten kunnen aantonen dat de aangeboden prijs abnormaal laag moet worden geacht.

Relevant in deze context is de regelmatig in aanbestedingsstukken voorkomende eis van realistische en marktconforme prijzen. Wat onder de begrippen ‘realistisch’ en ‘marktconform’ moet worden verstaan wordt soms wel en soms niet in de stukken verduidelijkt. Vast staat in ieder geval dat een abnormaal lage inschrijving in veel gevallen tevens niet-realistisch en niet-marktconform zal zijn.

Uit jurisprudentie kan  worden afgeleid dat het toetsingskader in een juridische procedure, waarin een ongeldig verklaarde inschrijver opkomt tegen de beslissing van de aanbestedende dienst, niet gelijk is. Op een aanbestedende dienst die een inschrijving afwijst op grond van artikel 2.116 Aw zal namelijk een zwaardere onderzoeks- en motiveringsplicht rusten dan op een aanbestedende dienst die in de aanbestedingsstukken heeft opgenomen dat onrealistische en niet-marktconforme inschrijvingen ongeldig zijn.

Zowel de voorzieningenrechter te Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2013:15879) áls de voorzieningenrechter te Utrecht (ECLI:NL:RBMNE:2013:3758) kreeg in september van dit jaar te oordelen over een zaak waarin een afgewezen inschrijver zich verzet tegen de beslissing van de aanbestedende dienst om diens inschrijving terzijde te leggen, omdat deze niet realistisch, want te laag, is. Uit deze twee uitspraken kan het volgende worden afgeleid:

  1. Een aanbestedende dienst, die het waarschijnlijk acht zich geconfronteerd te zien met extreem lage offertes, doet er verstandig aan om in de aanbestedingsdocumentatie, bijvoorbeeld, de eis op te nemen dat inschrijvingen ‘marktconform’ en ‘realistisch’ zijn. In een eventuele juridische procedure zal de aanbestedende dienst, die een inschrijving met een extreem lage prijs ongeldig heeft verklaard, waarschijnlijk aan een minder streng toetsingskader worden onderworpen, dan wanneer wordt getoetst aan art. 2.116 Aw (abnormaal lage inschrijvingen).
  2. Aanbestedende diensten die in de aanbestedingsdocumentatie een uitleg willen geven aan begrippen zoals ‘realistisch’ en ‘marktconform’ dienen ervoor te waken dat de gekozen uitleg voldoende duidelijk en transparant is. Bij twijfel verdient het de voorkeur dergelijke begrippen niet te definiëren.
  3. De enkele toetsing aan de begroting van de aanbestedende dienst is onvoldoende om een inschrijving als niet markconform uit te sluiten.

In aflevering 8 van het tijdschrift JAAN (Jurisprudentie Aanbestedingsrecht) is ook een annotatie bij deze twee uitspraken verschenen van mijn hand in samenwerking met Frédéric François.

Related news

14.11.2018 NL law
Het Europese PAS-arrest: een programmatische aanpak is toelaatbaar, maar PAS op!

Short Reads - Op 7 november 2018 heeft het Europese Hof van Justitie de prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak beantwoord over de toelaatbaarheid onder de Habitatrichtlijn van het Programma Aanpak Stikstof. De eerste reacties op dit arrest bevatten twijfels over de houdbaarheid van het PAS: het houden van vee wordt moelijker en PAS-vergunningen kunnen niet worden verleend of moeten worden ingetrokken.

Read more

09.11.2018 BE law
Grondwettelijk Hof: ook verwerpingsarresten van de Raad van State moeten verjaringsstuitende werking hebben

Articles - Bij arrest nr. 148/2018 van 8 november 2018 oordeelt het Hof dat artikel 2244, § 1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het tot gevolg heeft dat enkel de door de Raad van State gewezen vernietigingsarresten een verjaringsstuitende werking hebben, en niet de verwerpingsarresten, het gelijkheidsbeginsel schendt.

Read more

30.10.2018 NL law
Bestuurlijke boete onderuit: boetebedrag in gemeentelijke huisvestingsverordening in strijd met de wet vastgesteld

Short Reads - Op 13 juni 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") een voor de boetepraktijk belangrijke uitspraak gewezen. In die zaak oordeelde de Afdeling dat er geen grondslag was om een boete op te leggen voor overtreding van de Huisvestingswet 2014. De gemeente Tilburg had in strijd met de Huisvestingswet gehandeld door in haar huisvestingsverordening niet voor verschillende overtredingen van de wet concrete boetebedragen vast te stellen.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring