Short Reads

Foutje bedankt! Een geslaagd beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel

Foutje bedankt! Een geslaagd beroep op het vertrouwens- en rechtszeke

Foutje bedankt! Een geslaagd beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel

12.12.2013 NL law

Een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel door een burger die naar het zich laat aanzien niet bepaald te goeder trouw was, stond centraal in de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 30 juli 2013.

(ECLI:NL:RBAMS:2013:4736 publicatiedatum 20 november 2013)

De feiten

Wat was er aan de hand?

Een woonbooteigenaar vraagt een zogenaamde vervangingsvergunning om een nieuwe woonboot te mogen bouwen en daarmee de bestaande woonboot te vervangen. De woonbooteigenaar wenst de woonboot conform de bijgevoegde blauwdruk ‘I’ te bouwen. De welstandscommissie adviseert echter negatief. Gelet op dat negatieve advies van de welstandcommissie wordt door de woonbooteigenaar de aanvraag gewijzigd en wordt een ander ontwerp ingediend. Dit ontwerp is weergegeven op blauwdruk ‘II’. De welstandscommissie kan met deze blauwdruk leven. De vergunning wordt vervolgens verleend (waarbij voor de volledigheid niet wordt afgeweken van het advies van de welstandscommissie). Maar in de bijlage bij de vergunning neemt het Dagelijks Bestuur per abuis blauwdruk ‘I’ in plaats van blauwdruk ‘II’ op. De woonbooteigenaar bouwt de woonboot conform blauwdruk ‘I’ en meert de woonboot af in Amsterdam. De woonboot wordt in november 2011 naar de ligplaats gebracht en wordt op die plaats afgebouwd.

Het Dagelijks Bestuur gaat vervolgens handhaven, omdat in strijd met blauwdruk ‘II’ is gebouwd. Dan ontdekt het Dagelijks Bestuur dat de verkeerde blauwdruk bij de vergunning is opgenomen. Er kan dus niet gehandhaafd worden wegens bouwen in strijd met blauwdruk ‘II’ en daarom trekt het bestuursorgaan de opgelegde last onder dwangsom in. Vervolgens wordt door het bestuursorgaan een nieuw voornemen tot het opleggen van een last  onder dwangsom wegens strijd met de verleende vergunning (en blauwdruk I) kenbaar gemaakt. Tegen dat besluit is door de woonbooteigenaar een zienswijze ingediend.

Daarmee is het verhaal echter nog niet ten einde. Het Dagelijks Bestuur besluit daarna om de vergunning te wijzigen (met terugwerkende kracht) door blauwdruk ‘I’ in te trekken en te vervangen door blauwdruk ‘II’. Dat besluit is in de onderhavige procedure aan de orde. Idee van het Dagelijks Bestuur was waarschijnlijk om na deze wijziging van de vergunning alsnog tot handhaving over te gaan, maar de rechtbank vernietigt nu reeds het wijzigingsbesluit.

Het oordeel van de Rechtbank

De rechtbank Amsterdam oordeelt dat het wijzigingsbesluit in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel.

Hoewel intrekking / wijziging in de regel is toegestaan, zelfs zonder dat daarvoor een expliciete intrekkingsbevoegdheid bestaat, is in dit geval de wijziging in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zo oordeelt de Rechtbank.

De Rechtbank stelt zich op het standpunt dat de omstandigheid dat er in hier van toepassing zijnde Verordening gronden voor wijziging en intrekking zijn opgenomen, nog niet betekent dat er buiten de daarin genoemde wijzigings- of intrekkingsgronden geen bevoegdheid bestaat om in te trekken of te wijzigen. De bevoegdheid om in dit geval een vervangingsvergunning met een (evidente) fout te herstellen, kan naar het oordeel van de Rechtbank worden afgeleid uit de bevoegdheid tot toekenning van een vervangingsvergunning. Maar in dit geval heeft het Dagelijk Bestuur in redelijkheid geen gebruik kunnen maken van die bevoegdheid. Daarbij is van belang dat de last onder dwangsom is ingetrokken door het Dagelijks Bestuur en dat later een voornemen kenbaar gemaakt wordt dat wederom betrekking heeft op blauwdruk I. De Rechtbank meent dat daaruit kon worden afgeleid dat het bestuursorgaan niet meer zou handhaven op blauwdruk I (en ter zitting heeft het bestuursorgaan ook erkend dat ten tijde van het versturen van die brieven zij ook niet van plan was om te handhaven op grond van blauwdruk I).

Een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel komt niet vaak voor. In de onderhavige situatie is het nog helemaal niet zo evident dat het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt. Hoewel niet met zekerheid valt te zeggen, lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat de woonbooteigenaar in dezen niet wist  dat hij bouwde conform een onjuiste tekening. Naar het oordeel van de Rechtbank mocht de woonbooteigenaar echter uit de intrekking van de last en het nieuwe voornemen tot het opleggen van een last afleiden dat het Dagelijks Bestuur niet meer zou handhaven conform blauwdruk II. Dat laatste lijkt mij echter gelet op de (in de uitspraak geciteerde) teksten van zowel het besluit tot intrekking van de last als het nieuwe voornemen tot oplegging van een last nog niet zo evident als de Rechtbank hier doet voorkomen. De erkenning ter zitting door het bestuursorgaan dat zij inderdaad niet van plan was om tot handhaving van blauwdruk I meer over te gaan maakt dit natuurlijk wel anders.

Beoordeling

Naar mening van M.A.M. Dieperink (in het Jonge VAR preadvies nr. 1 – 2002) dient bij de intrekking  of wijziging vanwege een onjuistheid  die het gevolg is van een fout van het bestuursorgaan te worden beoordeeld of de belanghebbende wist of behoorde te weten dat de beschikking onjuist was. Indien dat het geval is, bestaan er naar haar mening geen gerechtvaardigde verwachtingen en bestaat er aanleiding de onjuiste beschikking in te trekken. R.N.J. Schlossels wijst er in zijn noot (Gst. 2002/6) onder de uitspraak van de Afdeling van 12 december 2001 (ECLI:NL:RVS:2001:AD7859) op dat “een zodanige ‘terugneming’ (…) op grond van vaste rechtspraak alleen toelaatbaar (is) indien de fout voor de belanghebbende kenbaar was of behoorde te zijn, dan wel indien het bestuursorgaan de financiële nadelen van de ‘terugneming’ voor zijn rekening neemt. Ook Schlössels hecht er aan dat er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen bij de belanghebbende. In geval van een gerechtvaardigd vertrouwen kan dit beginsel met zich brengen dat enkel onder het aanbieden van een adequate nadeelcompensatie ‘terugneming’ van de vergunning aan de orde kan zijn (…).Naar zijn mening kan een geslaagd beroep op schending van het vertrouwensbeginsel in de door hem beschreven casus daarom “alleen de weg effenen voor een compensatie‑ en/of schadeclaim.”

De Rechtbank Amsterdam honoreert in het onderhavige geval wel een beroep op het vertrouwensbeginsel terwijl het er hier toch alles van weg heeft dat de fout voor de woonbooteigenaar kenbaar was. Al is het natuurlijk mogelijk dat de rechtbank ter zitting is gebleken dat de fout voor de woonbooteigenaar niet zo evident was, als na lezing van de feiten het geval lijkt.  Een begin van een nieuwe jurisprudentielijn of foutje bedankt? Tegen deze uitspraak is hoger beroep in gesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Related news

14.11.2018 NL law
Het Europese PAS-arrest: een programmatische aanpak is toelaatbaar, maar PAS op!

Short Reads - Op 7 november 2018 heeft het Europese Hof van Justitie de prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak beantwoord over de toelaatbaarheid onder de Habitatrichtlijn van het Programma Aanpak Stikstof. De eerste reacties op dit arrest bevatten twijfels over de houdbaarheid van het PAS: het houden van vee wordt moelijker en PAS-vergunningen kunnen niet worden verleend of moeten worden ingetrokken.

Read more

09.11.2018 BE law
Grondwettelijk Hof: ook verwerpingsarresten van de Raad van State moeten verjaringsstuitende werking hebben

Articles - Bij arrest nr. 148/2018 van 8 november 2018 oordeelt het Hof dat artikel 2244, § 1, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek, in zoverre het tot gevolg heeft dat enkel de door de Raad van State gewezen vernietigingsarresten een verjaringsstuitende werking hebben, en niet de verwerpingsarresten, het gelijkheidsbeginsel schendt.

Read more

30.10.2018 NL law
Bestuurlijke boete onderuit: boetebedrag in gemeentelijke huisvestingsverordening in strijd met de wet vastgesteld

Short Reads - Op 13 juni 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ("Afdeling") een voor de boetepraktijk belangrijke uitspraak gewezen. In die zaak oordeelde de Afdeling dat er geen grondslag was om een boete op te leggen voor overtreding van de Huisvestingswet 2014. De gemeente Tilburg had in strijd met de Huisvestingswet gehandeld door in haar huisvestingsverordening niet voor verschillende overtredingen van de wet concrete boetebedragen vast te stellen.

Read more

Our website uses cookies: third party analytics cookies to best adapt our website to your needs & cookies to enable social media functionalities. For more information on the use of cookies, please check our Privacy and Cookie Policy. Please note that you can change your cookie opt-ins at any time via your browser settings.

Privacy – en cookieverklaring