umraniye escort pendik escort
maderba.com
implant
olabahis
canli poker siteleri meritslot oleybet giris adresi betgaranti
escort antalya
istanbul escort
sirinevler escort
antalya eskort bayan
brazzers
sikis
bodrum escort
Articles

ASMI II Hoge Raad bevestigt: geen onderzoek naar beleid ASMI

ASMI II Hoge Raad bevestigt: geen onderzoek naar beleid ASMI

ASMI II Hoge Raad bevestigt: geen onderzoek naar beleid ASMI

02.04.2012 NL law

Samenvatting 
 
In juli 2010 vernietigde de Hoge Raad een beschikking van de Ondernemingskamer (OK) uit 2009 waarbij een onderzoek werd bevolen naar het beleid en de gang van zaken bij ASM International N.V. (ASMI). De Hoge Raad verwees de zaak terug naar de OK. Op 14 april 2011 heeft de OK het verzoek van Hermes en Fursa, ondersteund door de VEB, tot het gelasten van een onderzoek bij ASMI alsnog afgewezen. Tegen die beslissing heeft Hermes c.s. cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft dat beroep op 30 maart 2012 verworpen. Hiermee staat definitief vast dat het in 2009 door de OK bevolen onderzoek geen doorgang zal vinden.
 
Achtergrond 

ASMI is een beursgenoteerde onderneming die zich bezighoudt met de productie van apparatuur waarmee chips voor de halfgeleiderindustrie worden vervaardigd. Hermes en Fursa bekritiseerden vanaf 2006 de corporate governance en de strategie van ASMI en wensten te bewerkstelligen dat bestuur en raad van commissarissen van ASMI zouden worden vervangen door kandidaten van hun keuze. Op 14 mei 2008 oefende de Stichting Continuïteit ASMI een optie op beschermingspreferente aandelen uit. Vrijwel onmiddellijk daarna dienden Hermes en Fursa een verzoek tot een enquête in.
 
Onderzoek begonnen maar daarna stilgelegd; eerste beslissing van de Hoge Raad 
 
Nadat de OK het door Hermes en Fursa verzochte onderzoek in 2009 had bevolen en de onderzoekers aan de slag waren gegaan, heeft de Hoge Raad in 2010 de beschikking van de OK waarbij het onderzoek was gelast vernietigd en de zaak ter verdere behandeling terugverwezen naar de OK. De Hoge Raad oordeelde dat de strategie van de onderneming door het bestuur onder toezicht van de raad van commissarissen wordt vastgesteld en dat voor een belangrijk aantal van de door Hermes en Fursa aangevoerde bezwaren onduidelijk was waarom sprake zou zijn van gegronde twijfel aan juist beleid. Het onderzoek is toen stilgelegd in afwachting van een nieuwe beslissing van de OK op het verzoek van Hermes en Fursa, ondersteund door de VEB. Op 14 april 2011 wees de OK het verzoek tot het bevelen van een onderzoek alsnog af. De na de beschikking van de Hoge Raad overblijvende feiten aangaande de informatieverschaffing aan ASMI's aandeelhouders rechtvaardigden volgens de OK niet (langer) een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van ASMI.
 
Oordeel Hoge Raad en gevolgen 
 
Op 30 maart 2012 heeft de Hoge Raad het tegen de afwijzing van het onderzoek gerichte cassatieberoep van Hermes, Fursa en VEB verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat de OK toereikend heeft gemotiveerd dat en waarom zij alsnog het verzoek tot het houden van een enquête heeft afgewezen. Het gevolg van deze uitspraak van de Hoge Raad is dat het in 2009 begonnen onderzoek definitief niet zal worden afgerond. Op dit moment regelt de wet niets over de gevolgen van een door de Hoge Raad vernietigde beschikking waarbij een onderzoek is bevolen voor de beloning van onderzoekers die voordien al werkzaamheden hebben verricht. In het bij de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstel over aanpassing van het enquêterecht (32 887) is – mede naar aanleiding van de ASMI-zaak - opgenomen dat vernietiging door de Hoge Raad niet meebrengt dat betalingen voor redelijke werkzaamheden van de onderzoekers als onverschuldigd moeten worden beschouwd.

In deze cassatieprocedure traden mr. R.L. Bakels, mr A.C. Metzelaar en mr. A.F.J.A. Leijten van Stibbe N.V. op voor ASMI.

Team

Related news

24.03.2021 NL law
Eerste Kamer neemt wetsvoorstel inroepen bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap aan

Short Reads - Op 23 maart heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel aangenomen dat aan het bestuur van een beursvennootschap1 de mogelijkheid verschaft om, in het geval van aandeelhoudersactivisme of een vijandig openbaar bod, 250 dagen bedenktijd in te roepen. Deze bedenktijd biedt het bestuur tijd en gelegenheid voor een zorgvuldige afweging van de effecten van de genoemde situaties op de onderneming en de belangen van betrokkenen met het oog op een zorgvuldige beleidsbepaling.

Read more