Articles

Wel of geen IPPC-installatie en wel of niet uitgaan van de aanvraag voor de beoordeling hiervan

Wel of geen IPPC-installatie en wel of niet uitgaan van de aanvraag v

Wel of geen IPPC-installatie en wel of niet uitgaan van de aanvraag voor de beoordeling hiervan

20.07.2020 NL law

Noot onder de uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 12 februari 2020.

Voor de vraag of tot de inrichting van [appellante] een IPPC-installatie als bedoeld in artikel 6.27, eerste lid, van de Waterwet behoort, is het bewerkingsproces zoals beschreven in de aanvraag om watervergunning bepalend. Ter voorlichting merkt de Afdeling op dat dit anders is in de zaak met nummer 201804130/1/A1 waarin heden eveneens uitspraak wordt gedaan. Daarin is een aan [appellante] gericht handhavingsbesluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan de orde. In die zaak is niet het in de voorliggende vergunningaanvraag beschreven bewerkingsproces, maar de feitelijke situatie ten tijde van het handhavingsbesluit bepalend voor het antwoord op de vraag of tot de inrichting van [appellante] een IPPC-installatie behoort.

Nu de winning van nutriënten uit de dunne fractie is aan te merken als handelingen van nuttige toepassing en categorie 5.3, onder b, van bijlage I van de RIE, mede betrekking heeft op een combinatie van nuttige toepassing en verwijdering, kan de vraag of en in hoeverre ook de omzetting van de dikke fractie naar groen gas en biochar kan worden aangemerkt als een handeling van nuttige toepassing of als een verwijderingshandeling verder in het midden blijven.

Gelet op het voorgaande komt de Afdeling tot de conclusie dat de mestverwerkingsinstallatie zoals beschreven in de aanvraag om watervergunning voorziet in een combinatie van nuttige toepassing en verwijdering van ongevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in categorie 5.3, onder b, van bijlage I van de RIE. Nu, zoals hiervoor is overwogen, niet in geschil is dat in de aanvraag geen sprake is van enige vorm van behandeling die onder b is vermeld, vormt de beschreven mestverwerkingsinstallatie geen IPPC-installatie.

Klik hier voor de noot onder de uitspraak.

Auteur: Anna Collignon

Bron: M en R 2020/44

Publicatiedatum: 15 juni 2020

Team

Related news

29.07.2021 NL law
De NOW-4: grotendeels gelijk aan de NOW-3 met enkele wijzigingen

Short Reads - Het kabinet kondigde in de Kamerbrief van 27 mei 2021 het vierde noodpakket aan om de economie ten tijde van de coronacrisis te blijven ondersteunen. Onderdeel van dit noodpakket is de Vierde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (“NOW-4”). Op 23 juli 2021 is de NOW-4 gepubliceerd in de Staatscourant. Deze short read geeft een kort overzicht van de hoofdlijnen van de NOW-4 en de wijzigingen ten opzichte van de NOW-3.

Read more

19.07.2021 NL law
Beginselplicht tot handhaving bij bestuurlijke boetes?

Short Reads - In de uitspraak van 30 juni 2021 oordeelt de Afdeling Bestuursrechtspraak dat de beginselplicht tot handhaving niet geldt voor de bestuurlijke boete geregeld in de Wet bescherming persoonsgegevens. Uit de redenen die de Afdeling hiervoor benoemt lijkt te volgen dat de beginselplicht tot handhaving nooit heeft te gelden bij bestuurlijke boetes. In dit blog bespreken wij de uitspraak van de Afdeling en gaan wij nader in op de beginselplicht tot handhaving.

Read more