Short Reads

Het NOW register: openbaarmaking van gegevens van ontvangers van de NOW-subsidie

Het NOW register: openbaarmaking van gegevens van ontvangers van de N

Het NOW register: openbaarmaking van gegevens van ontvangers van de NOW-subsidie

10.08.2020 NL law

Het UWV heeft op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een register gepubliceerd met informatie over werkgevers die de NOW-1 subsidie hebben ontvangen. De publicatie van dit register komt niet geheel als een verrassing. De NOW-1 bevat immers een bijzondere bepaling over openbaarmaking van de desbetreffende gegevens.

Wel een verrassing is dat het UWV het register heeft gepubliceerd zonder (i) de betrokken bedrijven vooraf in kennis te stellen met de mogelijkheid daarop te reageren en (ii) te vermelden dat bedrijven hiertegen bezwaar kunnen maken. In dit blog bespreken wij deze twee punten.

Openbaarmaking van naam, vestigingsplaats en voorschot

In het register dat op 10 juli 2020 is gepubliceerd op de website van het UWV is van alle bedrijven die een NOW-subsidie hebben ontvangen de naam, de vestigingsplaats en het verkregen voorschot opgenomen. Het betreft een deel van de gegevens zoals genoemd in artikel 8 lid 9 NOW-1. Artikel 8 lid 9 is pas op 5 mei 2020 aan de NOW-1 regeling toegevoegd. Dat artikellid bepaalt dat werkgevers er bij het indienen van een aanvraag mee instemmen dat naam, adres, het voorschot en de vastgestelde subsidie openbaar gemaakt kunnen worden. Wij schreven eerder een blog over deze wijziging. In ons blog behandelen wij dat de voorafgaande instemming met openbaarmaking moeilijk verenigbaar is met de Algemene wet bestuursrecht ("Awb") en de Wet openbaarheid van bestuur ("Wob"). Bovendien menen wij dat deze bepaling niet met terugwerkende kracht kan worden ingevoerd. De publicatie van het register door het UWV is dan ook om twee redenen opvallend.

Geen zienswijze ondanks onbekendheid met openbaarmakingsbepaling bij aanvragers vóór 5 mei 2020

Ten eerste is het opvallend dat de desbetreffende werkgevers niet om een zienswijze is gevraagd, temeer nu niet alle werkgevers bij de aanvraag bekend waren met deze bepaling. Artikel 8 lid 9 NOW-1 veronderstelt voorafgaande instemming met openbaarmaking van de daar genoemde gegevens. Uit de toelichting bij de wijziging volgt dat de minister kiest voor 'automatische instemming' in plaats van de gebruikelijke zienswijze mogelijkheid om administratieve procedures te voorkomen. Volgens de minister betreft het beperkte gegevens, die van belang zijn voor de transparantie maar geen bedrijfsgevoelige informatie prijsgeven. Elk openbaarmakingsbesluit vergt echter een belangenafweging en wij menen dat de lagere regelgever deze belangenafweging niet op voorhand achterwege kan laten in de regeling zelf.

Het leek er aanvankelijk op dat het UWV hier zelf ook twijfels bij had. Op 9 juni 2020 verscheen in de Staatscourant de kennisgeving van openbaarmaking van de NOW-gegevens van aanvragers. Hierin werd aangekondigd dat de gegevens twee weken na de kennisgeving zouden worden gepubliceerd. Wij namen om deze reden aan dat er wellicht toch een zienswijzemogelijkheid werd geboden aan de aanvragers van de NOW-subsidie. Uit het persbericht van het UWV op 10 juli 2020, volgt echter dat geen zienswijze is gevraagd.

Naar onze mening had het UWV er goed aan gedaan wel een zienswijzemogelijkheid te bieden, juist nu de desbetreffende bepaling later aan de NOW-1 is toegevoegd. Het artikel over de voorafgaande instemming met openbaarmaking is op 5 mei 2020 toegevoegd, ongeveer een maand na inwerkingtreding van de NOW-1. Werkgevers die hun aanvraag voor die datum hebben ingediend waren aldus niet bekend met deze bepaling en hebben hier niet mee ingestemd. Het met terugwerkende kracht inwerking laten treden van de bepaling is onzes inziens in strijd met het legaliteitsbeginsel. Bovendien blijkt de terugwerkende kracht ook geenszins uit de bepaling zelf. Werkgevers die hun aanvraag eerder dan de wijziging hebben ingediend, kunnen dus wel degelijk zijn verrast met de openbaarmaking van hun gegevens.

Inhoudelijk is het bovendien niet zonder meer vanzelfsprekend dat het UWV gehouden is de gegevens openbaar te maken. Ten eerste verbiedt de Wob het UWV om bedrijfsvertrouwelijke informatie openbaar te maken. Als de hoogte van de subsidiebedragen bedrijfsvertrouwelijke informatie is, mocht het UWV deze dus niet vermelden in het register. Ten tweede moet het UWV een afweging maken tussen het belang van openbaarheid en het belang van de betrokken bedrijven. Openbaarmaking van namen en subsidiebedragen kan voor sommige bedrijven immers vervelende gevolgen hebben.

Vermelding dat bezwaar kan worden gemaakt ontbreekt

Een tweede opvallend onderdeel aan het register is het ontbreken van de mededeling dat bedrijven bezwaar kunnen maken tegen de openbaarmaking.  Het gepubliceerde register betreft een openbaarmakingsbesluit. Dat is een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Dit betekent dat belanghebbenden tegen dit besluit in bezwaar en hierna in beroep kunnen gaan, op grond van artikel 7:1 en 8:1 Awb. Een bedrijf dat wordt genoemd is in elk geval belanghebbende. Het register vermeldt niet dat de openbaarmaking een besluit is waartegen bezwaar en beroep openstaat. Dit terwijl er wel bezwaargronden tegen het besluit mogelijk zijn. Zoals hiervoor besproken bevat de Wob weigeringsgronden ten aanzien van openbaarmaking van gegevens door de overheid. In ons eerdere blog over de openbaarmakingsbepaling bespreken wij dat inzage in de omzetdaling nadelig kan zijn voor bepaalde bedrijven en er hierom reden kan zijn voor bedrijven om in bezwaar te gaan en een beroep te doen op een van de weigeringsgronden. Het had dan ook op de weg van het UWV gelegen om een bezwaarmiddelenclausule op te nemen in het register. Als bedrijven schade ondervinden van het feit dat hun naam openbaar is gemaakt en zij niet tijdig bezwaar hebben gemaakt tegen de openbaarmaking moeten zij er rekening mee houden dat zij die schade niet zonder meer kunnen verhalen.

De bezwaartermijn tegen een (openbaarmakings)besluit bedraagt zes weken. Werkgevers die in het register staan vermeld en bezwaar hebben tegen de publicatie hiervan kunnen aldus een bezwaarschrift indienen. Uitgaande van de datum van publicatie verstrijkt de bezwaartermijn op vrijdag 21 augustus 2020.

Team

Related news

16.09.2020 NL law
Belanghebbende in het omgevingsrecht: een steeds hogere drempel?

Short Reads - De Afdeling hanteert sinds enige jaren een vaste jurisprudentielijn ten aanzien van het belanghebbende-begrip in het omgevingsrecht. Het uitgangspunt daarbij is dat iemand die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit belanghebbende is, tenzij ‘gevolgen van enige betekenis’ ontbreken. De lat om aan dit criterium te voldoen lijkt steeds hoger te liggen. Wordt de toegang tot de bestuursrechter daardoor bemoeilijkt, en zo ja: is die beperking te rechtvaardigen?

Read more

16.09.2020 NL law
Het bonus- en dividendverbod bij een beroep op de NOW-subsidie

Articles - De vraag of het gerechtvaardigd is om bonussen en dividend in corona crisistijd uit te keren, is een actueel maatschappelijk thema. Dit geldt in het bijzonder voor ondernemingen die een beroep doen op staatssteun, waaronder de huidige loonkostensubsidieregeling ingevolge de Tijdelijke noodmaat regel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (de “NOW”).

Read more

23.09.2020 NL law
Stibbe NOW-team lanceert website over de NOW

Short Reads - Met de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW) wil het Nederlandse kabinet de economische gevolgen van de coronacrisis dempen en de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden. Deze subsidie voor werkgevers werd op 17 maart 2020 aangekondigd en is inmiddels meerdere malen verlengd. De wijzigingen zijn complex en omvangrijk.

Read more